Onderzoek naar dood Daisy: Jongens van negen duwden peuter het ijs op

LELYSTAD, 5 MAART. De twee negenjarige jongens uit Lelystad die ervan worden verdacht betrokken te zijn geweest bij de dood van de driejarige peuter Daisy Kruijswijk, hebben het meisje op het ijs geduwd en haar belet de waterkant te bereiken. Zij wisten dat het ijs onbetrouwbaar was.

Het openbaar ministerie in Zwolle heeft dat gisteren bekendgemaakt.

In een zaak met minderjarige verdachten is het ongebruikelijk dat mededelingen worden gedaan over feiten en omstandigheden. In deze zaak heeft de burgemeester in overleg met de officier van justitie en de Raad voor de Kinderbescherming echter besloten van dit uitgangspunt af te wijken, omdat de onrust in de buurt uit de hand dreigde te lopen. De ouders van Daisy zijn gisteren door de politie op de hoogte gesteld van de feiten. Ook de buurtbewoners hebben gisteren een brief gekregen.

Op de bewuste dag waren zowel de jongens als het meisje aan het spelen bij een bevroren waterpartij in de Lelystadse wijk Jol. De jongens spraken af het meisje te gaan plagen, haar daarbij het ijs op te sturen en haar er niet meer af te laten. Vervolgens is het meisje op het ijs beland, nadat ze door de jongens was geplaagd en met een tak was geduwd.

Pogingen van Daisy om weer op de kant te komen werden door de jongens verhinderd met duwen, slaan en schoppen. Niet geheel duidelijk is geworden of het meisje vervolgens achterover op het ijs is gevallen en door het ijs is gezakt of dat zij over het ijs van de jongens is weggelopen en daarna door het ijs zakte. De jongens hebben in elk geval enkele minuten staan toekijken terwijl het meisje in het water lag. Pas na enkele minuten zijn zij, samen met andere kinderen die ter plaatse gekomen waren, naar de moeder van Daisy gegaan om te zeggen dat het meisje in het water lag. Het meisje overleed enkele dagen later in het AMC in Amsterdam.

De twee jongens zijn na het gebeuren aangehouden, verhoord en vervolgens weer op vrije voeten gesteld. In verband met de leeftijd van de jongens kan het openbaar ministerie geen strafvervolging instellen. Op 24 februari besloot de kinderrechter in Lelystad de twee alsnog onder toezicht te stellen van een gezinsvoogdij-instelling op grond van de belasting van alle betrokkenen.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft inmiddels een jeugd-psychiatrisch onderzoek laten instellen. Dit onderzoek is nagenoeg afgerond. Op grond van de bevindingen is de Raad van mening dat opvoedingsondersteuning aan de ouders en de jongens noodzakelijk is.

De Raad zal daarom de kinderrechter in Lelystad vragen de maatregel van voorlopige ondertoezichtstelling een definitief karakter te geven. Ook is duidelijk dat verdere behandeling van de jongens nodig is. De gezinsvoogdij-instelling zal hierop toezien.