Het echte oordeel

DE KIEZER HEEFT gisteren de over elkaar heen buitelende opiniepeilingen gelukkig weten te trotseren. Daardoor heeft de uitslag van de raadsverkiezingen toch nog de nodige verrassingen opgeleverd. De trend was weliswaar voorspeld, maar er blijft sprake van enkele saillante ontwikkelingen die minder waren voorzien.

Het opmerkelijkste is het veel meer dan voorspelde en daarmee desastreuze verlies voor D66. Alle winst van vier jaar geleden is meer dan verdwenen. De partij was inmiddels redelijk gewend aan bergen en dalen, maar de klap die het electoraat D66 gisteren heeft toegebracht, is ongekend. Honderden raadsleden moeten vertrekken, en het ziet er naar uit dat het wethoudersbestand van D66 bij de komende collegebesprekingen in de diverse gemeenten eveneens flink zal worden ingekrompen. Voor een partij waar het kader toch al dun is gezaaid, komt dit extra hard aan. Ten aanzien van D66 heeft de kiezer zich in zijn onbarmhartigste gedaante vertoond. De architect van het over het algemeen gewaardeerde paarse kabinet mag niet meedelen in het succes. Integendeel. Deze uitslag laat ook ruimte voor de vraag of de kiezer 'Paars 2' wel wil. Wie de bruggenbouwer zo'n klap geeft, zegt ook iets over het gezelschap op de brug.

Wat verder opvalt is dat de winst van de VVD na alle euforische klanken toch aan de bescheiden kant is gebleven. In bijna alle gemeenten zijn de liberalen gestaag gegroeid, maar spectaculaire klappers zijn uitgebleven. Er zijn geen grote steden veroverd, zoals in de aanloop naar de verkiezingen nog even werd verwacht. De VVD moet het blijven doen met Den Haag, waar de partij al vier jaar geleden de grootste werd. Dat neemt niet weg dat het liberale geluid in de colleges van B en W ongetwijfeld verder zal worden versterkt en de partij in bijna alle gemeenten volop meedeelt in de macht.

DE BEOORDELING van het resultaat van het CDA is een kwestie van interpretatie. Ten opzichte van de voor het CDA zeer slecht verlopen raadsverkiezingen van vier jaar geleden, heeft de partij verder moeten inleveren. Dat is zeker voor een toch nog altijd uitgesproken bestuurderspartij als het CDA een gevoelige aderlating. De macht in het landsbestuur waren de christen-democraten sinds 1994 al kwijt, hun positie in de rest van het land is nu verder aangetast.

Dat neemt allemaal niet weg dat het resultaat voor het CDA vergeleken bij de uitslag van de Tweede-Kamerverkiezingen van vier jaar geleden bemoedigend is. Maar juist omdat de raadsverkiezingen zich dit jaar nog slechter dan andere jaren laten vergelijken met de landelijke verkiezingen, is deze 'winst' van het CDA vooral van betekenis voor intern gebruik.

De PvdA heeft voor het eerst sinds Wim Kok in 1986 het partijleiderschap op zich nam, een verkiezing gewonnen. Het ziet er naar uit dat de PvdA met de uitslag van gisteren in veel gemeenten het vier jaar geleden opgelopen verlies heeft weten goed te maken. Van een onstuimige groei is daarentegen geen sprake. Wat dat betreft laat de premierbonus waar de PvdA sinds de zomer van 1994 op speculeert lang op zich wachten.

Overigens hebben de raadsverkiezingen wel duidelijk gemaakt waar de PvdA de komende maanden de voor een overtuigende overwinning noodzakelijke extra stemmen moet zien te verwerven. De winst ter linkerzijde van de PvdA van GroenLinks en de Socialistische Partij komt weliswaar overeen met de verwachtingen, maar blijft desalniettemin opmerkelijk. Niet eerder was klein links zo groot.

AAN DE ANDERE kant van het spectrum valt het nagenoeg verdampen van de extreem-rechtse partijen op. Zeker in de gemeenteraden en de deelgemeenteraden van de grote steden kwamen Centrumdemocraten en vertegenwoordigers van CP'86 vier jaar geleden sterk op. Na de verkiezingen van gisteren is hier nagenoeg niets meer van over, en dat is een positieve ontwikkeling. De ouderenpartijen zijn getuige de jongste uitslag een eenmalige oprisping gebleken.

Het fenomeen van de opkomst van de lokale partijen heeft zich voortgezet, hoewel - geheel in lijn met de aard van de partijen - de mate waarin lokaal bepaald was. Het opmerkelijkste is de entree van de partij Leefbaar Utrecht in de Domstad die in één keer de grootste partij werd. Het voorbeeld voor deze partij, Leefbaar Hilversum, heeft de flinke winst van vier jaar geleden verder weten uit te bouwen. Het is vooral een signaal aan het gevestigde bestuur dat lokale partijen niet kunnen worden genegeerd.

De opkomst was voor gemeenteraadsverkiezingen een diepterecord. Aan de andere kant viel het aantal niet-stemmers, vergeleken bij eerdere voorspellingen, weer mee. Vooral de opkomst in het laatste uur dat de stembussen open waren viel op. Voor het eerst kon er tot acht uur worden gestemd en er kan worden geconcludeerd dat dit element van bestuurlijke vernieuwing tenminste is geslaagd. Toch moet de lage opkomst het lokale bestuur te denken geven. De gemeenten hebben de afgelopen jaren steeds meer taken vanuit Den Haag toebedeeld gekregen. Dit heeft zich niet vertaald in een grotere politieke interesse. Het lokale bestuur heeft met een toenemend legitimiteitsprobleem te kampen.

NATUURLIJK KUNNEN de raadsverkiezingen niet los worden gezien van de Tweede-Kamerverkiezingen die over twee maanden zullen worden gehouden. De afgelopen weken wierp de campagne voor de Kamerverkiezingen zijn schaduw vooruit. Het ging daarbij tussen PvdA en VVD. De uitslag van gisteren voedt de verwachting dat het een nek-aan-nekrace tussen deze twee zal worden. Die tweestrijd zal de campagne hoogstwaarschijnlijk domineren. Dat kan van invloed zijn op het niveau van de campagne.