De bloeddrukmeter

'Know your number', zeggen de Amerikanen en daarmee doelen ze op het cholesterolgehalte, dat iedereen tegenwoordig op de hoek van de shopping mall voor een dollar via een prikje in de vinger door een apparaat kan laten meten. Dat cholesterolgehalte mag een belangrijke indicatie zijn voor het op termijn optreden van hart- en vaatziekten, het meten van de bloeddruk is ook niet onbelangrijk als het gaat om aanstaande beroerten, herseninfarcten, breuken in slagaders, nierfunctie-stoornissen of schade aan de ogen. Maar het meten daarvan is tot nu toe iets voor in de spreekkamer van de dokter en veelal geen aangelegenheid van de consument zelf.

De Britse predikant Stephen Hales (1677-1761) was botanicus en fysioloog, maar vooral 'meet- en regelneef'. Hij experimenteerde met plant en dier en vond een manier uit om het 'zweten' van planten te kwantificeren. Ook stelde hij vast in welke richting de sappen in gewassen stroomden, maar zijn belangrijkste werk ligt zonder twijfel op het vlak van de bloeddrukmeting. Hij was de eerste die de bloeddruk mat door lange stijgbuizen in een ader en een slagader van een liggend paard te steken om zo af te kunnen lezen hoe hoog de kolom bloed in de buizen stond.

Het is niet verwonderlijk dat die methode nog altijd te boek staat als de 'directe bloeddrukmeting'. Deze tamelijk klantonvriendelijke, invasieve manier is ook nu soms nog nodig als de meting uiterst precies moet zijn bij bepaalde operaties of tijdens de behandeling van een shock.

De Italiaanse arts Scipione Riva-Rocci ontwikkelde in 1896 de 'onbloedige bloeddrukmeting' die sindsdien nauwelijks verder is ontwikkeld. Een holle manchet - de 'moderne' versie heeft een klitterbandje - wordt met een pompje snel met lucht gevuld tot er een druk in is bereikt die hoger ligt dan de te verwachten systolische waarde, ook wel bovendruk genoemd. Het manchet is met een slang verbonden aan een kwikmanometer, die ook wel sfygmomanometer wordt genoemd naar het Griekse woord sphygmos (= pols). Door het drukkende manchet worden de bloedvaten in de bovenarm dicht gedrukt en is de polsslag niet meer voelbaar. Als de druk in het manchet langzaam afneemt door een ventieltje open te draaien komt er een moment dat die polsslag zich weer manifesteert. De spanning in het machet komt dan overeen met de bovendruk in de slagader van de bovenarm.

Deze manier van meten wordt de palpatorische meting genoemd en is verdrongen door een methode waarbij dokter of zuster de stethoscoop hanteert. Met die stethoscoop wordt de slagader in de elleboogsplooi beluisterd als het manchet gespannen staat. De 'herrie' die dan te horen is wordt het fenomeen van Korotkoff genoemd. Als de bovenarm wordt afgekneld is het stil in de stethoscoop, wordt de druk minder dan is de hartslag als ritmisch geruis waarneembaar. Bij nog lagere spanning worden klappende tonen gehoord. Die harde tonen worden zwakker en verdwijnen daarna helemaal als de druk in het manchet overeenkomt met de diastolische, of onderdruk wordt bereikt. Deze zogeheten auscultatorische meting is wat fijner dan die van Riva-Rocci, maar dateert ook al weer van 1905.

Probleem met die methode is dat de uitvoering en de interpretatie van de uitslag vaak te wensen overlaat. Een studie in het Amerikaanse artsenblad JAMA heeft aangetoond dat bij 21 procent van de patiënten die volgens zo'n onderzoek 'een licht verhoogde bloeddruk' hadden, later niets aan de hand bleek. In die gevallen bleek sprake van 'spreekkamerhypertensie'. Alleen de spanning al van het met opgerolde hemdsmouw tegenover een wit gejaste dokter zitten bleek al te leiden tot een verhoogde bloeddruk.

Maar er kan nog meer misgaan. Het manchet lekt of correspondeert niet met de dikte van de bovenarm, of de stethoscoop is defect. Het kan ook zijn dat de dokter de Korotkoff-geluiden niet goed hoort, daarop niet is geconcentreerd of getraind, of op voorhand al het idee heeft dat de patiënt al dan niet hoge bloeddruk heeft. De literatuur spreekt dan van subconscious bias.

Bij mensen met reumatische klachten is de klassieke meting ronduit pijnlijk en bij zeer corpulente types nauwelijks mogelijk, omdat de ader te diep onder het vet verborgen ligt om goed gehoord te kunnen worden.

Bij haastige mensen met stress is het regelmatig meten van de bloeddruk van nog meer belang dan bij de bedaagde sloffer, maar juist zij hebben daar weinig tijd voor. Zij vormen onder andere een doelgroep voor het bedrijf Oringe (consumentenlijn 0511-432577) in het Friese Suawoude, dat de Xanté BD400 heeft gelanceerd, een polsbloeddrukmeter. Het is een apparaatje van zo'n acht centimeter in het vierkant, dat inclusief de twee batterijen drie en half ons weegt. Het zorgt voor een volautomatische meting. Onderdruk, bovendruk en hartslag zijn na veertig seconden af te lezen op een dysplay en te vergelijken met een zevental eerdere metingen, die het in zijn geheugen heeft.

De Xanté werkt volgens de standaard oscillometrische methode - dus op grond van trillingen - voor automatische bloeddrukmeters. Nadat de polsbloeddrukmeter op zijn pols is gezet en op de startknop is gedrukt, blaast de electropneumatische pomp van de bloeddrukmeter de manchet op tot een vooringesteld drukniveau, waarbij de slagader wordt afgekneld. Hierna ontlucht de meter de manchet automatisch via een electronisch regelventiel heel geleidelijk tot die helemaal is ontlucht. Tijdens die ontluchtingworden de door de slagader veroorzaakte drukvariaties in het manchetgemeten. Deze variaties worden vervolgens vertaald in de boven- en de onderdruk.

Tijdens de meting wordt meteen ook de hartslag gemeten, die samen met de bovendruk en onderdruk wordt weergegeven in het afleesvenster (LCD). Doordat het apparaat geen ruimte laat voor twijfelachtige interpretaties leent het zich ook prima voor ziekenhuizen, verpleeg- en bejaardenhuizen. De prijs bedraagt 269 gulden, maar dat moet juist voor de zwaar gestresste yup geen probleem zijn.