Al is hij ver van huis, ze mogen Coronel nooit vergeten

Tom Coronel, autocoureur te Japan, staat te trappelen van ongeduld voor een rol in de Formule I, 's werelds grootste circus op wielen. “Mensen zullen zeggen dat we gek zijn, maar dit is wat we willen.”

TOKIO, 6 MAART. Met zijn vurige verlangen de eerstvolgende Nederlandse coureur in de Formule I te worden, heeft Tom Coronel niet het idee dat hij luchtkastelen bouwt. “Je moet altijd een doel stellen. Een doel op de rand van het mogelijke en het onmogelijke. Het is moeilijk om in de Formule I te komen, maar niet onmogelijk. We zijn op de goede weg.”

Als de 25-jarige Coronel de meervoudsvorm hanteert, spreekt hij mede over zijn manager Willi Weber. De Duitser behartigt de belangen van sterren als Michael Schumacher en Claudia Schiffer en omdat hij in Coronel een coureur met een grote toekomst ziet, heeft hij de Nederlander in zijn stal opgenomen. Niet voor het geld, weet Coronel. “Hij is niet geïnteresseerd om 100.000 gulden aan ene Tom Coronel te verdienen”, zegt de coureur. “Hij houdt van deze sport.” Beiden kennen elkaar sinds 1995, toen Coronel met Ralf Schumacher (FI-coureur bij Jordan) deel uitmaakte van Webers Duitse Formule 3-team.

Als opstap naar de Formule I tekende Coronel deze week in Tokio een contract bij PIAA, een team in de Japanse Formule 3000, ook wel Formule Nippon genoemd en eigendom van Satoru Nakajima, sportdirecteur bij het Formule I-team van Tyrrell. Met zijn handtekening verzekerde Coronel zich van de “beste preparatie” voor de Formule I. Op 19 april rijdt hij zijn eerste van tien Nippon-races, al op 22 maart staat zijn eerste van zeven races om het Japanse GT-kampioenschap op het programma, met een Honda NSX.

De afgelopen twee seizoenen reed Coronel Formule 3 in Japan. Vorig jaar bekroonde hij zijn Japanse avontuur met de titel, nadat hij in de zomer in Zandvoort voor 70.000 toeschouwers de Marlboro Masters op zijn naam geschreven had, een hoogtepunt in zijn carrière. Voor promotie naar de Formule I was de tijd echter nog niet rijp. Weber adviseerde Coronel nog een jaar in Japan te blijven. En voor Coronel is Webers wil wet.

Tot deze week was de toekomst van Coronel nog ongewis. Nooit eerder moest hij tot zo laat in het jaar op een 'stoeltje' wachten. “Wij leven altijd in onzekerheid, dat is een gegeven voor een autocoureur. Die onzekerheid zorgt ook voor een wisselvallige gemoedstoestand. Je hebt een jaar plezier en eind december heb je niks meer. Het zijn eigenlijk klussen die wij aannemen. En hoe hoger je komt, hoe spannender en hoe moeilijker het wordt. Het spel wordt ook op een hoger niveau gespeeld. Vandaar dat het prettig is dat Weber mijn belangen behartigt. Dit is mijn level niet meer. Hij kan dat wel aan.”

Het feit dat Jos Verstappen niet genoeg sponsorgeld op tafel kon krijgen om Formule I-coureur te blijven, boezemt Coronel geen angst in. “Ik houd me ook niet met het geld bezig. Dat doet Weber voor me, die gaat achter de bedrijven aan.” Coronel wijst erop dat Verstappen bewezen heeft dat een Nederlander zich staande kan houden in de Formule I. “Er rijden ook twee Finnen in de Formule I, Hakkinen en Salo, en vertel me nou eens wat Formule I met Finland te maken heeft? Niks. Ze hebben er niet eens een circuit.”

Een jaar geleden keek Coronel al met een schuin oog naar de Formule I. Weber adviseerde hem toen als een goede kennis, nog niet als zijn manager. Die “losse samenwerking” is verleden tijd. “Een paar weken voor de Masters hebben we concrete afspraken gemaakt”, zegt Coronel. “Hij is een gerespecteerd man in de Formule I.” Weber kan de kruiwagen zijn die Coronel de Formule I binnenrijdt, maar de Nederlander onderstreept dat de samenwerking geen garantie voor succes is. “Hij is geen tovenaar.”

Hoewel Coronel hoofdzakelijk in Azië zijn stuurmanskunsten etaleert, laat hij op gezette tijden in Europa laten zien wat hij kan. In augustus deed hij dat in Zandvoort tijdens de Marlboro Masters, een prestigieuze race waar de beste Formule 3-coureurs de krachten meten. “Ook al race ik ver weg in Japan, soms wil ik dichterbij huis laten zien waar ik mee bezig ben. Ze moeten mij niet vergeten. In Zandvoort heb ik de Nederlanders laten zien dat ze een goeie coureur hebben. Dat was mijn mooiste ervaring: voor 70.000 mensen bewijzen wat je wilt bewijzen.” In de slotfase nam Coronel de leiding over van de Fransman Sebastien Philippe. “Het publiek ging helemaal uit z'n dak”, herinnert de winnaar zich. Ook de coureur uit Huizen verkeerde in een roes nadat hij als eerste de zwartwit-geblokte vlag passeerde. “Ik herinner me niks meer vanaf het moment dat ik uit de auto stapte tot en met de persconferentie.”

Bijna had Coronel zich erbij neergelegd dat hij op het circuit van Zandvoort als tweede zou eindigen. “Ik had me voorgenomen op het podium te komen, om te laten zien dat ik bij de beste vijf Formule 3-rijders ter wereld hoor. Dat was met die tweede plek ook gelukt.” Maar in de jacht op de koploper kon Coronel zich toch niet met die gedachte verzoenen. In de Toyota-bocht, tot plezier van zijn toenmalige team (Tom's Toyota, red.), pakte hij de koppositie om even later als winnaar over de streep te gaan. “Instinctief haal je in, op het moment wanneer je het moet doen. Je moet risico's nemen. Dat is autoracen.”

De risico's van het vak kent Coronel maar al te goed. In een van de laatste races van het seizoen, vlak voordat hij het Formule 3-kampioenschap won, verongelukte een Japanse collega-coureur. “In het seizoen ervoor was hij een teamgenootje van me. We reisden samen en dat soort dingen. Je weet dat het kan gebeuren. Op zo'n moment word je weer eens met je neus op de feiten gedrukt. Mensen zullen zeggen dat we gek zijn, maar dit is wat we willen. Ik wil de rest van mijn leven blijven racen, en dan stop je niet, wat er ook gebeurt.”