'Ooit komen we allemaal bij tribunaal'

Jarenlang hebben Servische oorlogsmisdadigers zich schuilgehouden. Nu melden ze zich opeens. Vanwaar die bereidwilligheid?

ROTTERDAM, 6 MAART. Een journalist die vorig weekeinde in de Oost-Bosnische stad Fo de 37-jarige Dragoljub Kunarac sprak, trof een nerveus wrak. In kogelvrij vest zat de Bosnische Serviër achter zijn koffie, zijn ogen volgden schichtig elk passerend NAVO-voertuig. “Koppensnellers”, huiverde hij. Als de Amerikanen hem kwamen aanhouden, zou Kunarac schietend ten onder gaan. Maar tegen een arrestatie door die vriendelijke Franse soldaten in zijn sector zou hij zich niet verzetten. “Vroeg of laat komen we toch allemaal in Den Haag terecht.”

Voor Kunarac werd het vroeg. Woensdag meldde de van systematische verkrachtingen beschuldigde ex-militieleider zich bij een Frans legerkamp, gisterochtend ontbeet hij voor het eerst in het huis van bewaring van het VN-oorlogstribunaal in Scheveningen. Hij is de zesde Bosnische Serviër binnen een maand die zich overgeeft.

Het fatalisme van Kunarac staat in schril contrast met de arrogantie waarmee de 'acht van Fo' vroeger de buitenwereld tegemoettraden. Deze voormalige Servische militieleiders en politiemensen droegen zorg voor de etnische zuiveringen rond hun stad in 1992. Volgens de dagvaarding van het tribunaal werden daarbij duizenden moslimvrouwen en -meisjes bijeengedreven in de sporthallen en fabrieken. Soldatenbordelen waren maandenlang het toneel van groepsverkrachtingen. Nergens werd zo massaal, systematisch en bruut verkracht als in Fo.

De positie van 'de acht', welvarend door plundering, leek in Fo tot voor kort onbedreigd. De 52 procent moslims van Fo waren vervangen door Servische vluchtelingen, die of op de nationalistische SDS van ex-president KaradEÉc stemden, of op de ultra-nationalistische Radicale Partij. Na Westerse druk werden de acht weliswaar uit het lokale politiekorps verwijderd, maar omringd door lijfwachten voelden ze zich veilig genoeg om soms audiëntie te verlenen aan journalisten in hun stamcafé. Eind vorig jaar was de Amerikaanse tv-zender CBS nog op bezoek. Voor 5.000 mark beloofde de getatoeëerde bendeleider 'Tuta' voor de tv-camera uit te leggen hoe hij zijn slachtoffers verkrachtte, vermoordde of de ogen uitstak. De onderhandelingen werden opgenomen met een minicamera in het brilmontuur van een journalist. Zo kon de wereld ook zien hoe Franse soldaten aan de tafel naast de gedagvaarde oorlogsmisdadiger plaatsnamen zonder actie te ondernemen. “Mij doen ze niets”, pochte Tuta.

Inmiddels zingen de oorlogsmisdadigers een toontje lager, en lijkt Kunarac niet de laaste Serviër te zijn die zich vrijwillig in Den Haag meldt. Dat is deels het gevolg van het aantreden van de gematigde zakenman Milorad Dodik als premier van de Servische Republiek in Bosnië, in januari. Dodik wil meewerken aan de uitlevering van oorlogsmisdadigers, in ruil waarvoor zijn regering door het Westen vorstelijk wordt beloond met hulpgelden. De beloften zouden loos zijn als Dodik geen greep had op zijn politie. Na het vredesakkoord van Dayton in 1995 fungeerde de politie in de Servische Republiek namelijk als schaduwleger en smokkelbende in dienst van KaradEÉc' SDS. Oorlogsmisdadigers vonden er vaak emplooi. Aan die praktijk kwam vorig jaar onder Westerse druk een eind. Maar nu verliezen de oorlogsmisdadigers de politie niet alleen als werkgever, maar ook als heimelijke beschermer.

In het westen van de Servische Republiek is de politie al min of meer hervormd sinds president PlavEÉc daar vorige zomer met Westerse steun in opstand kwam tegen haar oude partijgenoten van de SDS. En Dodik krijgt nu ook langzaam greep op de politie in het oosten. Zo klaagde de van genocide beschuldigde Goran JeliEÉc vanuit Scheveningen telefonisch tegen zijn ouders dat de politie hem in januari niet, zoals gebruikelijk, tipte toen de Amerikanen hem kwamen arresteren.

