Stemmen wordt moeilijk met zoveel quasi-sociologie

De kiezer heeft gesproken, de wonden worden gelikt. Niet alleen in het kamp van de verliezers, ook opiniepeilers zullen even geslikt hebben toen zij de uitkomsten zagen. Maar het is volgens Hubert Smeets de vraag of ze werkelijk geïnteresseerd waren in wat de kiezer daadwerkelijk heeft uitgespookt. Het heeft er alle schijn van dat de resultaten die binnenkomen eerst en vooral dienstbaar moeten zijn aan de extrapolaties van de computers van de opiniepeilers.

Waar is hier het buffet”, vroeg de kersverse Nederlandse staatsburger van Russische afkomst bij het betreden van stembureau 038 in Amsterdam. “En de goedkope producten”, voegde ze er voor de zekerheid aan toe. Ze mocht in Nederland voor het eerst stemmen. Ze had tot nu toe alleen ervaring in de Sovjet-Unie. Daar waren de stemlokalen indertijd kleine winkels-van-sinkels. Om het gebrek aan keus - een stem voor de partijman, de vakbondsfunctionaris, de lerares of de gepensioneerde sporter, het kwam tot 1990 op hetzelfde neer - toch nog wat kleur te geven, kregen de kiezers in het stembureau een glaasje sap en konden ze er wodka, cognac, snoepjes en worst kopen tegen afbraakprijzen. Op gewone dagen moest de burger voor deze 'producten' uren in de rij staan. Alleen op verkiezingsdagen werd de burger als volwaardige consument bejegend. Als ze Amerikaanse was geweest, had ze zich wellicht ook over deze Hollandse soberheid verbaasd. In de VS wordt de 'opkomstbevordering' her en der in de pollingstations eveneens via de maag geëntameerd.

Tot nu toe is over deze Amerikaans/Russische benadering van de kiezers in Nederland nogal lacherig gedaan. Stemmen is hier immers een 'burgerplicht'. En in deze plichtsbetrachting is geen plaats voor materiële beloning. Maar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van gisteren zou te denken moeten geven. De opkomst van nog geen zestig procent wijst op zich al in de richting van nieuwe verhoudingen tussen kiezer en gekozenen. Nog nooit sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1970 is de interesse van de kiezers zo laag geweest als gisteren. Dat de participatie in de grootste steden onder de vijftig procent is gedoken, spreekt helemaal boekdelen.

De Nederlandse politieke cultuur onderscheidt zich kennelijk steeds minder van de Amerikaans/Russische dan we vooralsnog durven denken. Dat het gisteren laat op de avond - vergeleken bij de prognoses eerder op de dag - nog een beetje meeviel, is eigenlijk vooral te danken aan minister Wijers van Economische Zaken. Zijn beslissing om de winkels, in het kader van de nakende 24-uurs economie langer open te houden, bleek cruciaal te zijn geweest. In Wijers voetspoor bleven gisteren ook de stembureaus een uur langer open dan normaal. En dat hielp. Tussen zeven en acht uur 's avonds kwam tien procent van de kiezers op, in Rotterdam zelfs een kwart van het electoraat. Deze Albert-Heijnisering van de stembus - de poldervariant van het Russische 'buffet' - heeft aldus voorkomen dat álle politici in het stof moesten voor de burgers met vrome beloftes over het overbruggen van de kloof tussen kiezers en gekozenen.

Toch is daarmee het probleem niet uit de wereld geholpen. Toegegeven, volgens VVD-leider Bolkestein bestaat het probleem helemaal niet. Een lage opkomst wijst niet op desinteresse maar op tevredenheid, zo zei hij vóór de raadsverkiezingen. Hij vindt de afstand tussen politiek en burger sowieso eerder te klein dan te groot. Maar of hij daar vandaag nog zo over denkt, is de vraag. Het teleurstellende resultaat van zijn partij is namelijk ook aan de eerder door hem bejubelde tevredenheid te wijten. Veel tevreden VVD'ers in spe stemden gisteren uit tevredenheid maar even geen VVD. Komende maanden moet hij deze tevredenheid dus actief mobiliseren, zijn eigen filosofische model ten spijt.

Een belangrijke rol hierin zal door de opiniepeilers worden gespeeld. Zij zijn de 'spin doctors' in de electorale strategieën van de verschillende politieke partijen. Twintig jaar geleden zijn zij begonnen met deze exegese der statistische feiten. Wat in 1976/77 begon als een verkapte vorm van campaigning - Maurice de Hond was in die jaren elke zaterdag bij het Vara-programma In de rooie haan te gast met nieuwe cijfers die wekelijks gunstiger voor de PvdA werden - is twee decennia uitgemond in een soort van marketingcatechisatie.

Nog voordat een stemlokaal open is, weten De Hond en zijn collega's al hoe de vlag er twaalf uur later bij zal hangen. Terwille van hun 'wetenschappelijke integriteit' verschaffen ze er meestal voor de zekerheid nog wel wat 'marges' bij. Maar dat mag de apodictische pret niet drukken. Brutaal ontkende De Hond vandaag dat hij met zijn voorspelling van de VVD-score de plank had misgeslagen. Zaterdag prognostiseerde zijn Bureau Inter/View de liberalen op 23 tot 28 procent. Het werd minder dan 21 procent, een verschil van 2,5 tot 7,5 procent met De Honds eigen 'marginale' reddingsboei. Maar dat deed er, met de feiten in zicht, ineens niet meer zoveel toe. De Hond gaf D66-leider Borst vanmorgen zelfs nog wat campagne-adviezen mee voor de komende Tweede Kamerverkiezingen.

De consequenties daarvan waren gisteravond op de televisie te aanschouwen. Gewapend met de wijsheid van de opiniepeilers werden al na een half uurtje de eerste politieke conclusies getrokken. Het CDA was op de weg terug, de VVD bleef wat achter, de PvdA moest weer eens een nederlaagje slikken, D66 werd gedecimeerd en GroenLinks en SP zouden de grote winnaars worden. Alleen de voorspelling voor de laatste drie partijen kwam uit. Het eerste politieke beeld bleef niettemin in tact. We moeten het wel eenvoudig houden, nietwaar.

De reden voor deze mediamieke vorm van bedrog is eigenlijk heel simpel. De meeste opiniepeilers lijken op de verkiezingsavond geen belangstelling meer te hebben voor de cijfers. De resultaten die binnenkomen moeten eerst en vooral dienstbaar zijn aan de extrapolaties van hun eigen computers. Wat de kiezers eerder op de dag daadwerkelijk hebben uitgespookt, is van later zorg.

En de televisiejournalistiek stinkt er in. Gisteravond was het zo pijnlijk dat je er welhaast naar gaat verlangen dat de opiniepeilers een paar dagen voor de verkiezingsdag hun mond houden, zoals moet in Frankrijk, Rusland en andere landen die wij minder geciviliseerd achten. Of naar rijk opgediste 'buffetten' in de stemlokalen, opgeluisterd met wat zang & dans uit de Endemol-stal. Want met quasi-sociologie, zoals gisteravond geëtaleerd, wordt het uitoefenen van de burgerplicht een welhaast té zware taak.