'Bied meer hulp aan bij psychisch leed'; Hoogleraar Schnabel bepleit gelijkwaardigheid aan zorg voor fysieke klachten

Moet de behandeling van een 'levensprobleem' even vanzelfsprekend worden als die van een gebroken been? Vandaag verscheen een manifest.

UTRECHT, 6 MAART. “Waarom zou je mensen die het koud hebben geen kachel geven”, zegt P. Schnabel, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg aan de Universiteit Utrecht en een van de opstellers van een vandaag verschenen manifest van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV). Schnabel c.s. vinden dat psychische problemen dezelfde aandacht en zorg moeten krijgen als nu al bestaat voor lichamelijke klachten. Volgens hen is er te veel 'verborgen psychisch leed'. “Er zijn zeker 180.000 mensen die zwaar aan de drank zijn”, zegt Schnabel. “Dat is een psychisch probleem. Die mensen hebben hulp nodig. Die krijgen ze niet, die willen ze vaak ook niet. De omgeving houdt zijn mond uit angst voor schending van de privacy. De geestelijke gezondheidszorg zou daar actief moeten ingrijpen.”

Anderen willen de groei van de geestelijke gezondheidszorg juist afremmen. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) pleitte onlangs in het rapport 'Geestelijke Gezondheidszorg in de 21e eeuw' voor een vernauwing van die zorg tot psychiatrische hulp bij zware gevallen. Net als bij lichamelijke gezondheidsproblemen zou de huisarts als een 'poortwachter' de doorverwijzingen moeten bewaken. De 'welzijnszorg', hulp aan mensen die in de knoop zitten maar niet lijden aan ernstige psychische ziekten als schizofrenie, zou het terrein zijn van anderen en niet uit de AWBZ moeten worden betaald.

Onzin, vindt Schnabel. “Het is toch ook niet zo dat je alleen naar de dokter mag als je hartklachten hebt? Er is een heel grote vraag naar hulp voor stemmings-, relatie- en werkproblemen. En er zijn oplossingen, dus waarom zou je daar niet in voorzien.” Schnabel acht veel huisartsen niet deskundig genoeg om op te treden als poortwachter voor de geestelijke gezondheidszorg. “Uit onderzoek blijkt dat ze bijvoorbeeld zware depressies nog altijd vaak niet herkennen en verkeerd behandelen. Ze hebben ook geen tijd voor een rustig gesprek. Een consult duurt gemiddeld maar acht minuten.”

Is het niet overdreven om mensen hulp te bieden bij het oplossen van levensproblemen? Vroeger deden ze dat zelf.

“Dat is niet waar. Als we iets weten van de verhalen van ouderen is dat vroeger nergens over gepraat werd. Men had natuurlijk ook veel minder antwoorden. Er waren geen therapieën, er waren geen pillen, er was geen geld voor zulke dingen. Mensen die vinden dat je zulke problemen zelf op moet lossen zorgen trouwens wel dat ze een goede therapeut hebben als ze zelf in de problemen komen. Ik word vaak genoeg gebeld of ik er een weet.”

Geef je mensen niet de illusie dat je al hun problemen kunt oplossen?

“Ik zeg niet dat je alles kunt oplossen. Maar ik vind het de omgekeerde wereld als je zegt dat mensen het allemaal maar een beetje zelf moeten doen. De lichamelijke gezondheidszorg kan ook niet alles oplossen. Het gebroken been wordt altijd als voorbeeld genomen, maar dat is een van de weinige dingen die technisch heel goed te genezen zijn. Waarom zijn er zoveel chronisch zieken en dementen?”

Toch ligt het met psychische problemen anders. Mensen kunnen afhankelijk worden van een therapeut die aardig luistert. Dat lost niets op.

“Je maakt mensen juist minder afhankelijk doordat je ze niet vast laat zitten in hun problemen. Neem de vrouw die fobisch is en al tien jaar haar huis niet uit durft. Die kan na behandeling weer zelf haar boodschappen doen.

Het valt reuze mee met die afhankelijkheid. De 11.000 bedden in psychiatrische ziekenhuizen zijn voldoende voor 35.000 opnames per jaar. De meeste mensen blijven daar niet eeuwig. Ook het beeld dat mensen eeuwig in therapie zijn klopt niet, de gemiddelde therapie duurt maar 20 tot 25 keer. Natuurlijk zijn er mensen die de neiging hebben om te shoppen. Maar die heb je in de lichamelijke zorg ook. Wat dacht je van de eeuwige zeur die altijd bij de huisarts zit en van poli naar poli trekt?

Hulp kan mensen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. Alleen dat al is belangrijk. Vrijwel alle suïcides hangen samen met psychische problemen. Dat zijn er 1.500 per jaar. Vergelijk dat met het aantal verkeersdoden: 1.200. En daarvan vinden we er elk een te veel en doen we van alles om het te voorkomen.''

Het vandaag verschenen manifest van het NFGV pleit voor een staatssecretaris voor de geestelijke volksgezondheid. Wat zou die moeten doen?

“Ik kan me een portefeuille voorstellen met alle psychische problemen waar de samenleving zich druk over maakt. Stress op het werk waar steeds meer mensen door afhaken, geweld op straat waar mensen heel bang van worden, onderwijzers die vastlopen in klassen vol onhandelbare kinderen, de toename van het drugsgebruik.

Of neem de traumatisering door bankovervallen, ook een heel groot probleem. Ik ken filialen die al drie keer zijn beroofd. De staf daar kun je met stoffer en blik bij elkaar vegen. Elk vreemd gezicht is een bedreiging. De psycho-traumazorg heeft er al veel aan gedaan om die mensen te helpen. Ook zijn er bijvoorbeeld programma's ter preventie van pesten op school. Het voorkomen van pesten is voor veel kinderen een paspoort naar een gezonder leven. Moet je hun dat onthouden?

Word je er beter van, dat is het criterium. Ik denk dat hulpverlening mensen altijd meer te bieden heeft dan het leed dat ze ervaren.''