Britse spoor te goedkoop verkocht

ROTTERDAM, 6 MAART. De Britse Conservatieve regering heeft ernstige fouten gemaakt bij de privatisering in 1995 van drie verhuurbedrijven van spoorwegmaterieel. Dat blijkt uit een voor de vorige regering vernietigend rapport door de Britse Rekenkamer, dat gisteren is gepubliceerd.

Bij de privatisering is de waarde van de te verkopen bedrijven veel te laag vastgesteld, waardoor de nieuwe eigenaren op eenvoudige wijze miljardenwinsten konden boeken door de bedrijven snel door te verkopen. Als gevolg hiervan is de Britse belastingbetaler zwaar benadeeld, zo stelt de Rekenkamer. Het rapport heeft tot veel beroering geleid in Groot-Brittannië, waar de afgelopen jaren regelmatig verhalen opduiken over de persoonlijke verrijking van managers als gevolg van de privatisering van overheidsbedrijven.

De huidige affaire draait om de verkoop van drie bedrijven die treinen verhuren voor de spoorwegen. Het ministerie van Transport ontving in 1995 voor de bedrijven Angel, Portersbrook en Evensholt in totaal 1,8 miljard pond (6,07 miljard gulden). Binnen een paar maanden verkochten de nieuwe eigenaren, onder wie de zittende directeuren, de voormalige staatsbedrijven door voor 2,65 miljard pond (8,9 miljard gulden).

De Britse Rekenkamer verwijt de vorige, Conservatieve regering in de eerste plaats dat zij de waarde van de bedrijven veel te laag heeft vastgesteld, blijkbaar omdat het kabinet veel vaart wilde zetten achter de privatisering. Daarnaast beschouwt de toezichthouder het als een ernstig verzuim dat er geen afspraken zijn gemaakt over een speciale winstbelasting bij snelle doorverkoop van de voormalige staatsondernemingen. De toenmalige regering had dat geweigerd omdat men dacht dat de opbrengst van de privatisering daardoor lager zou uitvallen.

Hoewel het rapport van de Rekenkamer volledig gericht is tegen de vroegere Conservatieve regering, is het huidige Labour-kabinet door de uitkomsten van het onderzoek onder sterke druk gekomen om de verdere privatisering van Britse overheidsbedrijven kritisch tegen het licht te houden.

Labour zit daarbij in een lastig parket: de partij is altijd fel tegenstander geweest van de grootschalige privatisering van overheidsbedrijven, maar kan nu nauwelijks meer afwijken van de ingeslagen weg.

Transport-minister John Prescott noemde de privatisering van de drie onderzochte spoorbedrijven gisteren “totaal onacceptabel”. De bewindsman komt, zo zei hij gisteren, in mei dit jaar met een nota waarin hij verder ingaat op de “vele problemen die de privatisering van het spoor heeft opgeleverd”.

Prescott blokkeerde deze week al onverwachts de voorgenomen verkoop van het spoorbedrijf Great Western, sinds 1995 geprivatiseerd, aan busmaatschappij FirstBus. De minister wil een harde toezegging van de nieuwe eigenaar dat de verwaarloosde dienstverlening op het spoor wordt verbeterd.