Netanyahu doet het steeds beter

De Israelische premier Netanyahu is helemaal niet gevallen, zoals de oppositie niet lang geleden nog verwachtte. Integendeel.

TEL AVIV, 6 MAART. In Israel wordt nog slechts gefluisterd over de spoedige val van premier Benjamin Netanyahu. Het dramatische aftreden van de minister van Buitenlandse Zaken, David Levy, enkele maanden geleden heeft niet het door hem en anderen verwachte domino-effect gehad op de regeringscoalitie. Een meerderheid van een of twee stemmen in de Knesset drijft bedreigde coalitiepartners juist nog steviger in elkaars armen.

Netanyahu kende deze vuistregel van de Israelische politiek en lachte daarom hartelijk de zwartkijkers uit die de val van zijn regering voorspelden. Hij heeft niet alleen gelijk gekregen maar loopt volgens de opiniepeilingen van de laatste tijd de grote achterstand op de socialistische partijleider Ehud Barak in de strijd om het premierschap langzaam maar zeker in. Een peiling in het blad Ma'ariv geeft vandaag aan dat Barak onder de joodse bevolking nog slechts een meerderheid van 2 procent heeft. Het incalculeren van de Israelisch-Arabische stem vergroot die meerderheid tot 8 procent.

Barak heeft vandaag een emotioneel steentje bijgedragen tot de verdere afbraak van zijn positie als koploper in de peilingen. “Als ik een Palestijn was zou ik in een bepaalde fase zijn toegetreden tot één van de (Palestijnse) terroristische organisaties”, zei hij tijdens een deze week opgenomen tv-vraaggesprek dat vandaag wordt uitgezonden. De vraag die hem naar dit antwoord leidde, vond hij niet eerlijk en Barak vergat niet de Palestijnse terreur te veroordelen.

Met deze uitglijder heeft Barak Netanyahu een grote dienst bewezen. Zich identificeren met de beweegredenen van de Palestijnse tereur is voor een politieke leider die het volk wil overtuigen van de noodzaak tot een scheiding te komen tussen Israel en de Palestijnen buitengewoon onhandig. Het maakt geen indruk dat Barak zich vanmorgen verdedigde dat ex-premier Yitzhak Shamir, die hem scherp aanviel, “met zijn genen ook zou zijn toegetreden tot een Palestijnse terroristische organisatie”. Kopstukken van de Arbeidspartij hebben niet minder fel dan Shamir en andere Likud-politici Barak aangevallen voor het getoonde begrip voor de beweegredenen van de Palestijnse terreur. In de Arbeidspartij groeit de ontevredenheid over het leiderschap van Barak. “Met Shimon Peres aan het hoofd van de partij zouden we er beter voorstaan”, wordt gezegd.

Netanyahu komt steeds beter over doordat Israel al enige tijd gespaard is gebleven van terroristische aanslagen. Netanyahu eist daarvoor alle krediet op, hoewel de Palestijnse zelfmoordterreur ook onder zijn premierschap heeft toegeslagen in Tel Aviv en Jeruzalem. Gisteravond werd in Jeruzalem bekendgemaakt dat de inlichtingendienst Shin-Bet een Hamas-cel heeft ontmanteld die in 1997 verantwoordelijk was voor de dood van 22 mensen. Omdat dergelijke berichten steeds vaker in het nieuws komen en er ook sprake is van samenwerking met de Palestijnse politie, gaat de politieke winst ervan naar het leiderschap van Netanyahu.

Hetzelfde geldt voor zijn politiek tijdens de jongste Iraakse crisis. In het collectieve geheugen van de Israeliërs is blijven hangen dat Netanyahu Irak voor een niet-conventioneel antwoord waarschuwde indien president Saddam Hussein Israel met biologische of chemische wapens zou aanvallen. Hoewel de kans op een Iraakse aanval uiterst klein was, heeft Netanyahu dat gevaar met het oog op politieke winst aan het thuisfront uitvergroot. Daarvan plukt hij nu als een meer gerespecteerde Israelische leider de vruchten.