De kruisiging

Hoe werd Jezus gekruisigd? De evangeliën, zegt de Nieuwtestamenticus Graham Stanton in zijn boek Gospel truth?, 'geven geen informatie over de exacte manier waarop Jezus gekruisigd werd. Lucas 24 vers 39 laat echter doorschemeren dat de handen en voeten van Jezus aan het kruis genageld werden en Johannes 20 vers 25 en 27 verwijst expliciet naar de afdrukkingen van de spijkers in zijn handen.'

Sla je de genoemde bijbelplaatsen op, dan blijkt het in beide gevallen te gaan om berichten over Jezus na zijn opstanding. Wie niet geloven kan dat Jezus uit de dood verrees, heeft niet veel houvast aan die bijbelplaatsen. Zelfs echter als je wel gelooft in de opstanding, zijn die twee bijbelplaatsen verwarrend. In beide teksten wordt namelijk beweerd dat in de handpalmen van Jezus littekens te zien waren van de kruisiging. Vooral Johannes 20 is heel duidelijk. De ongelovige Thomas zegt: 'Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vingers niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven.'

Thomas wist wellicht, ofschoon hij zelf niet op Golgotha aanwezig was, dat men bij een kruisiging spijkers gebruikte. Naar littekens daarvan kan hij hebben uitgezien. De vraag is echter: bevonden zulke littekens zich dan in de handpalmen?

In de twee beschikbare bijbelteksten wordt daar voetstoots van uitgegaan. In vers 27 laat de evangelist Jezus namelijk tot Thomas zeggen: 'Breng uw vingers hier en zie mijn handen.'

Zie mijn handen?

Prof. Dr. J.P. Nater schrijft in zijn boek De dood is in de pot, Man Gods!: 'Een of twee soldaten hielden een arm vast aan de hand en aan de elleboog. Vervolgens dreef een ander een spijker, vierkant van doorsnede en circa 15 tot 20 centimeter lang, in de pols, tussen de handwortelbeentjes door. Een ervaren soldaat koos daarvoor precies de plaats waar de pols overgaat in de arm. De spijker ging dus niet, zoals meestal wordt afgebeeld, door de handpalm. De ervaring leerde namelijk, dat een doorgespijkerde handpalm het lichaamsgewicht niet kon dragen, zodat de hand in de lengterichting doorscheurde. Een spijker tussen de handwortelbeentjes door gedreven leverde dit probleem niet op. Door de pols loopt een zenuw, de nervus medianus. Als die door de spijker geraakt werd (wat meestal het geval zal zijn geweest) gaf dat zeer heftige pijnen.'

Met andere woorden: toen Thomas, daartoe in vers 27 uitgenodigd, zijn vingers in de wonden in de handpalmen van Jezus stak, had hij dadelijk moeten uitroepen: 'Ik begrijp hier totaal niets van. Als u gekruisigd was geweest, zouden daarvan nu littekens op uw beide polsen te zien moeten zijn, maar beslist niet in uw handpalmen.' Volgens Graham Stanton kunnen we uit archeologisch bewijsmateriaal opmaken dat de scepsis ten aanzien van de nauwkeurigheid van de verwijzingen van Lucas en Johannes naar het vastspijkeren van Jezus aan het kruis' weggenomen kan worden. Hij haalt de publikatie aan van een Israëlische archeoloog uit 1970. De vondst: beenderen van een jongeman die gekruisigd was. 'Het rechter hielbeen,' aldus Stanton, 'was doorboord met een ijzeren spijker en er werd gezegd dat er bewijzen waren dat de spijkers zijn pols en onderarm hadden doorboord.'

Met andere woorden: wat Stanton hier vermeldt, strookt met wat Nater in zijn boek zegt: de spijker werd niet door de handpalm gedreven, maar door de pols en onderarm.

De scepsis ten aanzien van de nauwkeurigheid van de verwijzingen van Lucas en Johannes kan dus allerminst weggenomen worden. In Lucas 24 vers 39 laat de evangelist Jezus zeggen: 'Ziet mijn handen en mijn voeten.' Had Lucas geschreven in overeenstemming met datgene wat wij weten over de kruisigingspraktijken dan had daar moeten staan: 'Ziet mijn polsen.' Dan was het door Stanton gebruikte woord nauwkeurigheid op z'n plaats geweest. Dit geldt eveneens voor Johannes 20 vers 25 en 27.

Het feit dat bij de kruisiging niet de handpalmen, maar de polsen door spijkers werden doorboord, werpt ook een onthutsend licht op de zogenaamde stigma's. In zijn boek Looking for a miracle zegt Joe Nickell: 'Stigmata typically take the form of wounds in the hands (as in John 20 : 25).'

Het schijnt dat Franciscus van Assisi de eerste is geweest die, twee jaar voor zijn dood, in 1224 aan zijn discipelen stigma's liet zien. In Fioretti, een vroeg werk waarin daden en woorden van Franciscus worden beschreven, lezen we: 'In de handen van Sint Franciscus begonnen de tekenen van de spijkers te verschijnen.' Wat reuze spijtig dat die stigma's op de verkeerde plek zaten, en daardoor als het ware des te duidelijker demonstreerden dat er hier van een vermakelijke vorm van (zelf)bedrog sprake was. Dat geldt ook voor al die andere, latere gevallen van stigmata. Die verschenen ten onrechte ook altijd in de handpalmen van nonnen en vergelijkbare dametjes. Ook op de zondagsschool heb ik vroeger jaarlijks in de lijdenstijd gehoord dat Jezus' handpalmen door spijkers doorboord waren. De moordenaars die naast hem hingen, zo werd ons daarbij altijd wijs gemaakt, had men met touwen aan het kruis vastgemaakt. Dit om te laten uitkomen hoeveel zwaarder het lijden van Jezus was geweest dan dat van de twee moordenaars. Wat lees ik echter in het boek van professor Nater: 'Het spijkeren van handen en voeten voerde sneller tot de dood en werd daarom als een minder gruwelijke methode beschouwd.' In beide gevallen zal het buitengewoon onaangenaam zijn geweest.