Shea laat gekste geluiden horen

AMSTERDAM, 4 MAART. Verbanden, daar praat de Newyorkse muzikant/componist David Shea het liefst over. Over de verbanden die hij in zijn werk onderzoekt, tussen traditionele en moderne muziek, tussen uiteenlopende genres, tussen muziek en film. Op het Rotterdamse Filmfestival speelde hij onlangs live zijn soundtrack bij de opzienbarende documentaire Dial H.I.S.T.O.R.Y. Vorig jaar was hij ook aanwezig op het festival, met een stuk dat muziek en film combineerde, een eerbetoon aan films uit Hong Kong. Aanstaande vrijdag zal hij dit opnieuw uitvoeren tijdens Tracks & Traces.

“De muziek was geïnspireerd door het kijken naar die films”, legt hij uit. “En er zaten veel samples uit de soundtracks in. Toen het af was, ging ik terug naar de films en maakte ik een collage van de scènes die mij hadden geïnspireerd.” De liefde voor films uit Hong Kong begon in zijn jeugd met Kung Fu-films. Shea: “Wat mij er zo aan intrigeert is dat ze heel eigen zijn, verbonden met de eigen identiteit, taal en cultuur, en tegelijkertijd volkomen commercieel en westers.”

In Shea's werk, dat voor een groot deel bestaat uit samples, komt muziek uit alle genres en windstreken voorbij; zo schakelt de soundtrack van Dial H.I.S.T.O.R.Y. moeiteloos over van country & western naar disco naar traditionele Oosterse muziek. “Ik probeer wel min of meer respectvol met de muziek om te gaan. Ik beschouw traditionele muziek niet als geluid, maar als iets met leven, met cultuur, met een geschiedenis. Vaak is het de combinatie van geschiedenissen die iets interessant maakt. In Duitsland neem ik vaak communistische, Oostduitse sportliederen, en zet ze op een Westduits bierdrinkliedje. Het is verbazingwekkend hoe mooi die twee samen klinken, terwijl de politiek en de achterliggende ideologie zo hemelsbreed verschillen.”

Shea beweegt zich vrij in heel verschillende muzikale omgevingen. Dat is altijd al zo geweest, vertelt hij. “Als tiener speelde ik in punkbands, en in ska- en jazzgroepen. Tegelijkertijd studeerde ik compositie enmuziektheorie op het conservatorium. Later werd ik DJ, in house- en hiphopclubs. De volgende avond stond ik ergens anders, met dezelfde draaitafels, experimentele geïmproviseerde muziek te maken. Daardoor kan ik gemakkelijk omschakelen. Op mijn tournees speel ik in technoclubs, rockzalen, jazzclubs, klassieke zalen... Het liefst treed ik op in theaters of filmzalen, omdat het publiek daar geen muzikale verwachtingen heeft. Ik kan de gekste geluiden laten horen en de reactie is: 'Hmm, interessant.' Als ik dezelfde dingen doe in een muzikale omgeving, denken ze dat ik gek ben.”

Shea wordt vaak betrokken bij initiatieven die proberen de experimentele eigentijdse elektronische muziek samen te brengen met dance-muziek. “Het waren altijd gescheiden werelden”, zegt Shea, “je ziet nu meer openheid. Maar dance-muziek is in feite nog steeds heel conventioneel. Alleen hoor je nu gekke geluiden op de beats die er altijd al waren. Dat is geen echte invloed vind ik, het is meer een toegevoegd smaakje. Het gebeurt maar zelden dat de gekke geluiden overheersend worden, de structuur gaan bepalen.”

Een synthese tussen beide werelden is niet per se wenselijk of nodig, vindt Shea. “Ik denk niet dat het probleem van dance-muziek was dat het vreemder en kunstzinniger moest worden, noch dat het probleem van eigentijdse klassieke muziek was dat het dance-beats nodig had. Het samenbrengen van die twee kan veel van de schoonheid en puurheid wegnemen die die dingen juist zo goed maakten. Je moet rekening houden met de oorspronkelijke bedoeling van de muziek. Een vaak voorkomende denkfout is: 'dance-muziek zou pas ècht fantastisch zijn als het intelligenter was', of: 'als popmuziek nou net wat intellectueler was, zou het geweldig zijn'. Maar één van de beste popsongs ooit is Surfin' Bird, 'Papa oom mow mow, papa oom mow mow!'. Dat is een geniaal stuk muziek - juist door de stompzinnigheid ervan.”