Kwesties steeds vaker verwoord in conflicttermen

In dit artikel worden gegevens gepresenteerd over twee perioden: 20 oktober 1993 tot 2 maart 1994, 649 artikelen (gestratificeerde steekproef) uit de vijf grootste landelijke dagbladen; en 20 oktober 1997 tot 4 maart 1998, 3.813 artikelen (alle politiek relevante artikelen) uit de vijf grootste landelijke dagbladen. Leeswijzer bij pijlenschema's: De dikte van een pijl geeft aan hoeveel aandacht een partij aan een opponent schenkt. De kleur van de pijl geeft aan of het om kritiek of steun gaat: zwart betekent kritiek, grijs geeft aan dat de aandacht varieert van lichte kritiek tot lichte steun en wit wijst op steun.

De gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen woensdag bieden een mooi moment om een vergelijking te maken tussen het politieke debat van nu en dat van vier jaar geleden. Ook van de vorige campagne zijn gegevens beschikbaar over het nieuws uit de dagbladen van 20 oktober 1993 tot aan de gemeenteraadsverkiezingen op 2 maart 1994. De vraag is allereerst wat de kwaliteit van het politieke debat nog is.

Wat opvalt is dat de aandacht voor inhoudelijk nieuws opnieuw is gedaald. In 1994 was tijdens de campagne voor de gemeenteraad nog 39 procent van het nieuws inhoudelijk van aard. Nu is dat gezakt naar 35 procent. Inhoudelijke meningsverschillen worden eerder vertaald in nieuws over conflicten. Zo onderstreept minister Melkert (PvdA) zijn stelling dat er in de oppositie weinig voor de minima valt te bereiken met de uitspraak: “Dan legt Bolkestein de benen op tafel en schuift hij nog een toastje met kaviaar naar binnen.” (Trouw 2 maart 1998).

Ook de machtsvraag (horse race) ligt, afgaande op dagbladen, al vroeg op tafel (16 procent in 1998 vergeleken met 9 procent voor de overeenkomstige periode vier jaar geleden). Onderzoekers zoals Kathleen Jamieson (Annenberg School of Communication, Philadelphia) menen dat politieke desinteresse, politiek cynisme en ook een lagere opkomst bij verkiezingen rechtstreeks voortvloeien uit de afname van het inhoudelijke gehalte van het politieke debat. Zonder inhoud houdt de kiezer afstand, hoe amusant het nieuws over politieke conflicten ook is. Zo bezien is de lagere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen geen verrassing, maar harde bewijzen voor de Nederlandse situatie ontbreken.

In vergelijking met het politieke debat in 1994 heeft nieuws over traditionele linkse onderwerpen (bijvoorbeeld minimumloon, huursubsidie; van 25 procent naar 18) en traditionele rechtse onderwerpen (financieringstekort, belastingen; van 25 procent naar 22) aan belang ingeboet. Het belang van allerhande overige issues is toegenomen van 49 procent in 1994 tot 54 in 1998. Ook dit wijst erop dat het voor de kiezer moeilijker wordt partijen inhoudelijk te onderscheiden. De aandacht voor rechtse onderwerpen is echter minder afgenomen dan de aandacht voor linkse onderwerpen. De grotere aandacht voor rechtse onderwerpen zal zelfs de minder betrokken lezers niet zijn ontgaan. De VVD, die traditioneel hamert op deze onderwerpen, heeft juist veel aanhang onder degenen die niet stemden voor de gemeenteraad, zo blijkt uit onderzoek van Intomart.

De VVD moet de hoog gespannen verwachtingen echter nog wel waar maken. Bij de gemeenteraadsverkiezingen kon het CDA zich handhaven, wellicht omdat de partij steunde op trouwe kiezers die in de afgelopen maanden nauwelijks nieuwe kritiek op het CDA vernamen. Als GroenLinks, SP, CDA en PvdA in de aanloop naar de Tweede-Kamerverkiezingen elkaars beleid met betrekking tot linkse onderwerpen onder vuur gaan nemen, is niet uitgesloten dat linkse onderwerpen de uiteindelijke campagne toch weer gaan domineren, zodat de VVD toch niet de vruchten kan plukken. Volgens onderzoek van Intomart is thans het groeipotentieel van de PvdA groter. Het feit dat het ter linker zijde van het politieke spectrum wat drukker is geworden zou wel eens kunnen inhouden dat de linkse onderwerpen wat meer dominant in het nieuws zullen komen de komende maanden.

Tot slot de aandacht voor partijen en politici. We zien dat het CDA in vergelijking met 1994 heel weinig aandacht in de media heeft gekregen. In 1994 was de deplorabele toestand waarin die partij zich bevond zeer regelmatig voorpaginanieuws (39 procent van het nieuws over de politieke partijen ging over het CDA). In 1998 wordt de huidige oppositiepartij weggedrukt in de media door PvdA en VVD (nog slechts 7 procent van de aandacht gaat naar het CDA). Het CDA zit in de luwte, maar kan ook nauwelijks een vuist maken.

De manier waarop een partij andere partijen bekritiseert of juist steunt laat iets zien van de strategie die zij hanteert. Uit de twee pijlenschema's valt af te lezen hoe sterk deze campagne verschilt van die van vier jaar geleden. D66 werd in 1994 slapend rijk. De tegenstanders lieten de partij met rust, bang als ze waren voor de populaire Van Mierlo. Het CDA richtte bijna al zijn pijlen op de PvdA, maar erg effectief was dit niet: de interne verdeeldheid gooide roet in het eten. Ook de VVD keerde zich voornamelijk tegen de PvdA, maar dan consequent kritisch. De PvdA stelde zich ondanks al deze kritiek voorzichtig op (staatsman Kok) en bekritiseerde alleen het CDA, de toenmalige coalitiegenoot.

In 1998 is er opnieuw veel onenigheid binnen de coalitie. Nu staan de PvdA en VVD als kemphanen tegenover elkaar. D66 wordt echter ontzien, misschien juist wel vanwege alle problemen waar de partij in terecht is gekomen.

Als de campagne analoog verloopt aan 1994 zal het inhoudelijk karakter van het debat in de loop van de komende weken nog verminderen en de aandacht voor het succes en falen van partijen toenemen. In 1994 gaven de gemeenteraadsverkiezingen via de media een duidelijk signaal af wie de grote verliezer was en dat had weer effect op de zwevende kiezer, die nu eenmaal verliezers mijdt. De uitslag van deze gemeenteraadsverkiezingen is voor wat betreft de grootste drie partijen wat lastig landelijk te interpreteren. Waarschijnlijk zal de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen daarom minder trendsettend zijn dan in 1994. Kok blijft een sterke troef van de PvdA. Alle kritiek op zijn functioneren ten spijt (deelname aan vredesmacht van de VN, onbehouwen kritiek op PG's, scherpe kritiek van de Hoop Scheffer en Wiegel), blijft het beeld van Kok als staatsman het nieuws domineren.