Sellars maakt Oedipus tot christenheld

Voorstellling: Oedipus Rex en Psalmensymfonie van I. Strawinsky door de Nederlandse Opera en Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk. Regie: Peter Sellars. Gezien: 4/3 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 30/3.

De Nederlandse Opera begint met Oedipus Rex en Psalmensymfonie aan een Strawinsky-cyclus, die regisseur Peter Sellars de komende seizoen voortzet met ensceneringen van The Rake's Progress en een compilatie van de korte 'bijbelse stukken'. Die laatste voorstelling zal ook gaan in Salzburg, waar Sellars in 1994 een enscenering maakte van Oedipus Rex & Psalmensymfonie, die hier nu gaat in een nieuwe versie, waarbij decor en kostumering zijn aangepast.

Sellars' combinatie van Oedipus Rex en Psalmensymfonie lijkt bijna een samenvatting van het tijdperk-Pierre Audi in het Muziektheater. Het decor is van het Oostenrijkse architectencollectief Coop Himmelb(l)au, dat in de vorm van een stalen brug boven de scène een citaat levert van de overspanning van Audi's eerste enscenering - Monteverdi's Il ritorno di Ulisse in patria - en van de bakken met adventure seats die nu boven zijn Ring-produkties hangen.

Het optreden van Chris Merritt als Oedipus verwijst naar zijn rol van Aron in de fameuze Amsterdamse produktie van Schönbergs Moses und Aron. Tl-buizen herinneren aan Sellars' Amsterdamse enscenering van Debussy's symbolistische Pelléas et Mélisande. En het koor, dat is gestoken in wit-rode kostuums - de Ajax-kleuren - lijkt weer te verwijzen naar Ajax, het rode theater dat Sellars bracht in het Holland Festival.

Het is geen wonder dat tussen Audi en Sellars zoveel overeenkomsten zijn te onderkennen: beiden houden zich immers bij voorkeur bezig met tijdloze, mythische en klassieke onderwerpen. Beiden benadrukken in hun ensceneringen het universele, het menselijke dat in alle tijden nooit verandert.

Audi en Sellars doen dat wel elk op eigen wijze. Audi benadrukt het tijdloze door de personages voor te stellen als archetypes. Sellars doet dat door te actualiseren, door archetypes te tonen als hedendaagse mensen in een ruimte-tijdcontinuüm. Eeuwen vallen weg, afstanden bestaan niet meer. Oude Grieken worden niet alleen tijdgenoten, maar ook mensen die men net zo goed op straat kan treffen: zwervers en daklozen als evenbeelden van Oedipus.

Oedipus is hier een keurige koning in grijs kostuum. Dan komt de ooit voorspelde noodlottige waarheid boven: Oedipus heeft zijn vader Laios gedood op het kruispunt van drie wegen en is met zijn moeder Jokaste gehuwd. Oedipus steekt zich dan de ogen uit en verlaat voor eeuwig Thebe, op zijn zwerftocht als balling in de barre wereld begeleid door zijn dochters Antigone en Ismene.

Strawinsky zelf zat in zijn neo-klassieke periode met zijn ideeën over de enscenering van Oedipus Rex (1927) enigszins op de lijn van Audi, door uit te gaan van archetypes. Maar Strawinsky ging veel verder: hij gebruikte teksten in de 'dode' taal Latijn, hij wilde een algehele formalisering van het visuele theater, een statisch toneelbeeld met Griekse tempels, personages met maskers, die hen van hun menselijke individualiteit beroven.

Strawinsky had geen belangstelling voor de mens Oedipus, hij wilde door de statische presentatie illustreren hoe de mensen onmachtig zijn in te grijpen in het spel dat de goden met hen spelen. Zó zagen we het ook in de legendarische Holland Festival-voorstelling in 1982 in de rechtlijnige zwart-wit-regie van Harry Wich.

Sellars verwijt Strawinsky zijn hang naar zuiverheid en de volmaakte vorm, ontdaan van persoonlijke inhoud. Sellars corrigeert die extreme Strawinsky hier op alle mogelijke manieren en bereikt daarin het andere uiterste. Hij vervangt het formalisme van de maskers door de koorzang te laten begeleiden door de gebarentaal voor doven. Hij gooit de tekst van Jean Cocteau met de explicatie in de eigen landstaal van het publiek weg. Strawinsky had daaraan overigens zelf een grote hekel vanwege het overmatige sentiment.

Sellars schreef zelf een nog veel sentimentelere nieuwe tekst die hij in de mond legt van Antigone. Zo wordt de buiten de handeling staande explicator vervangen door een nieuwe participant in het drama. Na Oedipus Rex verandert Antigone ineens in een bezielde voorgangster uit een Amerikaanse baptistenkerk met uitroepen in de sfeer van 'Praise the Lord!', waarna de Psalmensymfonie functioneert als een in trance gezongen epiloog bij Oedipus Rex. Dat roept zelfs een verschijning op van Oedipus op de brug. Sellars illustreert daar zijn nieuw gemaakte bijbelwoorden: 'Wie zich vernedert, zal worden verhoogd' en 'Wie blind is, zal het licht zien.' Oedipus wordt met tl-lampen naar de hemel gevoerd en Ismene doet nog een dansje.

De muzikale en vocale uitvoering onder leiding van Hans Vonk staat op één lijn met Sellars' diepmedemenselijke opvattingen. De onverbiddelijke Strawinskyaanse puurheid van strenge strakheid en klare klank is hier veelal vervangen door gevoeligheid, vibrato en emotievolle expressie in de impressionistische laatromantiek die Strawinsky overwoekert.

Binnen de hier geëtaleerde opvattingen is de uitvoering zeker op niveau: Elaine Tse (Antigone) is een actrice met een bijzondere dictie en frasering. Chris Merritt is een hoorbaar tot het uiterste gekwelde Oedipus. De altijd opmerkelijk zingende Willard White heeft drie rollen. Als Kreon is de broer van Desert Storm-generaal Norman Schwarzkopf. Als Tireisias lijkt hij op inspecteur Columbo, verder is hij nog een bode. Lorraine Hunt is een fraai zingende en erg moederlijke Jokaste. Het koor is voortreffelijk.

Maar voor het overige: dit is Sofokles in New Age-tijd. Ik heb niets tegen religie in theater en muziek, tegen ideeën over geloof en moraal als referentie. Maar ik heb bezwaar tegen het wazige en warrige verbinden van alles met alles. Sellars roert en stampt en klutst tragedie en religie tot hutspotsoep. Ik ben wel liberaal, maar als zodanig juist ook recht in de leer. Dat softe pantheïsme en die weeë christelijke naastenliefde, die ons met Oedipus als voorbeeld oproept om de Heer te loven, wekt bij mij weerzin.