Rotterdam; Weer even links als acht jaar geleden

De linkse partijen behaalden grote winst in Rotterdam; extreem rechts is weggevaagd. 'Een overwinning voor stad en coalitie.'

ROTTERDAM IS WEER even links als in 1990 en uiterst rechts is er weggevaagd. De PvdA kreeg gisteren vijftien zetels, drie meer dan in 1994, en blijft de grootste partij. De verwachte winst van de VVD bleef beperkt: de liberalen hebben in de nieuwe raad negen zetels, een winst van drie. Uiterst rechts - CD en CP'86, die samen zes zetels hadden - keert niet terug in de nieuwe gemeenteraad, die 45 leden telt. D66 werd meer dan gehalveerd en het CDA bleef gelijk.

Behalve de PvdA wonnen ook andere linkse partijen. De Socialistische Partij krijgt vier raadsleden (drie meer dan in de oude raad) en GroenLinks ging een zetel vooruit, van drie naar vier. In percentage van het aantal stemmen is de SP zelfs iets groter dan GroenLinks. D66 was de grote verliezer: drie zetels in plaats van zeven in de oude raad. De linkse partijen inclusief D66 hebben in de nieuwe raad ongeveer evenveel zetels als in 1990, toen de PvdA met 18 zetels nog sterk domineerde. Van de kleine partijen behaalde de Stadspartij twee zetels en een nieuwkomer, Ouderenunie 55+, een zetel.

De opkomst bleef met ruim 49 procent onder het landelijk gemiddelde en was ruim zeven procent lager dan bij de raadsverkiezingen vier jaar geleden, maar een procent hoger dan in 1990. De opkomst onder de allochtone kiezers bedroeg volgens de eerste voorlopige berekeningen circa 30 procent. Rotterdam kent ongeveer 240.000 allochtonen op een totaal van bijna 600.000 inwoners, van wie de helft stemgerechtigd is.

PvdA-lijsttrekker Hans Simons, wethouder van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zei dat de sterke groei van de SP, de bescheiden groei van GroenLinks en de 'onverwachts grote' winst van de PvdA een “indicatie geeft voor het type program dat het electoraat wenst na de herkenbare sociale politiek die de afgelopen vier jaar is gevoerd”. Het nieuwe college van B en W moet inzetten op versterking van de lokale economie en een krachtig sociaal beleid, aldus Simons. “Dat hoeft niet een paarse coalitie te zijn, ook andere combinaties zijn mogelijk”, zei de PvdA-leider, die het overleg over de vorming van een nieuw college van B en W de komende dagen gaat leiden.

Burgemeester Peper (PvdA) toonde zich ingenomen met het verlies van uiterst rechts dat vier jaar geleden 14 procent van de uitgebrachte stemmen kreeg en nu nog maar ruim 2 procent. Volgens Peper is gebleken dat een 'open houding' en optreden tegen 'abnormaal gedrag' effectiever is dan negeren. Peper heeft CP'86 twee keer het gebruik van de fractiekamer verboden, onder meer nadat wethouder Herman Meijer (GroenLinks) door een CP'86-lid was aangevallen. “Ik ben blij dat het gajes uit het stadhuis verdwijnt”, was de reactie van Meijer.

Peper noemde twee redenen voor het verdwijnen van uiterst rechts. De eerste is het geïntegreerde veiligheidsbeleid, waaronder het verwijderen van 'Perron Nul', de gedoogplaats voor drugsverslaafden bij het Rotterdamse Centraal Station en de aanpak van de sociale problemen. “Bezoek aan wijken met sociale problemen, je laten zien, heeft ook een gunstige uitwerking.” Hij veronderstelde dat een deel van de rechtse proteststemmen naar de SP is gegaan, “al hebben ook de PvdA en de VVD een deel van deze markt opgesnoept”.

De opmars van uiterst rechts leidde in 1994 in Rotterdam tot een 'regenboogcoalitie' van PvdA, CDA, VVD, D66 en GroenLinks. CDA-lijsttrekker Sjaak van der Tak noemde de uitslag van gisteren “een overwinning voor de stad en de coalitie die iets heeft weggevaagd”. De meeste partijen zijn nu voor vorming van een college met minder partijen. Meijer (GroenLinks), die de “versterking van links als geheel” verrassend noemde, sprak zich uit voor een college van PvdA, CDA en GroenLinks. “Een fraaie combinatie en buitengewoon werkbaar.”

VVD-leider Wim van der Stek, die binnenkort van Zeewolde naar Rotterdam verhuist, meent dat zijn partij, “met 50 procent winst aan zetels”, eveneens een bijdrage aan het stadsbestuur moet leveren. “Ik zie niet in waarom wij niet welkom zouden zijn.” Peper wees erop dat de claim van Van der Stek, dat de VVD de volgende burgemeester van Rotterdam moet leveren, er gezien de uitslag niet sterker op is geworden. “Nog afgezien van het feit dat ik er nog ben.” Peper beëindigt in 2000 zijn derde en waarschijnlijk laatste termijn als burgemeester.

D66-lijstaanvoerder wethouder Den Oudendammer noemde het verlies van zijn partij “akelig omdat het steeds optreedt als we meeregeren”. Volgens Den Oudendammer kan D66 desondanks best deelnemen aan een nieuwe coalitie. “In het aftredende college had GroenLinks met drie zetels een wethouder. Waarom zou dat dus niet kunnen voor D66 dat nu met drie afgevaardigden in de raad is vertegenwoordigd?”

Naar aanleiding van de lage opkomst zei Peper dat de stembureaus voortaan om zeven uur 's ochtends open zouden moeten gaan in plaats van acht uur. Tussen 18 en 20 uur hebben gisteren “onvoorstelbaar veel mensen gestemd”, aldus de burgemeester. De openstelling van de stembureaus moet worden aangepast aan het arbeidsritme in de huidige samenleving, meende hij. Nog beter acht hij stemmen op zondag, zoals in de ons omringende landen. “Nederland is ouderwets in het faciliteren van het recht om te kiezen.”