De VN-vredesmacht SFOR treedt steeds agressiever op tegen oorlogsmisdadigers. Dat begon in juni vorig jaar met de dood van oorlogsmisdadiger Simo Drlja en de aanhouding van diens rechterhand Milan KovaceviEÉc in de stad Prijedor. Deze try-out verliep bevredigend. De volkswoede die volgde, bleek kunstmatig en van korte duur. Sindsdien houdt SFOR de angst bij de verdachten levend door periodieke aanhoudingen. Die blijken een nuttig drukmiddel in de vele informele contacten van SFOR, de internationale politiemacht IPTF en het oorlogstribunaal met de verdachten. Zo overwoog de van zijn onschuld overtuigde Servische militieleider van de stad Bosanski mac, Simo ZariEÉc, al jaren om zijn blazoen in Den Haag te komen zuiveren. Maar hij voegde pas de daad bij het woord toen hij vernam dat hij binnenkort door SFOR zou worden afgevoerd. Dan ging ZariEÉc liever vrijwillig, als oorlogsheld uitgezwaaid door zijn stadgenoten.

Ook buurland Joegoslavië, van waaruit de etnische zuiveringen in 1992 werden geregisseerd, is voor Servische oorlogsmisdadigers niet langer een veilige vluchthaven. Slobodan MiljkoviEÉc, alias 'Lugar', een van een massa-executie beschuldigde Serviër, beweerde deze week in een vraaggesprek met een Roemeense krant dat hij onder schuilnaam naar de Oekraïne is uitgeweken omdat de autoriteiten in zijn Servische geboortestad Kragujevac twee aanslagen op zijn leven hadden gepleegd. “Onze politici willen van ons af. In 1992 hebben ze ons naar Bosnië gestuurd, waar we deden wat ze vroegen. Nu sturen ze ons vanuit de leunstoel naar Den Haag”, klaagde hij bitter.

Ten slotte lijken de Bosnische Serviërs ook enig vertrouwen te krijgen in het Haagse tribunaal. In de haatpropaganda van de SDS werd het jarenlang afgeschilderd als een orgaan ter verdelging van Servische oorlogshelden. Nu is de aanhang van KaradEÉc zijn greep op de media kwijt. De Bosnische Serviërs kunnen zelf op televisie zien dat Dran ErdemoviEÉc slechts vijf jaar krijgt voor moord op zeventig moslims uit Srebrenica en dat drie andere verdachten worden vrijgelaten omdat de aanklager hun zaak bij nader inzien toch te zwak vindt. De zes Bosnische Serviërs die zich in Den Haag hebben gemeld, stonden onder zware druk. Maar ze lijken ook te vertrouwen op een eerlijk proces.

De zes vallen overigens overwegend in de categorie 'kleine garnalen'. Het zijn meelopers, adjudanten, kleine militieleiders of 'vrijetijdsbeulen'. De grote namen houden zich nog verscholen. Maar hun invloed taant. Zo lijkt de Westerse politiek in Bosnië - een stapsgewijze ontmanteling van het imperium van Radovan KaradEÉc - zowaar succes te hebben.

De toestroom van verdachten trekt wel een zware wissel op de capaciteit van het tribunaal. Voor zover bekend zijn er nog 51 voornamelijk Servische gedagvaarden op vrije voeten en zitten 24 verdachten in het cellenblok van de VN in Scheveningen. Dat is nu vol. Volgens een woordvoerder van het tribunaal kan het echter moeiteloos het aantal cellen uitbreiden. Het zal moeilijker zijn de verdachten een redelijke tijdsduur voor hun proces te garanderen. Het tribunaal had tot dusver slechts één rechtszaal, binnenkort worden dat er twee. Tijdwinst valt te behalen in het verkorten van procedures. De eerste strafzaak, die tegen de Bosnische Serviër Duo TadiEÉc, duurde een jaar; zijn beroep loopt nog. Die trage procesgang heeft te maken met het experimentele karakter van de rechtspraak van het tribunaal, het eerste internationale oorlogstribunaal sinds Neurenberg. Maar nu de jurisdictie groeit, worden de strafzaken korter.

    • Coen van Zwol