Het regeringspluche wenkt politici links en rechts

In verschillende zaaltjes in het land vierden de partijen en hun leiders gisteren, al dan niet met pijn in het hart, de uitslagen van de raadsverkiezingen.

DEN HAAG, 5 MAART. Het is tegen acht uur donker en stil rond de kerk van het plattelandsstadje Woerden. Maar in zalencentrum 'Arsenaal' beleeft Jaap de Hoop Scheffer, de CDA-lijsttrekker bij de Kamerverkiezingen van 6 mei aanstaande, zijn gelukkigste avond in maanden.

“Zie je wel, nu beginnen we erin te geloven. Dit is een prestatie van onze trouwe kiezers”, zegt hij stralend, als duidelijk wordt dat het CDA op weg lijkt naar een betere score dan in het rampjaar 1994. “Dit geeft ons zelfvertrouwen”, En prompt wordt er in de partij, die zo lang met de macht leek te zijn vergroeid, alweer zachtjes gespeculeerd over een naderend einde van paars en eigen deelname aan de regering. Ook De Hoop Scheffer laat zich niet onbetuigd: “Uiteraard doe je je best daarvoor, je moet je idealen zien waar te maken in de regering”. Met wie dan wel wil hij nog niet zeggen.

Bij de gedoodverfde winnaars, de VVD, die zich ditmaal in Lelystad verzamelde, wil de stemming er intussen maar niet inkomen. Ongeloof straalt van de gezichten, wanneer hen slechts een geringe winst ten deel blijkt te vallen. “Hoe kan dat nou, ze moeten er naast zitten. Nou ja, het is nog maar een voorlopige uitslag, we zullen straks wel zien”, zegt een van Bolkesteins campagneleden.

Ook leider Bolkestein schudt zijn hoofd. 'Benk hoe zit dat', vraagt hij, op vice-fractievoorzitter Korthals afstappend. En Korthals rekent hem voor dat vergeleken met de raadsverkiezingen van 1994 de VVD wel behoorlijk heeft gewonnen - en dat de kijker door de NOS op het verkeerde been is gezet door de uitslagen te vergelijken met die van de Kamerverkiezingen. Waarna Bolkestein de uitslagen onder zacht gejuich van zijn partijgenoten toch nog als een victorie voor de VVD kan presenteren.

Zuidelijker, bij de PvdA-bijeenkomst in Nijmegen, worstelt men al evenzeer met de uitslagen. “Wint onze Wim eindelijk eens een verkiezing, en dan is het weer niet goed”, verzucht een partijganger achter een barretje, als de NOS de raadsverkiezingen van gisteren tot irritatie van de PvdA vergelijkt met de voor de partij beter verlopen Kamerverkiezingen van 1994.

Premier Kok zelf lijkt maar niet te willen weten dat hij eindelijk eens verkiezingen gewonnen heeft. Wallage wel, maar Kok zelf houdt tijdens zijn korte aanwezigheid tussen het publiek niet op te zeggen dat “ik er zelf maar een hele kleine bijdrage aan heb geleverd” en dat “mijn beurt nog komt”. Iedereen lijkt op slag de eigen dominerende rol bij de gemeenteraadscampagne te zijn vergeten. Zowel Kok als Wallage, die niet wijkt van de zijde van zijn leider, zet in korte speechjes de lokale afgevaardigden in het zonnetje.

Heel wat uitgelatener is de stemming bij de door de PvdA verfoeide Socialistische Partij, waarvan het partijbureau in Rotterdam in een groothandel in tomaten lijkt te zijn herschapen. Eén wand van een smalle gang is bedekt met dozen vol met pluche tomaten. Daartegenover een wand met tomatenposters met de kreet '1998. Het jaar van de tomaat'. Behalve op (gevulde) tomaten tracteren de SP'ers zichzelf op bier, wijn en rode spa. Partijleider Jan Marijnissen, die op het hoogtepunt van de verkiezingseuforie vertrekt naar zijn woonplaats en grootste SP-bolwerk Oss, staat vooral even stil bij de opmars van zijn partij in die Brabantse plaats. “We hebben nu vijf zetels gewonnen en zijn met dertien zetels de grootste partij”, zegt de SP-leider enthousiast. “Oss is de enige gemeente in Nederland waar de SP deelneemt in het college van burgemeesters en wethouders. De kiezer heeft onze inzet in het college zeer gewaardeerd. Dit is hèt bewijs dat we niet alleen oppositie kunnen voeren.” En weg is hij.

Een andere grote winnaar, door de PvdA eveneens als een bedreiging gezien, is GroenLinks, ditmaal bijeen in het Leidse café Burgerzaken. Voor het eerst durven de leden hardop te dromen over regeringsverantwoordelijkheid. “Wij zullen niet eeuwig oppositiepartij zijn”, roept Kamerfractievoorzitter Paul Rosenmöller zijn partijgenoten toe. “De grootste vier partijen, of eigenlijk, de grootste drie zullen gedwongen zijn naar ons te kijken”, meent hij, al geeft hij later in een wat bescheidener bui toe dat GroenLinks dat na 6 mei wel zal zien.

Ook aan de andere kant van het politieke spectrum heerst opgetogenheid. In Nunspeet, bolwerk van orthodox protestantisme, vieren lijsttrekker Van Dijke en zijn RPF hun winst van zo'n dertig raadszetels in het land. Zelfs voor deze gereformeerden lonkt het pluche. “Als PvdA en CDA een regering vormen”, meent Van Dijke, “hebben ze nog geen meerderheid. En dan komen wij om de hoek kijken. Wij zouden met zijn drieën een mooie deal kunnen maken over de inkomenspositie van gezinnen.”

Een zwarte avond wordt het daarentegen voor de sterk uitgedunde aanhang van de Centrum-democraten. Tevergeefs wachten CD'ers op een bijeenkomst in Den Haag op hun voorman Hans Janmaat, die vier jaar geleden wel in de Haagse raad werd gekozen maar daarin nooit plaats nam.

Heel wat beter wisten de meeste lokale partijen zich te handhaven, zoals ook in Oegstgeest. Al werd Leefbaar Oegstgeest intussen door een knetterende interne ruzie opgeschrikt, de lokalen wisten zich toch te handhaven als grootste partij van de gemeente. Samenwerking met PvdA en GroenLinks (Progressief Oegstgeest) ligt in het verschiet.