Gemoederen raken verhit over de vorming van een nieuw (paars) kabinet; Politici rekenen uitslag naar zich toe

Verkiezingen voor de gemeenteraden zijn geen verkiezingen voor de Tweede Kamer. Desalniettemin namen de politieke kopstukken alvast een voorschot op de machtsvraag.

DEN HAAG, 5 MAART. “We hebben het over virtuele zetels, computerzetels, sociologenzetels, maar de enige waarop je kunt zitten zijn raadszetels.” Zo vatte PvdA-fractievoorzitter Wallage de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen treffend samen. Gegoochel met cijfers, computers en analyses leidde gisteren tot verregaande politieke conclusies waarvan (kandidaat-)raadsleden maar weinig zullen merken.

Het CDA werd aanvankelijk tot winnaar uitgeroepen, terwijl de christen-democraten ten opzichte van de vorige raadsverkiezingen ruim 1 procentpunt hebben verloren. De fractievoorzitter van GroenLinks, Rosenmöller, zat op de televisie te glunderen om zijn “historische overwinning”, terwijl de partij in vergelijking met de raadsverkiezingen van vier jaar minder dan één procentpunt heeft gewonnen.

Oorzaak van de verwarring was de vergelijking van de uitslag van de raadsverkiezingen met de huidige zetelverdeling in de Tweede Kamer, die is gebaseerd op de uitslag van de Kamerverkiezingen van 1994. Hoewel partijleiders waarschuwden voor terughoudendheid bij dergelijke vergelijkingen, lieten zij zich er toch door meeslepen, verhit wellicht door het vooruitzicht dat er over twee maanden Kamerverkiezingen zijn.

De raadsverkiezingen geven weliswaar een trend aan, maar in 1994 bleek ook dat de uitslagen van raads- en Kamerverkiezingen fors van elkaar kunnen verschillen, ook al worden ze vlak na elkaar gehouden. De opkomst bij raadsverkiezingen is structureel zo'n 20 procent lager. Lokale partijen slorpen een aanzienlijk deel (gisteren bijna 20 procent) van het electoraat op. Kiezers stemmen meer 'met het hart' terwijl bij de parlementsverkiezingen de machtsvraag speelt: welke partijen komen in het kabinet, wie wordt premier? Gisteren kwam daar nog een bijzondere omstandigheid bij: meer dan één miljoen kiesgerechtigden mocht niet stemmen, omdat zij wegens gemeentelijke herindelingen al eerder een nieuwe gemeenteraad hebben gekozen of dit binnenkort zullen doen.

De voorspellende waarde van de uitslag van gisteren voor de verkiezingen van 6 mei is dus beperkt. Welke conclusies kunnen dan wel worden getrokken?

Het fenomeen lokale partijen, dat vier jaar geleden zo verraste, is geen éénmalige oprisping van ontevredenheid geweest, ook al wisselen de successen per partij elkaar af. Duidelijk is dat lokale partijen vooral bloeien in gemeenten waar één grote kwestie speelt: in Utrecht, waar opwinding heerst over herinrichting van het stadscentrum, is Leefbaar Utrecht de grootste partij geworden. Oprichter en diskjockey Westbroek kreeg meteen van de traditionele partijen te horen dat deelname aan het college van zijn 'tegenpartij' onwaarschijnlijk is. Duidelijk is echter dat het buiten het stadsbestuur houden van succesvolle lokalo's de landelijke partijen geen oplossing biedt: Leefbaar Hilversum, dat vier jaar geleden de grootste partij werd maar niet aan het college mocht deelnemen, verdubbelde haar omvang.

Extreem-rechts, vier jaar geleden nog hét nieuws van de gemeenteraadsverkiezingen, is meer aan schommelingen onderhevig dan het totaal van lokale partijen. De CD van Janmaat is net als een handvol aanverwante partijtjes zo goed als weggevaagd. Organisatorische problemen, afwezigheid bij raadsvergaderingen, en aanscherping van de Kieswet zorgden voor een halvering van het aantal gemeenten waar extreem-rechts aan de verkiezingen meedeed.

Bij de grotere landelijke partijen springt het dramatische verlies van D66 in het oog. De landelijke kopstukken hadden er gisteren geen verklaring voor, maar verhardden al wel vast hun verkiezingsboodschap voor 6 mei. Vrij vertaald luidt die: 'Kiezer, weet wel wat u doet. Indien u ons nog eens zo laat vallen, kunnen we geen regeringsverantwoordelijkheid nemen en komt er geen tweede paars kabinet. Is dat wat u werkelijk wilt?'

De twee andere coalitiepartijen, PvdA en VVD, hebben beide gewonnen en zetten daarmee alvast de trend voor de Kamerverkiezingen, die “heel spannend zullen worden”, zoals PvdA-leider Kok gisteravond voorspelde. Hij beleefde de eerste verkiezingsoverwinning van zijn partij sinds zijn aantreden als partijleider. Dat de resultaten van PvdA en VVD vergeleken met sommige opiniepeilingen tegenvielen, kan worden verklaard uit het aantal stemmen dat de PvdA bij lokale verkiezingen pleegt te verliezen aan 'klein links'. De VVD ondervindt op plaatselijk niveau concurrentie van lokale partijen en het CDA.

GroenLinks haalde gisteren ongeveer een even goede uitslag als bij de raadsverkiezingen vier jaar geleden. Lijsttrekker Rosenmöller staat de komende twee maanden voor de moeilijke taak te voorkomen dat die kiezers niet wegvloeien naar de PvdA, zoals in 1994 bij de Kamerverkiezingen wel gebeurde.

Het CDA ten slotte heeft licht verloren, maar is vergeleken met de desastreus verlopen Kamerverkiezingen van '94 door het diepste dal heen. Lijsttrekker De Hoop Scheffer putte daar gisteren moed uit. Of hij de verkiezingen van 6 mei met vertrouwen tegemoet kan zien, is echter op basis van de uitslag van gisteren moeilijk te zeggen. De lage opkomst werkt meestal in het voordeel van de christen-democraten met een achterban die trouw stemt. Daar staat tegenover dat in grote delen van Brabant, waar het CDA sterk is, gisteren niet kon worden gestemd.