Opmerkelijke zelfkritiek; China gaat bureaucratie aanpakken

PEKING, 6 MAART. Op het Volkscongres in Peking zijn vanochtend de plannen toegelicht om binnen zeer afzienbare tijd een eind te maken aan het zwaar verouderde en kolossale overheidsapparaat in China.

Luo Gan, secretaris-generaal van het Chinese kabinet, verklaarde dat de regering veel zaken aanpakt “die zij niet zou behoren aan te pakken, niet kan aanpakken of niet heeft kunnen aanpakken”. Zijn woorden waren, op de tweede dag van de jaarlijkse zitting van het Chinese parlement, een opmerkelijke getuigenis van zelfkritiek die blijkbaar volmondig mogen worden geuit nu China de door de staat geplande elementen van zijn economie definitief wil uitbannen.

Waarnemers spreken over een reusachtige inhaalslag van twintig jaar. Het staatsapparaat voldoet allang niet meer aan de behoeften van de marktgerichte samenleving die China geworden is. Waar de afgelopen 49 jaar de communistische bureaucraten formeel invloed hadden op alle gebieden van de samenleving, erkennen hun leiders nu dat bepaalde facetten, hoofdzakelijk die van economische aard, beter gedijen bij een staat die alleen daar optreedt waar de nationale stabiliteit in het geding is.

De economische onrust in de Aziatische regio heeft het belang van die veranderingen bij het Chinese leiderschap versterkt. “De gevolgen van de financiële crisis in Azië hebben de hele wereld bereikt en de economische vooruitgang in ons land serieus op het spel gezet”, aldus het rapport dat door Luo werd gepresenteerd.

“De kwaal die het meest in het oog springt, is het gebrek aan scheidslijnen tussen de overheid en het bedrijfsleven”, aldus Luo. Derhalve zal de staat in versneld tempo moeten verdwijnen als bemiddelaar, kassier en regulator van commerciële overeenkomsten. Het ingrijpende hervormingsprogramma behelst de sluiting van 11 ministeries en de vorming van 4 nieuwe 'super-ministeries'. De plannen worden toegeschreven aan Zhu Rongji, de huidige vice-premier die is belast met China's economische beleid en die waarschijnlijk op het Volkscongres Li Peng zal opvolgen als premier. Volgens eerder verschenen berichten zullen bij de aangekondigde veranderingen over een periode van drie jaar vier van de acht miljoen ambtenaren hun baan verliezen.

Luo vestigde speciaal de aandacht op het belang van geleidelijkheid. “Sommige kameraden”, aldus Luo, zouden hebben gepleit voor hervormingen in een verhoogd tempo, terwijl anderen het rustiger aan zouden willen doen. Maar aangezien China, door toedoen van de sanering van de staatsgeleide industrie, kampt met een schrijnende toename van het aantal werkloze fabrieksarbeiders, zou een geleidelijke aanpak de voorkeur hebben. Zonder concreet aan te geven wanneer met de hervormingen zal worden begonnen, kondigde Luo aan dat voor het einde van het jaar de plannen daartoe zullen worden voltooid.

Tegen de plannen wordt verzet verwacht uit de regio's. Lokale leiders zijn bang dat zij veel privileges zullen verliezen, die zij zich in de afgelopen 19 jaar van markt-economische hervormingen hebben toegeëigend. Het is derhalve uiterst onzeker of de regio de bevelen van de centrale overheid zal opvolgen. Maar als Zhu Rongji de vertrekkende premier Li Peng zal opvolgen, zoals algemeen wordt verwacht, verhoogt dat de kans aanmerkelijk dat veel van de door hem uitgedokterde plannen daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. Zhu staat bekend als een doortastende no nonsense-figuur, die er niet voor schroomt anderen op de tenen te trappen.