Archief Loos moet terug naar erven

WENEN, 6 MAART. Het Weense museum Albertina moet het archief van de Oostenrijkse architect Adolf Loos (1870-1933) binnen twee weken aan de erfgename, Ester Maria Gonzales, teruggeven. Dat heeft de rechter gisteren beslist.

De Argentijnse Gonzales spande in 1996 een rechtszaak aan tegen de Republiek Oostenrijk die het archief in 1966 voor 60.000 Schilling (10.000 gulden) kocht, hoewel toen al bekend was dat de verkopers niet de rechtmatige eigenaren waren. Op last van de verantwoordelijke minister, Elisabeth Gehrer, is het archief vorig jaar tot 'cultureel erfgoed' verklaard en mag daardoor niet worden uitgevoerd. Al in januari 1977 weigerde Gehrer het archief aan de tweede erfgenaam, Adolf Opel, terug te geven, hoewel hij door alle instanties in het gelijk was gesteld. Gonzales, die onafhankelijk van Opel voor haar aandeel (50 procent) proces voert, heeft nu in eerste instantie gewonnen. De waarde van het archief wordt op maximaal vijftien miljoen gulden geschat.

Adolf Loos benoemde in 1922 zijn toenmalige echtgenote Elsie Altmann-Loos tot erfgename. Toen hij in 1933 overleed gaf zijn inmiddels gescheiden vrouw aan de kunsthistoricus en vriend van Loos, Ludwig Münz, opdracht het archief te ordenen. Zijzelf vertrok naar Argentinië. Elsie Altmann-Loos bepaalde dat de helft van het Loos-archief naar Adolf Opel zou gaan. De andere helft was bestemd voor haar dochter Esther Maria Gonzales. Maar het archief bleef in handen van Münz en zijn zonen verkochten het tenslotte aan het Albertina. Elsie Altmann-Loos hoorde toevallig van de geplande transactie maar protesteerde vergeefs. Ze overleed in 1984.

De directeur van de Albertina, Konrad Oberhuber, heeft aangekondigd tegen de uitspraak in beroep te gaan. “Toen wij het archief kochten was het materiaal in een erbarmelijke toestand. Alleen een museum heeft de expertise en het geld om het goed te bewaren. Wij hebben de tekeningen gerestaureerd. Loos zou er trots op zijn zoals het er nu bijstaat. Ik ben voor een schikking met de erfgename. Zij heeft recht op een vergoeding, maar de tekeningen horen thuis in een museum.”