Jezus

Sjoerd de Jong (Boeken 27-2-98) doet voorkomen dat het historisch onderzoek van het Nieuwe Testament (negatieve) 'resultaten' heeft opgeleverd. Nu is in deze materie het al dan niet met een (niet on)gelovige grondhouding lezen en dito wetenschapsbeoefening in sterke mate bepalend voor het resultaat. Bultmanns 'geschiedenis van de synoptische overlevering' hangt aan elkaar van veronderstellingen, waardoor de constructie weldra al even fantastisch als bedriegelijk wordt. Het gaat erom met welke bril men leest.

Zo zou de verzoeningsleer van Paulus afkomstig zijn. Maar wat dan te denken van de van Jezus weergegeven woorden 'dit is de beker van het nieuw Verbond in mijn bloed, dat vergoten wordt tot vergeving van zonden'? In verschillende vorm staan deze in de evangeliën centraal, namelijk in de laatste maaltijd én worden ze door Paulus vermeld, waarbij alleen Lukas, niet het oudste evangelie, dezelfde bewoording heeft als Paulus. Is het niet veel waarschijnlijker dat dit erop wijst dat Jezus zelf zijn eigen komende dood als zoendood heeft gezien? Door op te staan uit de dood heet Jezus dit te hebben bekrachtigd. Historiciteit van de opstanding als meta-fysisch arrangement is dus van het grootste belang voor het antwoord op de vraag naar de zoendood.