Genocide in naam van de Kaiser

Roman Herzog is als eerste president van Duitsland op bezoek in Namibië. Bij aankomst noemde hij de genocide van 1904-1907 op het Herero-volk een “zwarte bladzijde” in de Duitse koloniale geschiedenis. De Herero willen echter meer dan woorden.

ROTTERDAM, 6 MAART. Kuaima Riruako, stamhoofd van de Herero, het op een na grootste volk van Namibië, heeft beloofd dat zijn mensen niet zullen demonstreren tijdens het vierdaagse staatsbezoek van de Duitse president Roman Herzog. De Herero-leider, tevens parlementslid, is al blij dat de Duitse gast hem wil ontmoeten, want toen kanselier Kohl in juni 1995 Namibië bezocht, weigerde deze een gesprek.

Kohl leek het liever te vergeten, maar aan het begin van deze eeuw richtte het keizerlijke Duitsland in zijn toenmalige kolonie Zuidwest-Afrika - sinds 1990 Namibië - een van de grootste moordpartijen aan uit de recente Afrikaanse geschiedenis.

De Herero, destijds een herdersvolk van 80.000 zielen, waren rond de eeuwwisseling ernstig verzwakt door een grote runderpestepidemie die het grootste deel van hun veestapel uitroeide. Om hun families te redden van de hongerdood zochten de Herero emplooi bij de groeiende gemeenschap van Duitse kolonisten. Die behandelden hen als beesten. Ranselpartijen en verkrachtingen waren niet van de lucht en moorden op Herero bleven ongestraft.

Op 12 januari 1904 kwamen de Herero in opstand. Binnen enkele dagen vielen ze afgelegen hoeven en nederzettingen aan en doodden ruim honderd Duitsers. Vrouwen, kinderen, missionarissen en Europeanen van andere nationaliteiten werden gespaard. Het was een gewelddadige, maar kortstondige rebellie die in de garnizoenssteden waar de Duitsers zich terugtrokken met machinegeweren tot staan werd gebracht.

Kolonisten eisten vergelding en het Duitse antwoord was moorddadig. Luitenant-generaal Lothar von Trotha vaardigde zijn beruchte Vernichtungsbefehl uit. Zijn troepen dreven de Herero naar de rand van de Kalahariwoestijn, waar ze voor de keus werden gesteld tussen vertrek of uitroeiing. Hele dorpen werden met de grond gelijkgemaakt en in twee jaar tijd werd 70 procent van de Herero-bevolking uitgemoord - 55.000 mannen, vrouwen en kinderen. Zo'n vijfduizend mensen trokken door de woestijn naar het Britse protectoraat Bechuanaland (het huidige Botswana). Hun nakomelingen keerden pas terug na de onafhankelijkheid van Namibië in 1990. De overlevende Herero in Zuidwest-Afrika werden tewerkgesteld als dwangarbeiders. Hun land en resterende vee werden geconfisqueerd, hun instellingen werden buiten de wet gesteld en traditionele riten en ceremonies werden verboden.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bezetten Britse troepen Zuidwest-Afrika vanuit de Kaapkolonie. In hun kielzog volgden duizenden Zuid-Afrikaanse boeren die de achtergebleven Duitse kolonisten kwamen versterken. De Herero moesten voortaan zien te overleven in dienst van blanke boeren of op de schrale landbouwgrond van de hun toegewezen reservaten.

Bij zijn aankomst in de hoofdstad Windhoek, woensdag, noemde president Herzog de genocide onder de Herero een “zwarte bladzijde in onze bilaterale betrekkingen”. De Herero-campagne zou “ongerechtvaardigd” zijn geweest en “een belasting vormen voor het geweten van iedere Duitser met historisch besef”. Tegen het dagblad The Namibian zei Herzog echter dat van excuses of herstelbetalingen geen sprake kan zijn, “omdat destijds nog geen internationale rechtsregels bestonden ter bescherming van opstandelingen en burgers”.

Stamhoofd Riruako eist genoegdoening in de vorm van speciale ontwikkelings- en onderwijsprogramma's voor de Herero, maar daar voelt Duitsland niets voor. Het erkent de wandaden van de koloniale autoriteiten, maar wil geen hulp geven aan afzonderlijke tribale groepen. Bonn neemt 30 procent voor zijn rekening van alle buitenlandse hulp aan Namibië. Herzog brak in Windhoek wel een lans voor zijn eigen 'stam'. Namibië, waar nog 5.000 nakomelingen van Duitse kolonisten wonen, zou met zijn taalpolitiek het Duits marginaliseren.