Pijnlijke zelfanalyse D66

De oorzaak van het leed zit diep, zo constateerden leden van D66 die gisteren moesten ervaren dat deelname aan een kabinet voor D66 bijna altijd verkeerd uitpakt. Zelfs de kiezers werden er op aangekeken.

HILVERSUM, 5 MAART. De coryfeeën van D66 druppelden gisteravond even na negenen een matig gevuld zijzaaltje van het raadhuis van Hilversum binnen. Minister Hans Wijers, de man die weigerde de rammelende kar van de Democraten te trekken, liep direct op lijsttrekker Els Borst toe, omhelsde haar half en klopte haar troostend en, naar het leek, een tikkeltje schuldbewust op de schouder. Alle D66'ers wisten dat hen een loodzware avond wachtte.

Nadat Pia Dijkstra kort daarop vanaf een televisiescherm had laten weten dat de achterban van D66 landelijk gezien nog verder was geslonken dan al was aangenomen, ging er een siddering door de zaal. “Het is gewoon een rotavond”, bekende een sombere fractieleider Thom de Graaf, die als lijstduwer in zijn woonplaats Leiden 98 stemmen vergaarde. “Vorige keer gingen we door alle plafonds en ditmaal zakken we door alle bodems.”

De oorzaak van het leed zit diep, zo erkenden enkele aanwezigen. Regeren is verliezen, lijkt het wel. D66 heeft moeite om uit de macht electorale munt te slaan. Of het kabinet waaraan D66 deelneemt nu populair is of niet, dat maakt niet zoveel uit. De kiezer ziet de Democraten aan het einde van de kabinetsperiode nauwelijks nog staan. “Wij hebben het patent op halveringen van de partij”, zei bijvoorbeeld partijbestuurder Pierre Wimmers gisteravond. “Als je in de oppositie zit, trek je gewoon makkelijker stemmen.”

In 1982, de laatste keer dat de Democraten dramatisch verloren na regeringsdeelname, konden ze het verlies nog toeschrijven aan de fout om in het impopulaire tweede kabinet-Van Agt te blijven zitten. Maar nu blijkt ook “het populairste kabinet van na de oorlog”, zoals Democraten de paarse combine betitelen, geen bijdrage te leveren aan het eigen voortbestaan als middelgrote partij. Alleen in 1977 ging het wat beter. De kiezer beloonde de deelname van D66 aan het kabinet-Den Uyl met twee zetels winst.

Er waren gisteravond maar weinig mensen die zich dat nog konden herinneren. Zoals wel vaker bij D66 moesten de jongeren uitkomst brengen. Fractieleider De Graaf werd even opgefleurd door de 23-jarige Nadja Jungmann uit 's Gravenland, de jongste lijsttrekker van D66 in het land. Zij kwam vertellen dat ze er net in was geslaagd een raadszetel te bemachtigen.

Een in stemmig donkerblauw gestoken minister Borst bleef aanvankelijk nog dapper verklaren dat ze door het miserabele resultaat “sterker is gemotiveerd dan ooit” om er voor de landelijke verkiezingen extra hard tegenaan te gaan. In de loop van de avond verlegde ze het accent enigszins. Steeds openlijker trok ze in twijfel of D66 er wel goed aan zou doen in een tweede paars kabinet plaats te nemen. Borst: “De kiezers hebben het voor het zeggen en die hebben ons een heel duidelijk signaal gegeven dat ze D66 op het moment niet zien staan. Misschien zien de kiezers ons liever niet in een tweede paars kabinet terug.”

Al in de zalen van het sobere, door Dudok ontworpen raadhuis van Hilversum begon een pijnlijk proces van zelfanalyse voor de D66-top. Opvallend was dat de kiezer, die bij andere gelegenheden altijd door de Democraten op een voetstuk werd geplaatst, steeds meer het doelwit werd van verongelijktheid. “We zijn in sterke mate afhankelijk van kiezers die op de trend van de dag letten”, filosofeerde De Graaf.

Partijbestuurder Wimmers concludeerde: “We stonden in de peilingen al geruime tijd op verlies en de gemiddelde kiezer houdt er niet van op een verliezer te stemmen.”