Licht in de verf

In Europa is hij praktisch onbekend, de Amerikaanse schilder Alex Katz. De eerste grote presentatie van zijn werk in Londen bewijst hoe onterecht dat gebrek aan aandacht is: “Bij Katz zijn vorm en kleur op overtuigende wijze één.”

Alex Katz: 25 jaar schilderen. In de Saatchi Gallery, 98A Boundary Road, Londen. T/m 12 april. Geopend do-zo 12-18 uur. Catalogus, 230 blz., ƒ 75.

Wat Saskia was voor Rembrandt en Jacqueline voor Picasso, dat was Ada voor Alex Katz: muze, minnares, echtgenote, en de standaard voor schoonheid. Hoezeer deze kunstenaars ook van elkaar verschillen, de portretten van hun vrouwen hebben met elkaar gemeen dat deze vrouwen zó intiem door de schilders zijn gekend, hun portretten zijn zó nabij, dat het voor de beschouwer onmogelijk is de vrouw op het schilderij te zien zonder zich bewust te zijn van de schilder. Wie naar haar kijkt, ziet haar door zijn strelende ogen. Elk van de portretten is een liefdesverklaring. Daarom kennen we deze vrouwen bij hun namen.

Katz' Ada is koel en sereen. Terughoudend en in zichzelf gekeerd, misschien is het daarom dat haar portretten een melancholieke sfeer ademen. Zij is heel mooi, ook in werkelijkheid. Op foto's zien we een vrouw met een perfect symmetrisch, ovaal gezicht, zwarte ogen, zware, regelmatige wenkbrauwen, een grote mond met volle lippen, en dik, zwart halflang haar. Katz zelf, nu zeventig jaar oud, mocht er trouwens ook wezen. De allure van een filmster heeft hij. Afgaand op recente foto's, neemt hij, met zijn brede glimlach, nu nog iedereen voor zich in. Hij is een zondagskind dat zijn eigen weg gaat, tegen alle conventies in.

Katz is geboren in New York als zoon van Russische immigranten, zijn vader een koffiehandelaar en zijn moeder een actrice. Zij spraken thuis Russisch en Jiddisch tot Alex vier jaar oud was. Vanaf 1946 studeerde hij drie jaar schilder- en tekenkunst aan de Cooper Union Art School in New York. Al in de jaren vijftig vond hij zijn eigen stijl: grote frontale figuratieve voorstellingen die bij geen enkele stroming zijn in te delen. Op het eerste gezicht zijn het simplistische, bijna kinderachtige afbeeldingen van vrouwen in felgekleurde badpakken en met badmutsen, groepsportretten van brave jonge Amerikanen op het strand of op een cocktail party, afbeeldingen van dieren die regelrecht uit een kinderprentenboek lijken te komen, landschappen van kale bomen in de winter of tegen een maanverlichte lucht, en verder Ada, Ada en nog eens Ada.

Paraplu

Het is een wonder dat Katz in al die jaren dat het abstract expressionisme van Willem de Kooning en Jackson Pollock, Pop Art, en de strenge minimalistische abstractie van Kenneth Noland en later nog Robert Ryman, hoogtij vierden, toch door de Amerikaanse kunstwereld werd gewaardeerd.

In Amerika werden zijn grote schilderkunstige kwaliteiten al vroeg herkend, in de eerste plaats door mede-schilders als Robert Rauschenberg en Jasper Johns, met wie hij nog steeds goed bevriend is. Katz werd direct opgenomen in het galerie-circuit van New York. In Europa is hij vrijwel onbekend gebleven. In Nederland bijvoorbeeld, bevindt zich maar één werk van hem, dat min of meer toevallig terechtgekomen is in het Centraal Museum van Utrecht. De tentoonstelling in de Saatchi Gallery in Londen op dit moment, zijn eerste grote presentatie aan deze kant van de oceaan, laat zien hoe onterecht dit gebrek aan belangstelling is.

