Rabobank expandeert met grote overgave

De Rabobank maakt een sterke groei door, zeker op beleggingsgebied. Op soms tegendraadse wijze doet de bank wat zij goed kan: een appeltje voor de dorst vormen.

UTRECHT, 5 MAART. Inkomsten: 20,7 procent hoger. Kosten: 20,7 procent hoger. Bedrijfsresultaat: 20,8 procent hoger. Van achter uit de zaal op de zesde etage van het Rabobank-hoofdkantoor zwelt het gegrinnik aan. De zoveelste glimlach vult het gezicht van voorzitter drs. H. Wijffels van Rabo's hoofddirectie. “Het lijkt misschien op iets anders, maar dit is echt de uitkomst van hogere rekenkunde.”

In tegenstelling tot beursgenoteerde financiële instellingen als ABN Amro en ING stuurt de coöperatieve Rabobank haar winstgroei niet op de beoogde stijging van de winst per aandeel. De Rabobank heeft geen beursnotering en dat zal er op afzienbare termijn ook niet van komen, verzekerde Wijffels, ook niet als stunt bij het honderdjarig bestaan dit jaar.

De exact gelijke stijging van de opbrengsten en de kosten berustte op louter toeval. Hoewel toeval? De Rabobank, de grootste bank in de Nederlandse agrarische sector en in het midden- en kleinbedrijf, expandeert met een overgave die de economische groei in Nederland en Europa ver te boven gaat. De groei weerspiegelt de opmerkelijke bewegingen in de financiële economie: 'campinghausse' op de effectenbeurs, voortgaande prijsstijgingen van huizen, uiterst comfortabele inkomensgroei bij veel mensen met een baan (bonussen, aandelenopties van de zaak).

Gemiddeld lag de groei van het zakenvolume de laatste tien jaar bij de Rabobank op een procent of acht, vorig jaar waren dubbele cijfers de norm. Twintig procent meer spaargeld, deposito's en tijdelijk gestalde liquide middelen van bedrijven (212 miljard gulden). Bijna 19 procent meer kredietverlening (woninghypotheken) aan particulieren (114 miljard gulden). In drie jaar tijd is het aantal orders voor effecten en opties verviervoudigd. Spaarders pur sang waren de Rabo-klanten traditioneel. Nu zijn zij massaal gaan sparen èn beleggen. Dankzij de overname van de eerste helft van de aandelen van de Robeco Groep (114 miljard vermogen, 40 procent groei) en de eigen groei van geldbeheer voor rijke klanten groeit het toevertrouwde (beleggers)geld dat buiten de balans wordt beheerd rap ten opzichte van het traditionele (spaar)geld op de balans.

De 20,7 procent inkomstengroei en de nog grotere balansgroei (met 26 procent tot 423 miljard gulden) is gepaard gegaan met een geringe daling van de verhouding tussen de financiële reserves en de kredietverlening. Deze buffers tegen slechte kredieten en andere calamiteiten zijn bij de Rabobank enorm. Internationale banken moeten een norm van 8 procent handhaven, de Rabobank heeft 11,1 procent, dat was 0,2 procentpunt minder dan eind 1996. Als enige internationale bank heeft de Rabobank van drie vooraanstaande financiële rekeninstituten het hoogste rapportcijfer, een zogeheten triple A rating.

Doordat haar financiële positie maar weinig verslechterde, hoefde de bank geen extreme winstgroei te laten zien. Extra winst maken en het geld aan de reserves toevoegen is voor de Rabobank, die op beleggers geen beroep kan doen voor nieuw kapitaal, de enige manier om de buffers te laten groeien. Nu dat niet nodig was, kon de bank op haar geheel eigen, soms tegendraadse wijze doen wat zij goed kan: een appeltje voor de dorst vormen. Wie spaart heeft wat.

In de stijging van de kosten is het drukke werk van de eekhoorntjes te herkennen. Een bedrag van 600 miljoen gulden aan voorzieningen voor uiteenlopende toekomstige kosten als de invoering van de euro, aanpassing computersystemen op weg naar het jaar 2000 en groei van internationale activiteiten. Ook de reserveringen voor kredietverliezen vielen, dankzij de typische methodiek die de Rabobank heeft bedacht, hoger uit dan strikt nodig is. Al ontkende Wijffels dat de bank, na de verplichte openbaarmaking van geheime reserves vorig jaar, langs een achterdeurtje nieuwe stille reserves kweekt.

En de pensioenlasten vielen eveneens hoger uit: een toename met zo'n 120 miljoen gulden tot 275 miljoen gulden. En dat terwijl concurrent ABN Amro juist vorig jaar voor haar Nederlandse werknemers geen pensioenpremie heeft betaald, zo veel extra geld zit er in het pensioenfonds. Dat scheelt de concurrent 150 miljoen tot 175 miljoen gulden. De pensioenpremies zijn bij de Rabobank omhoog gegaan door de groei van het aantal werknemers (ruim 10 procent tot 44.667) en de gemiddelde hogere (CAO)lonen.

Maar meer dan de helft van de stijging is een extra storting om de reserves van het pensioenfonds te verhogen. Hogere reserves scheppen extra mogelijkheden om een groter deel van het vermogen van het fonds in aandelen en vastgoed te beleggen, zo luidt de Rabo-uitleg. Dat moet op langere termijn meer rendement opleveren. De risico's zijn ook hoger, en daarom zijn er hogere reserves nodig. Het pensioenfonds van de Rabobank kondigde vorig jaar al aan de aandelenbeleggingen tot 45 procent van het vermogen te willen uitbreiden.

Gaat het percentage verder omhoog? Hoofddirectielid drs. D. Groninger:“Vroeger keek men bedenkelijk bij 50 tot 60 procent. Nu neemt iedereen dat soort percentages heel makkelijk in de mond.”