'Klachten over politie niet goed behandeld'

DEN HAAG, 6 MAART. De klachtenregeling over de politie werkt onvoldoende. Een “aanzienlijk” deel van de klagers krijgt zelfs minder vertrouwen in de politie door de wijze waarop hun klacht is behandeld.

Dit concludeert de Rijksuniversiteit Utrecht in een onderzoek dat in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie is verricht.

Sommige klachtenregelingen zijn volgens de onderzoekers zelfs in strijd met de Politiewet 1993 of met de bedoeling van de wetgever. Zo behoren klachten schriftelijk bij de burgemeester te worden ingediend en door hem te worden onderzocht. “Maar in de meeste regio's speelt de lokale burgemeester geen rol in de klachtbehandeling”, aldus de onderzoekers.

De ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat een “aantal conclusies reden geeft tot zorg”. Beide ministers willen binnenkort overleggen met de diverse organisaties van korpsbeheerders, korpschefs en hoofdofficieren van justitie over een verbetering van de klachtenprocedure.

Sinds de invoering van de Politiewet in april 1994 moeten alle regionale politiekorpsen, het korps landelijke politiediensten en de rijksrecherche een klachtenregeling hebben.

Volgens de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Utrecht en de Groep Beleidsonderzoek en Advies zijn in 1995 gemiddeld 136 klachten per politieregio ingediend.

De regio Rotterdam-Rijnmond kreeg de meeste klachten, Drenthe de minste. In de regio Haaglanden (Den Haag en omstreken) toonde 22 procent van de klagers zich tevreden over de toegankelijkheid van de klachtenprocedure.