Hoe iedereen zijn greep op de Muur verloor; Door het oog van de naald

Rafael Biermann: Zwischen Kreml und Kanzleramt. Wie Moskou mit der deutschen Einheit rang. Ferdinand Schüningh, 799 blz. ƒ 112,-

Op 10 november 1989, de dag na de val van de Berlijnse Muur, kwamen de belangrijkste adviseurs van Michael Gorbatsjov tot de conclusie dat met geweld moest worden ingegrepen. De ambassadeur van de Sovjet-Unie in Bonn, Kvizinski, het hoofd van de internationale afdeling van het Centrale Comité, Falin, de persoonlijke adviseur voor buitenlandse betrekkingen van de partijsecretaris, Zagladin, en de opperbevelhebber van de 360.000 man Sovjet-troepen in de DDR, Snetkov: zij waren voorstander van een militaire interventie die de opening van de grensovergangen ongedaan moest maken. Maar hun leider volgde hun adviezen niet op.

Achteraf lijkt de val van de Muur het begin van een onstuitbare ontwikkeling die binnen een jaar naar de Duitse eenwording leidde. In zijn fascinerende monografie over de wijze waarop de Sovjet-leiding dit jaar onderging, maakt Rafael Biermann duidelijk dat de ontwikkelingen een hele andere wending hadden kunnen nemen, niet alleen op die tiende november. Zwischen Kreml und Kanzleramt is een geactualiseerde uitgave - helaas zonder register - van zijn proefschrift, gebaseerd op veel nieuwe gegevens die afkomstig zijn uit Oostduitse archieven, Sovjet-documenten en talrijke interviews met betrokkenen. Bovendien kon de in 1964 geboren Biermann uit zijn eigen waarnemingen putten. In het jaar van de eenwording was hij, hoewel toen pas 25 jaar oud, werkzaam in het Bundeskanzleramt.

Paradox

De rode draad door dit boek heeft het karakter van een paradox: steeds weer blijkt hoezeer Gorbatsjov een stempel drukte op ontwikkelingen die vervolgens aan zijn greep ontsnapten. En steeds weer, zo weet Biermann duidelijk te maken, werd deze trotse man gedreven door de ambitie stand te houden tegen binnenlandse en buitenlandse tegenstanders die in de Sovjet-Unie en Oost-Europa met harde maatregelen zijn project van perestrojka en glasnost om zeep wilden helpen.

In Oost-Europa leidde zijn politiek tot de erkenning van het recht op zelfbeschikking. Biermann onthult dat Gorbatsjov al in november 1986, anderhalf jaar na zijn aantreden als partijleider en nog voor de verschijning van zijn boek Perestrojka, de Oosteuropese leiders op een bijeenkomst van de economische samenwerkingsorganisatie Comecon te verstaan gaf dat zij voortaan op eigen benen konden en moesten staan. Deze vrijheid van keuze had in Hongarije en Polen hervormingen tot gevolg die de alleenheerschappij van de partij in het gedrang brachten. Bovendien bracht de bereidheid van de Hongaarse regering om de grens met Oostenrijk te openen een stroom van vluchtelingen uit de DDR op gang die voor het regime in Oost-Berlijn grote gevaren opriep.

Toen in augustus de Poolse president Jaruzelski op het punt stond een niet-communist tot regeringsleider te benoemen, begon de Roemeense partijchef Ceauscescu zijn collega's telefonisch te consulteren met de vraag of zij iets voelden voor een interventie van het Warschaupact in Polen. Vooral DDR-leider Honecker, maar ook diens Tsjechoslowaakse collega, bleek wel oren te hebben naar een dergelijke ingreep. Toen hij van het plan vernam, sprak Gorbatsjov er zijn veto over uit. Met zijn uitdrukkelijke instemming werd Mazowiecki premier van Polen. Biermann beklemtoont dat de Sovjet-leider in de vaste overtuiging handelde dat de hervormingen in Oost-Europa zich, evenals in de Sovjet-Unie, zouden ontwikkelen binnen het bestaande systeem en het communisme niet in gevaar zouden brengen maar juist zouden versterken.