In Blue Umbrella (1972) neemt de blauwe paraplu bijna een derde deel van het beeld in beslag. Als een baldakijn, binnen egaal paarsblauw en van buiten licht grijsblauw, welft hij zich boven Ada. Zij draagt een rood met witte sjaal om het hoofd, een rood met blauwe das om de hals en een zwarte trenchcoat, zichtbaar tot aan de schouders, die vaker terugkomt in haar portretten. Ze draagt deze jas ook op foto's. Grote regendruppels, groter dan in het echt, vallen schuin naar beneden, evenwijdig aan de stang van de paraplu. Ze vormen een regelmatig patroon van verfstreekjes op het vlak, bijna als een decoratie die niets met de afbeelding heeft te maken. Alleen aan de uiteinden van de baleinen springen een paar druppels in tegengestelde richting. Katz schildert weliswaar figuratief, maar is geen illusionist: geen moment doet hij je vergeten dat het een schilderij is waar je naar kijkt. Hierin schuilt het mirakel van zijn schilderkunst. Het eerste wat je ziet is een voorstelling, en die is heel belangrijk, maar hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer de voorstelling verdwijnt. Het oog verliest zich gaandeweg in de rode strepen en ballen op haar sjaal, ritmisch dansende witte verfstippen in een warmrood, en in het zuiverste roze van de mond, de spleet tussen de lippen gewoon een streep die zich in de mondhoeken net iets verdikt. De wenkbrauwen zijn asymmetrisch, Katz 'deformeert' Ada's gezicht vaak, bijna op een kubistische manier. De ogen plaatst hij meestal ietwat scheef. Die deformatie brengt een prachtige spanning in het beeld. Een witte toets hier en daar doet de knopen glimmen, de neus oplichten, en de ogen glanzen; een donker toetsje voldoet voor het neusgat. De lijnen zijn trefzeker en gestileerd, zoals bijvoorbeeld bij de tekening van de oogleden. Toch is dit geen lineaire of tekenachtige schilderkunst, het is vooral vorm die gestalte krijgt door de kleur. Het is makkelijk gezegd, vorm die gestalte krijgt door kleur, maar hoeveel schilders worstelen hier niet hun leven lang mee? Bij Katz zijn vorm en kleur op overtuigende wijze één. Wanneer je meer afstand neemt is daar weer het beeld, de regendruppels zijn ook haar tranen, zij is zo kalm en treurig, de blik naar binnen gericht, onbereikbaar. Blue Umbrella is een modern devotiebeeld.

Alle schilderijen van Katz zijn meer dan levensgroot en hebben een monumentale zeggingskracht. Blue Umbrella bijvoorbeeld meet 244 bij 366 centimeter. De geportretteerden zijn letterlijk reusachtig. Dit maakt ze nog eens extra onbereikbaar, ook al kun je er met je neus bovenop komen. Katz' schilderijen hebben de impact van billboards in een drukke stad. Je kunt er niet om heen, Katz laat je geen tussenweg. Je houdt van zijn werk, of niet.

Zijn ambities reiken ver. Katz wil schilderijen maken die van deze tijd zijn, realistisch en onmiskenbaar van nu, en die tegelijkertijd aansluiting vinden bij de grote traditie van de schilderkunst. Het groepsportret is een genre dat een lange traditie heeft en tegenwoordig zeldzaam is. Katz heeft veel gekeken naar oude schilderkunst, naar de fresco's van de vijftiende-eeuwse Italiaan Piero della Francesca bijvoorbeeld. Die bewondert hij om zijn composities, om de verstilde manier waarop hij handelingen weergeeft, en om zijn beroemde lichtende kleurgebruik.

