Nader onderzoek naar lage opkomst

DEN HAAG, 6 MAART. Staatssecretaris A. van de Vondervoort (Binnnenlandse Zaken) wil een onderzoek naar de motieven van kiezers om niet te gaan stemmen. Volgens haar wordt “te snel de conclusie getrokken dat een lage opkomst een teken van afgenomen betrokkenheid is.”

Bij de presentatie van het cursusboek Leden van de Raad nodigde Van de Vondervoort gisteren wetenschappelijke onderzoekers uit om op kosten van Binnenlandse Zaken het onderzoek te verrichten. “Om inzicht te krijgen in de onderliggende bewegingen van de burgers”, aldus de staatssecretaris. De cursus is een handleiding voor nieuwkomers in de gemeenteraad om snel vertrouwd te raken met de procedurele en praktische kanten van het raadlidmaatschap.

De staatssecretaris meent dat de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen niet los gezien kan worden van het contact dat burgers doorgaans met gemeenten hebben. “Men zegt altijd dat een lage opkomst een illustratie is van de afgenomen betrokkenheid bij lokaal bestuur. Maar burgers laten tussen de verkiezingen door veel meer dan voorheen van zich horen. Daar kan een verband liggen met de lage opkomst”, zei ze. “We moeten eens onderzoeken wat mensen beweegt om zich met het gemeentebeleid te bemoeien.”

De opkomst bij de woensdag gehouden verkiezingen was met 59,5 procent de laagste sinds in 1970 de opkomstplicht werd afgeschaft. Vooral in de grote steden bleven veel mensen thuis, in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven zelfs meer dan de helft.

Op basis van de uitslag van de raadsverkiezingen van woensdag blijkt dat ongeveer een derde van het huidige aantal zittende raadsleden wordt vervangen door nieuwe leden. Volgens de staatssecretaris is het zaak dat de raadsleden, zowel de oude als de nieuwe, proberen het contact met de burgers en dat met de hogere overheden te behouden en zelfs te intensiveren.