Dat Gorbatsjov door de opening van de Muur compleet werd verrast, had hij mede aan zichzelf te wijten. Op 7 november had de DDR-leiding contact gezocht met Moskou om te overleggen over het niet langer te ontwijken besluit om het reizen naar de Bondsrepubliek te vergemakkelijken. Noch de Sovjet-leider noch een van zijn medewerkers was echter te bereiken: zij werden in beslag genomen door de festiviteiten rond de viering van de Oktoberrevolutie. Pas twee dagen later, op 9 november, kregen de Oostduitse autoriteiten contact met een lagere functionaris op het Sovjet-ministerie van buitenlandse zaken, die oordeelde dat zij zelf maar over deze kwestie moesten beslissen.

In een officiële verklaring verwelkomde Gorbatsjov de opening van de Muur als een moedige daad. In een telefoongesprek met Bondskanselier Kohl waarschuwde hij echter tegen een dreigende chaos en 'het forceren der gebeurtenissen'. Hij vreesde in eerste instantie vooral dat de Sovjet-troepen in de DDR het doelwit van volkswoede zouden worden. Toen Kohl drie weken later met zijn tienpuntenplan kwam, realiseerde Gorbatsjov zich dat de Bondsrepubliek aanstuurde op een eenwording die hij niet kon accepteren. Maar hij besefte ook hoe beperkt zijn mogelijkheden waren deze ontwikkeling te keren, vooral toen bleek dat de Verenigde Staten zich vrijwel zonder bedenkingen achter Kohl schaarden. Tijdens een ontmoeting met Bush, begin december op Malta, stelde Gorbatsjov met gelatenheid vast dat in Oost-Europa de vrijheid van keuze gerespecteerd moest worden.

In een knappe politieke analyse maakt Biermann duidelijk dat vooral de binnenlandse omstandigheden in de Sovjet-Unie een conflict met de Verenigde Staten voor de partijleider tot een hoogst onaantrekkelijke keuze maakten. De economische en politieke crisis in eigen land had zich in de tweede helft van 1989 toegespitst. Stakingen in de kolenmijnen dreigden uit de hand te lopen, de voorziening van consumptiegoederen liep gevaar en de inflatie was niet meer in de hand te houden. In een aantal randgebieden van de Sovjet-Unie zocht de ontevredenheid onder de bevolking een uitweg in de eis tot onafhankelijkheid. In november kwam Moskou in conflict met de communistische partij van Litouwen, die zich een maand later afsplitste en vrije verkiezingen uitschreef. Ook in Letland, Moldavië en Georgië dreigde afscheiding.

Tot november had Gorbatsjov gelaveerd tussen de hervormingsgezinde en de conservatieve stroming in zijn partij. De onrust bracht hem tot de overtuiging dat alleen ingrijpende veranderingen de groeiende crisis konden afwenden. In de loop van die maand begon hij openlijk met de revolutionaire gedachte te spelen het éénpartijsysteem op te geven. De opening van de Berlijnse Muur trof hem toen hij op het punt stond zich voluit aan het hoofd van de hervormingsgezinde vleugel in de CPSU te plaatsen. Zijn besluit af te zien van een militaire interventie hing direct samen met zijn conclusie dat de toekomst van de perestrojka om een vastberaden politiek naar veranderingen vroeg. Een conflict met de Verenigde Staten en de Bondsrepubliek zou al het prestige dat hij in het Westen had opgebouwd ongedaan maken en hem intern in de armen van de conservatieven drijven.

Zwartkijkers

In deze omstandigheden klampte Gorbatsjov zich vast aan de hoop dat de SED, de leidende partij van de DDR, na de opening van de Muur weer zoveel krediet bij de bevolking zou winnen dat zij leiding kon geven aan haar eigen perestrojka. De eenwording, zo verwachtte Gorbatsjov, stond voorlopig niet op de agenda, omdat de Oostduitse communisten nu een unieke kans hadden om de oppositie de wind uit de zeilen te nemen. Zijn adviseurs Falin en Kvizinski, die onmiddellijk de conclusie trokken dat het communisme na een veertigjarige praktijk van onderdrukking niet zo eenvoudig als vlaggendraagster van de nieuwe vrijheid zou worden geaccepteerd, werden als zwartkijkers in de hoek gezet.

