Handel in genegenheid

Kinderen - wat moet je ermee? Voor marketing-deskundigen is dat geen vraag: je verkóópt ze. Dat wil zeggen: je laat ze kopen. Snoep, hamburgers, speelgoed, dranken. Kids marketing is, zo bericht Vrij Nederland, een nieuwe tak van wetenschap. Reclamebureaus van standing hebben jeugdkenners in dienst genomen, maar er zijn ook gespecialiseerde marketeers, zoals KidWise, met negen medewerkers. Zij zoeken precies uit wat onze oogappeltjes willen en wat niet.

Bijvoorbeeld dat moeders de naam 'Hondescheet' voor een nieuw snoepje afkeuren, maar dat pre-pubers het wel een geinig grapje vinden. Succes dus? Nee, zegt drs. Maartje van Osch, een product moet voor beide partijen aantrekkelijk zijn. “Een kind zoekt genegenheid en is er niet bij gebaat om te zeuren om iets waar de ouders op tegen zijn.”

Ik weet niet in welke winkels mevrouw Van Osch haar kennis heeft opgedaan. Maar uit jarenlange ervaring in supermarts heb ik één overtuiging opgedaan: als kinderen moeten kiezen tussen genegenheid of zeuren, dan kiezen ze zeuren. Van die genegenheid zijn ze, vol vertrouwen dat de kredietkraan altijd open staat, toch wel overtuigd. Je ziet voor je ogen gebeuren dat ouders, om een eind te maken aan het gejengel én uit verkeerd begrepen liefde, toegeven. Zeuren helpt, weet dat kind voortaan, en mevrouw Van Osch weet dat natuurlijk ook. Rages als Flippo en Taksi drijven op zeuren, ze floreren in het schemergebied van de ouder-kind haat-liefde-wereld.

Waarom doen we het? Waarom eerst nonchalant, en als het niet lukt zo fanatiek? En waarom zijn ouders die álles hebben gedaan om een kind te krijgen, vaak bereid zijn hun liefje af te staan aan gehuurde krachten in crèches?. (Een schrijfster zei daarover enkele jaren geleden: “Ik huur toch ook geen escort-girl voor mijn man?”). Er zijn dingen die je zelf moet doen. Maar volgens HP/ De Tijd is er een tegenbeweging op gang gekomen, het zogenaamde Pessersgolfje, genoemd naar columniste Dorien Pessers. Dat bestaat uit vrouwen die na korte carrière en goed geld verdienen, besluiten om te stoppen, en alle aandacht aan kinderen, huis en man te geven.

Waar ook een eind aan lijkt te komen, moet komen, is de mode om kinderboeken te belasten met het leed van de wereld. Dat blijkt uit een verhaal in De Groene Amsterdammer over de schrijver Peter van Gestel, die genomineerd is voor de jeugdprijs De Gouden Uil. Hij maakt een goede kans, want zijn verhaal behandelt geen moderne problemen. Voorzitter Annemie Leysen vertelde in een Belgisch blad (Humo) dat haar jury overvoerd is met incest, dementie, autisme, aids, straatkinderen en gekke koeienziekte. Absoluut hoogtepunt is een Vlaams auteur, die zijn jonge lezers het verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit probeert uit te leggen. Het is, denk ik, allebei handel in genegenheid en liefde, net als de Kid-marketing. Zo komen we onherroepelijk weer bij Ischa Meijer terecht.

Veel mensen weigeren om daar nog iets over te lezen, maar Coen Verbraak schrijft in Vrij Nederland toch weer een fascinerend portret van die geliefde dode aandachtsjunk. Dat doet hij via vrienden en het mooie is dat geen van hen zich illusies maakte over de exclusiviteit - of de diepgang - van die vriendschap. Ieder had zijn eigen Ischa; zo ook Kees Eijrond, eigenaar van restaurant Polmanshuis in Utrecht. Hij blijkt acht jaar lang, al dan niet met medeweten van Connie Palmen, een verhouding met Meijer te hebben gehad. Ze hebben onder andere samen een huis gekocht met een miljoen hypotheek.

Een andere vriend, Rogier Proper, herinnert zich een gesprek van Meijer met een muzikant die net zijn vrouw had verloren. Het was een emotioneel interview en Ischa ving dat verdriet goed op. Proper: “Maar het gesprek was nog niet afgelopen of hij sprong op en liet die man ijskoud aan zijn lot over. Alleen maar vragen: hoe was ik, hoe was ik?” Veel gezeurd, weinig liefde gehad.