Ontslag rechercheurs in Rotterdam wegens contacten met bende

ROTTERDAM, 6 MAART. Korpsbeheerder Peper heeft woensdag drie rechercheurs van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond ontslagen wegens het “langdurig onvoldoende distantie betrachten van personen die betrokken zijn bij criminele activiteiten”. De politiemensen zouden te nauwe banden hebben onderhouden met een bende hasjsmokkelaars die deze week voor de Rotterdamse rechtbank terecht staat. De bende wordt verdacht van de smokkel van tienduizenden kilo's hasj van Pakistan naar Engeland via Nederland.

De verdenkingen tegen de drie politiemensen dateren al van 1995. In opdracht van het Rotterdamse openbaar ministerie infiltreerden toen twee politieagenten uit Drenthe in de bende smokkelaars. Ze stelden vast dat er herhaaldelijk telefonisch contact was tussen de Rotterdamse politiemannen en bendeleden die een café in Brielle als hoofdkwartier gebruiken.

De ontslagen politiemannen werden aanvankelijk verdacht van de handel in soft- en harddrugs. Uit een onderzoek door de rijksrecherche is echter niet gebleken dat de rechercheurs, die zich inmiddels ziek hadden gemeld, zich daadwerkelijk schuldig hebben gemaakt aan drugshandel. De drie zijn indertijd een civiele procedure tegen de Staat gestart om rehabilitatie te krijgen. Deze procedure loopt nog. De rechercheurs zullen ook beroep aantekenen tegen hun ontslag.

Tot de ongebruikelijke infiltratie in het kader van het interne onderzoek bij de Rotterdamse politie werd besloten omdat er “ernstige vermoedens van corruptie” waren, zo verklaarde E. Oldengarm, chef van het infiltratieteam Noord van de regiopolitie Assen vorig jaar in deze krant. De verdenkingen rezen toen de Rotterdamse politie in 1994 begon met een omvangrijk hasjonderzoek onder de codenaam Operatie BBQ.

De toenmalige chef van de Rivierpolitie, H.G. van Unnik, heeft in een getuigenverhoor verklaard dat in de eerste drie weken van operatie BBQ uit telefoontaps bleek dat een van de twee vermoedelijke leiders van de hasjbende negen keer telefonisch contact had met een Rotterdamse rechercheur. De twee undercover-agenten kwamen in café Het Melkmeisje in Brielle behalve met de hasjhandel verdachte criminelen ook in contact met een van de drie ontslagen agenten.