Hartslag van het kloosterleven

Kloosters bieden steeds vaker onderdak aan leken die een paar dagen de stilte zoeken. Vraag is hoe lang dat nog kan: de klooster- gemeenschappen zijn hoogbejaard. Verslag van een bezoek aan de St. Paulusabdij in Oosterhout.

Elke keer weer zie ik er heimelijk tegenop. Ook na drie verblijven in de St. Paulusabdij in Oosterhout, sinds begin deze eeuw het domein van Benedictijnen, blijft een tijdelijke scheiding van de bewoonde wereld een moeizaam proces. Wat als de wereld in brand vliegt en ik hoor het pas drie dagen later? Zal ik de verlokkingen van het aardse bestaan niet missen? Ook de gedachte aan het vroege opstaan stemt allerminst vrolijk.

Voor de zekerheid stouw ik mijn koffer vol met aardse zaken: kranten (onder het motto: beter oud nieuws dan helemaal geen nieuws), agenda, gsm, een goed boek en een spelletje. Die wereldse bagage blijkt achteraf vooral ballast: we spelen geen yathzee, kijken niet in de agenda, vergeten het wereldnieuws en lezen slechts een half boek. Een paar dagen kloosterleven is zoiets als kamperen: tevoren vraag je je vertwijfeld af waarom je je comfortabele huis met bed en bad zou verruilen voor een tent, een matje, klamme kleren en kou. Staat de tent eenmaal, dan doet niets meer terugverlangen naar huis.

Zeven kerkdiensten - zeven maal ruisende zwarte pijen in de schaars verlichte kloostergangen die zich naar de aangrenzende abdijkerk spoeden - vormen de hartslag van het kloosterleven. Van de lezing om 6 uur 's morgens tot de laatste dienst, de completen, om half 9 's avonds. Daarna wordt het ijle klokje geluid, opdat de rest van Oosterhout weet: de dag in de abdij is ten einde. Tussendoor een wandeling, een gesprek met een gastenpater en de zwijgende maaltijden in de veel te grote refter. Ooit berekend op bijna honderd monniken, tikken er nu om klokslag één uur nog 22 lepels in de tinnen soepkommen. De stilte wordt slechts doorbroken door het gezongen gebed van de abt en de sonore stem van de voorleesmonnik, die 's middags leest uit Chaim Potoks 'Geschiedenis van het Jodendom' en 's avonds uit de biografie van kardinaal Alfrink.

Weinig oorden zo bevreemdend als die binnen de abdijmuren. De geur van vervlogen wierook, het licht dat door de gekleurde ramen valt, de even mooie als moeilijk te doorgronden rituelen. Je zou je een reisgids wensen om antwoorden te vinden op de grote en kleine vragen die ook bij het zoveelste bezoek weer opborrelen: is dit leven moeilijker of makkelijker dan het bestaan buiten de poort, vol keuzes en vrijheden? Zijn ze er echt zeven diensten per dag met hun aandacht bij? Hebben ze wel eens een baaldag? Zouden ze nooit eens willen funshoppen of surfen op Internet?

De kloostergemeenschap verkeert in een kritiek stadium. De gemiddelde leeftijd in de St. Paulusabdij is 75 jaar en aanwas is er niet. Haaks daarop staat de groeiende belangstelling van de buitenwereld om als gast enige dagen het monnikenleven mee te maken. Tot aan de zomer zijn de negen gastenkamers van de Paulus-abdij elk weekeinde volgeboekt. Vorig jaar werden tweeduizend overnachtingen geregistreerd, een record.

“We moeten ons serieus afvragen of wij dit met onze capaciteit nog aankunnen”, zegt prior Frans Huiting, die in 1942 intrad. Hij schrijft de groeiende belangstelling van buiten toe aan de aandacht voor spiritualiteit. “Er is wel geloof, maar een ander geloof dan vroeger. Velen zetten zich af tegen tradities en oude geloofsuitingen.” Hij neemt het jongeren niet kwalijk dat ze niet intreden. “We zijn een gemeenschap van oude mannen. Het engagement voor het leven wordt steeds moeilijker. Vroeger was Benedictijn zijn sjiek, je viel maatschappelijk omhoog. Dat is allang niet meer zo.” Experimenten, zoals pastores die enige dagen per maand in het klooster wonen, bieden geen soelaas, volgens Huiting. “Om een klooster draaiende te houden, heb je een vaste kern nodig.” Ook in experimenten als gemengde kloostergemeenschappen van celibataire jongeren - in Italië succesvol - zien ze in de Paulus-abdij niets. “Daarvoor zijn we te oud.”

Bij het laatste ontbijt heeft de stille tegenzin van de eerste dag allang plaats gemaakt voor een lichte weerzin om de buitenwereld weer te betreden. Weg stilte, weg diepere gedachten. Buiten de poort wachten wereldnieuws, geluid, consumptie en vermaak. Tussen Gorinchem en Geldermalsen staat een file van 16 kilometer. Welcome to the real world!

INFORMATIE

In veel kloosters en abdijen in Nederland is gelegenheid tot overnachten. Enkele adressen:

St. Paulusabdij (Benedictijnen), Hoogstraat 90, 4901 PK Oosterhout. Inl 0162-428385

Onze Lieve Vrouwe Abdij (Benedictinessen), Zandheuvel 90, 4901 HX Oosterhout. Inl 0162-455079

Koningshoeven (Trappisten), Eindhovenseweg 3, 5000 AJ Berkel-Enschot. Inl 013-5436124

Abdij van Berne, Abdijstraat 49, 5473 AD Heeswijk-Dinther. Inl 0413-291755

Priorij De Essenburgh (Norbertijnen), Zuiderzeestraatweg 199, 3849 AE Hierden-Harderwijk. Inl. 0341-451841