Dat de verwachting van Gorbatsjov op illusies berustte, werd snel duidelijk. Begin december al moest Egon Krenz, die zes weken eerder Honecker was opgevolgd en op wie de Sovjet-leider zijn hoop had gevestigd, aftreden. Dagelijks trokken bijna drieduizend DDR-burgers naar de Bondsrepubliek en de SED dreigde de controle over de ontwikkelingen te verliezen. Gorbatsjov besefte dat hij geen middelen meer in handen had om het tij te keren en kwam in de loop van december tot de conclusie dat hij de zelfbeschikking van de Oostduitsers zou moeten respecteren, welke inhoud hun keuze ook zou aannemen. Het duurde toen nog ruim een maand voordat hij een meerderheid in het Politbureau had overtuigd van de in zijn ogen onontkoombare slotsom dat de Duitsers het recht moest worden gegund hun lot in eigen handen te nemen.

In de loop van februari ontbrandde in Moskou de discussie wat de internationale status van het toekomstige Duitsland zou moeten zijn. Uit het boek van Biermann blijkt dat Gorbatsjov en Sjevardnadze hun openbare afwijzing van de Amerikaanse eis dat Duitsland ook na de hereniging lid van de NAVO zou blijven, in de onderhandelingen al snel afzwakten. Tijdens besprekingen met minister van buitenlandse zaken James Baker bleken zij zich aangesproken te voelen door diens argument dat een Duitse eenheidsstaat die los zou staan van de NAVO, ook in de militaire bewapening een eigen weg zou kunnen inslaan. Ook lieten de Sovjet-leiders doorschemeren dat hun bezwaren niet tegen een Duits NAVO-lidmaatschap waren gericht. Zij vreesden vooral dat de Westerse mogendheden passief zouden blijven indien de Duitsers blijk gaven van de wens het Atlantisch bondgenootschap te verlaten. Wie, aldus hun bange vraag, hield er dan nog greep op Duitsland?

Handreiking

Biermann behandelt de kwestie van het NAVO-lidmaatschap in zijn hoofdstuk over de 'twee plus vier'-onderhandelingen, waarin de Bondsrepubliek en de DDR met de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk besprekingen over de internationale aspecten van de eenwording voerden. Helaas lijdt dit deel van Zwischen Kreml und Kanzleramt onder een volledigheidsdrang die een wel heel groot beslag legt op het uithoudingsvermogen van de lezer. Biermann toont zich ook hier op z'n best in een ontleding van de invloed die interne omstandigheden op het onderhandelingsgedrag van de Sovjet-leiding hadden.

In het voorjaar van 1990 bereikte de politieke crisis in de Sovjet-Unie een voorlopig hoogtepunt met de onafhankelijkheidsverklaring van Litouwen en Letland. Bovendien konden alleen massale voedselleveranties uit Duitsland een chronisch tekort in de voorzieningen beletten. De positie van Gorbatsjov als leider kwam onder druk te staan. Het leek dubieus of hij het 28ste partijcongres, dat voor juli op het programma stond, zou overleven. Toegeven aan de Westerse eis dat Duitsland na de hereniging lid moest blijven van de NAVO, was in die omstandigheden onmogelijk.

De Amerikanen en hun bondgenoten onderkenden het gevaar van een conservatieve terugslag in Moskou en de Verenigde Staten namen het initiatief tot een politieke verklaring van het bondgenootschap waarin de Sovjet-Unie niet langer als vijand werd bestempeld en samenwerking werd aangeboden. Die uitspraak hielp Gorbatsjov de oppositie op het congres te verslaan. Vervolgens reisde Kohl naar Moskou om toezeggingen te doen over vurig verlangde kredieten, waarna de Sovjet-leider instemde met het NAVO-lidmaatschap van een toekomstige Duitse eenheidsstaat. In de opvatting van Biermann, die Gorbatsjov ongegeneerd bewondert, betekende die concessie niet een aanpassing aan het onontkoombare, maar het volgende bewijs van een vaste wil om de oude koers te verlaten en ook dit recht op Duitse zelfbeschikking te aanvaarden als grondslag voor nieuwe verhoudingen in Europa.