Foute gok

'Panorama Nederland' is dit jaar het thema van de Boekenweek, 'Stad en land in proza en poëzie'. Wat een prachtig thema, dacht ik toen ik dat hoorde. Mij zegt dat veel meer dan bijvoorbeeld het thema van vorig jaar, 'Mijn God'. Met God heb ik niets, met stad en land(schap) des te meer.

Met koeien in weilanden, bijvoorbeeld, en dan vooral als er net ter hoogte van hun rug een laag mist hangt. Stad en land, dat is ook oude vestingsteden als Willemstad en Naarden, dat is ook de 'nieuwe natuur' waar de otter en het wilde konikpaard het van de boeren hebben gewonnen. Dat is de trage choreografie van de witte windmolens langs het IJsselmeer, en de naar creosoot ruikende boerenschuren in de Zak van Beveland. Dat is het grootsteedse gevoel dat je in de schemering krijgt tussen de hoge gebouwen en het neon aan Amsterdams Zuid-as, met strepen van licht van trein, metro en auto's. Nergens zitten stad en land zo op elkaars lip als in dit dichtstbevolkte land ter wereld. De eeuwige machtsstrijd tussen stad en land - dat ís Nederland.

Al snel bleek dat ik met mijn enthousiasme tot een minderheid behoorde. In uitgevers- en boekhandel-land varieerden de reacties van lauw tot radeloos. Het Boekenweekmagazine is nog nooit zo goed ingekocht als dit jaar, liefst 155.000 exemplaren sloegen de boekhandels in. Maar dat kan ook betekenen dat de boekhandelaren dringend hulp behoeven bij de invulling van het thema. Dat invullen wordt bemoeilijkt door het feit dat er relatief weinig nieuwe, op het thema geënte boeken zijn verschenen. De uitgevers hebben gegokt op een mogelijke Elfstedentocht (het typisch Nederlandse ijs-landschap) en daarvan is het aanbod groot. Maar omdat het niet stevig vriest staan boeken als Hylke Speerstra's De Koude Erfenis, Sietse van der Hoeks Elfstedentocht en verzamelbundels als IJsvrij, de beste schaatsverhalen uit de Nederlandse literatuur, wat doelloos in de schappen.

De radeloosheid over het landschapsthema van de boekenbranche is, triest maar waar, symptomatisch voor onze verhouding tot het landschap. De steden breiden uit met structuurloze randen van woonwijken, winkelcentra, meubelboulevards en kantoorparken, de wegen worden breder, het nationale vliegveld breidt uit, er komt een hogesnelheidslijn en een Betuwelijn - en ondertussen moet de hoeveelheid natuur in ons land ook nog groeien. De hoeveelheid ruimte die per Nederlander wordt opgeëist, verdubbelt per generatie.

De machtsstrijd tussen stad en land woedt als nooit tevoren, maar gedekt door onze welvaart verstoppen we die onder een deken van èn-èn. Natuur èn meer vliegen, een Groen Hart èn meer auto's. Het resultaat is een karakterloze, toevallige mengeling van stad en land - een brij, niet stedelijk en niet landelijk, zonder contrast of helderheid. Geen wonder, begrijp ik nu, dat er in deze schemerzone weinig inspiratie te vinden was. Had het maar gevroren.