Katz' groepsportretten wekken in eerste instantie een lichte ergernis op. Wat moet je met die halfversteende poses, de vervreemding van die nadrukkelijke gebaren, die maffe stropdassen en jaren zeventig-puntkragen. Maar net als ik me af wil wenden, wordt mijn aandacht getrokken door de witte reflectie-vlekjes op een brillenglas. En vanaf dat moment is er geen houden meer aan: de horizontale streepjes op een overhemd tegen de verticale op het halsboord, het zeeblauw van een jasje tegen het lavendelblauw van een T-shirt, een steiger die als een vreemde groene krul het water in steekt, het draaien en wapperen van losse slierten haar en van linten aan een blouse, het licht- en schaduwspel op een wit jasje. En voortdurend door dat alles heen de sensatie van licht in de verf.

Nat-in-nat

Katz benadrukt in een interview in de catalogus dat zijn schilderkunst 'optisch' is. Zijn werk is niet schematisch, ontstaat niet uit een formule, maar uit een bepaalde geziene ervaring. Het vereist een snelle manier van werken, zeker als het om landschappen gaat. Het landschap is voor Katz een recent genre, iets van de laatste acht jaar. Hij maakt eerst talloze voorstudies ter plekke, in olieverf op masoniet (een paneel van geperst hout), op een ondergrond van gesso (een soort gips). De lichtvlek van de ondergaande zon op het wateroppervlak van een meer duurt ongeveer vijftien minuten, en dus komt Katz dagen achtereen terug op diezelfde plek op datzelfde tijdstip en maakt zijn studies op klein formaat. Totdat hij naar zijn idee het juiste beeld getroffen heeft, en dan transponeert hij de studie op het doek, in tekening, met behulp van kartons, net zoals de meesters in de Renaissance het deden. Want om de vluchtigheid van het moment en van het licht te bewaren, moet Katz snel en dun, transparant, schilderen. Hij schildert nat-in-nat, correcties zijn nauwelijks mogelijk, de kwast moet precies de juiste hoeveelheid verf bevatten, voor iedere bepaalde verfstreek van breedte en textuur ligt een kwast klaar. 'It's all a matter of rhythms and strokes', zoals Katz eenvoudig zegt. Zo ontstond bijvoorbeeld het prachtige schilderij May (1996), van ruim drie meter hoog en meer dan zes meter lang. Een meesterstuk van snelheid en virtuositeit dat een overweldigende sensatie oproept van bloesem, ijl groen blad en de wind ritselend daar doorheen.

Niet alleen Katz' stijl en beheersing van techniek zijn zeldzaam. Zijn intenties zijn het ook. Hij zoekt naar schoonheid. Hij vindt die in zijn woonplaats New York, en in het landschap van Maine waar hij een tweede huis heeft. Hij houdt van New York, van de mensen die hij daar ziet: “Ik woon in een stad waar elegantie en schoonheid belangrijk zijn, en dat is een van de dingen waar ik mij mee bezighoud. Sommige mensen vinden het moeilijk om te accepteren dat dit kunst is, elegantie en schoonheid. Zij willen sociale boodschappen zien, lijden, innerlijke uitdrukking, allemaal dingen waar ik niet in ben geïnteresseerd.” Dit zou de reden kunnen zijn waarom Katz in Europa is genegeerd. Maar een goede reden is het niet.

Sinds enkele jaren is Ada weg uit zijn leven. Er is nu Vivien. Eén van de mooiste schilderijen op de tentoonstelling is een drieluik, 200 bij 419 centimeter groot, getiteld January III. Een vrouwengezicht met vuurrode lipstick, paarse baret, en zwarte kraag met paarse bloemetjes, vult het middendeel, tussen twee delen van een landschap met mistig bomenbos. Alles is hier koel en raadselachtig. De dimensies van de vrouw zijn die van een godin, veel groter dan de bomen en tegelijkertijd nabij en veraf. Haar kleuren schitteren tussen de kale grijze stammen. Door de bomen heen schijnt een prachtig wazig winterlicht. Katz voegde hier twee thema's samen tot een groots geheel.