Luxemburgse 'Bokassa' in problemen

Luxemburg, de kleinste lidstaat van de EU, is sinds januari in de ban van politieke schandalen. Premier Juncker heeft al zijn energie nodig om zijn regeringscoalitie bijeen te houden.

LUXEMBURG, 6 MAART. Kettingrokend en zichtbaar vermoeid nam de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker eind vorig jaar vele complimenten in ontvangst voor de wijze waarop hij zes maanden lang de Europese Unie had geleid. Tijd om op adem te komen heeft hij sindsdien niet gekregen.

De 43-jarige premier, minister van Financiën en minister van Arbeid, staat onder de 390.000 koppen tellende Luxemburgse bevolking bekend als iemand die niet gemakkelijk iets overlaat aan een ander. Zijn christen-democratische partij heeft hij gewoonlijk stevig in de hand en met minister van Economie, Openbare Werken en Energie Robert Goebbels, het zwaargewicht onder de socialisten in zijn regering, heeft hij ook geen moeite. Toch is Juncker, die in een plaatselijk satirisch tijdschrift consequent als “dictator Bokassa I” wordt aangeduid, de afgelopen maanden iets van zijn greep op de Luxemburgse politiek kwijtgeraakt.

Gaston Thorn, erevoorzitter van de Luxemburgse christen-democraten en voormalig voorzitter van de Europese Commissie, kritiseerde onlangs in het openbaar - en dat is zeer ongebruikelijk - de aarzelende reactie van Juncker op de toegenomen politieke onrust. Nog problematischer is het ongenoegen binnen de socialistische partij over de opstelling van de socialistische ministers in de regering. Laat het socialistische partijcongres - dat komende zondag wordt gehouden - die ministers vallen, dan is het gedaan met Junckers regeringscoalitie.

Ondanks zijn jonge leeftijd is Juncker door de wol geverfd in de Luxemburgse politiek, die zich geheel afspeelt in een paar straten rond het groothertogelijk paleis en het parlementsgebouw. Hij bekleedt al sinds 1982 regeringsposten en is sinds 1995 premier. Maar een verwarde situatie als nu heerst, heeft hij nog niet eerder meegemaakt. Jean Asselborn, de door eigen partijgenoten veel dwarsgezeten voorzitter van de socialistische partij, vertelt dat Juncker op het ogenblik opzettelijk zoveel mogelijk zwijgt. Hij heeft de socialistische leden van zijn regering beloofd te voorkomen dat woorden van hem de stemming beïnvloeden op het socialistische partijcongres van zondag.

De Luxemburgse problemen begonnen eigenlijk vorig najaar, maar toen was vriend en vijand het erover eens dat de regering niet moest worden gestoord bij het voorzitterschap van de EU. Daarom voelde de regering de gevolgen van een ambtelijk rapport over “onconventionele financieringspraktijken” bij het ministerie van Volksgezondheid, pas in januari van dit jaar. Uit het rapport bleek dat wanneer het ministerie iets moest betalen waarvoor geen geld op de begroting was gereserveerd, de in Luxemburg uiterst ingewikkelde weg van een begrotingswijziging werd omzeild. Het bedrag werd uitbetaald aan een instelling die volgens de begroting recht op geld had, bijvoorbeeld een ziekenhuis. Vervolgens werd dat ziekenhuis gedwongen de rekening van het ministerie te betalen.

Luxemburg raakte in rep en roer over een praktijk die insiders allemaal kenden. De socialistische minister van Volksgezondheid, Johny Lahure, moest aftreden, evenals een tot zijn partij behorende hoge ambtenaar van het ministerie. De socialistische voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie die de zaak uitzocht moest ook aftreden, omdat hij zelf als voorzitter van de Alzheimer-vereniging aan de praktijk had meegewerkt.

Vervolgens bleek de christen-democratische minister voor het Gezin het verbod om meer ambtenaren aan te nemen te hebben omzeild. Externe instellingen betaalden ambtenaren met geld dat zij eerst van het ministerie hadden ontvangen. De socialistische minister van Openbare Werken bleek ook al van omwegen gebruik te hebben gemaakt om zaken die niet op zijn begroting stonden te financieren.

Abbes Jacoby, fractiesecretaris van Déi Gréng (de Groenen), wijst er fijntjes op dat Junckers persoonlijke verantwoordelijkheid als minister van Financiën, die met de controle is belast, tot nu toe nog niet aan de orde is gekomen. Bij de Demokratesch Partei (de liberalen) zegt secretaris Gusty Graas dat de premier wel erg slecht geïnformeerd moet zijn geweest als hij van de “onconventionele financieringen” helemaal niets heeft afgeweten. Tot nu toe is Juncker zelf officieel buiten schot gebleven. De liberale oppositie opereert voorzichtig. Als de crisis leidt tot het einde van de huidige regeringscoalitie, kunnen de liberalen de socialisten aflossen als coalitiegenoot van de christen-democraten.

Of er een einde komt aan veertien jaar rooms-rode coalitie in Luxemburg hangt af van een geheel andere kwestie. In Luxemburg worden ambtenaren beter betaald dan werknemers in de particuliere sector. Ze hebben ook betere arbeidsvoorwaarden. Ze mogen bijvoorbeeld nog altijd niet ontslagen worden. Maar bovenal hebben ze een betere pensioenvoorziening. Die pensioenen dreigen als gevolg van vergrijzing binnen twintig jaar onbetaalbaar te worden. Daarom wil de regering-Juncker de overheidspensioenen nu op hetzelfde niveau brengen als de pensioenen bij particuliere ondernemingen.

Ambtenaren verzetten zich tegen een verslechtering van de huidige pensioenrechten door middel van een overgangsregeling. De socialistische achterban, waarin de vakbonden van onder andere postbestellers en treinpersoneel sterk zijn, belooft zich op het partijcongres fel te verzetten tegen de pensioenplannen van de regering die door de partijleiding worden gesteund. Partijvoorzitter Asselborn durft de uitslag van de stemming niet te voorspellen.

Haalt de partijtop het congres niet over de streep, dan komen er vrijwel zeker vervroegde verkiezingen in Luxemburg. Die kunnen voor socialisten door de schandalen tot verlies lijden. Mochten de liberalen vervolgens in de regering komen, dan ziet het er nog niet goed uit voor Junckers pensioenplannen. De liberalen, met veel ambtenaren in hun achterban, voelen er niets voor.