Een mode die al bijna voorbij is; Herman Wijffels (Rabo) over de verheerlijking van financiële normen

De financiële wereld is in de ban van fusies en overnames. Groter, internationaler, winstgevender. ABN Amro, Fortis en ING spendeerden al miljarden guldens aan (buitenlandse) overnames. Wat moet de Rabo? Wat doet de Rabo? Topman Wijffels over de dynamiek van kooplustige financiers, de Angelsaksische sfeer in Nederland en de onderstroom in de samenleving tegen de verheerlijking van financiële normen. “Het middel is doel geworden.”

Al zestien jaar aan de top van de grootste bank in Nederland, maar toch geen bankier. “Ik ben Herman Wijffels. Ik werk bij een bank. Dat zeg ik als ik in een gezelschap kom waar wij beginnen met een rondje: wie bent u, wat doet u.” Nee, geen bankier. “Dat is meer iets voor de tv-serie Oud geld. Ik beschouw dit als een vak naast vele andere. Zonder de geur van heiligheid.”

Zijn persconferentie over de resultaten zit er net op. Zo ongeveer alle Rabo-records zijn weer gebroken. De zaken gaan uitzonderlijk goed. De boerenbank van weleer is een van de grote Nederlandse financiële conglomeraten geworden: de bank, een grote verzekeraar (Interpolis) en een grote vermogensbeheerder (Robeco). Alles betaald uit de eigen winst. De Rabobank is een coöperatie, de grootste van Nederland.

Na spraakmakende overnames van ING (Belgische BBL) en ABN Amro (Amerikaanse spaarbank Standard Federal) is de vraag hoe de Rabobank de race denkt vol te houden. Zet de coöperatieve structuur de Rabobank op achterstand ten opzichte van Nederlandse concurrenten die wel de prestatiedruk van de financiële markten voelen?

De Rabobank praat wel her en der, het meest concreet met de Belgische Kredietbank, die net een samengaan met de coöperatieve instellingen Cera en ABB aankondigde. Dat verloopt in alle rust, vertelt Wijffels.

Terwijl de markt vol onrust is?

“U moet rust niet zo uitleggen dat wij niet behoorlijk alert zijn op mogelijkheden. Er is heel wat activiteit. Het is niet zo dat wij denken dat de Rabobank in haar huidige vorm over tien jaar nog bestaat. Het zou heel wel kunnen dat wij dan deel uitmaken van een grotere structuur. Niet alles zo groot mogelijk maken, zoals sommige concurrenten, maar het zo goed mogelijk combineren van de grote en de kleine schaal. Aan de verwerkingskant van transacties zie ik wel brood in schaalvoordelen, maar de voorkant van de bank, waar de klanten komen, hoef je niet in een samenklontering onder te brengen.”

BBL was niet interessant, de Franse bank CIC, waarop ABN Amro nu aast, evenmin. “Bij de voordelen van de samenvoeging van, laten wij zeggen, een Britse en een Duitse bank op de particuliere massamarkt kan ik mij weinig voorstellen.” Voor Wijffels geen overnames die tot doel hebben de winst per aandeel, het financiële verhoudingsgetal waarvoor beleggers alle aandacht hebben, op te vijzelen. De coöperatieve norm is: gaat de kwaliteit van de dienstverlening omhoog of de kostprijs omlaag. Liefst allebei.”

Overname van de Kredietbank is niet aan de orde. Wijffels denkt aan samenwerking op deelgebieden, zoals op het vlak van beleggen of de internationale activiteiten. Zijn uitleg doet sterk denken aan de omzwervende bewegingen waarmee zeven jaar geleden de samenwerking met Robeco begon. Samenwerking op verschillende terreinen, een teen in het water en na vijf jaar was een volledig samengaan een logisch vervolg.

Ook al doet de Rabobank niets, de acties van concurrenten hebben wel invloed op haar positie. “Alleen al omdat de dynamiek van de concurrentie in onze markt een rol speelt. De Rabobank moet zich niet gek laten maken. Door de jaren heen zijn de verhoudingen in de Nederlandse banksector in stand gebleven. In de afgelopen jaren zijn we echt groot geworden in het midden- en kleinbedrijf en spelen we een relevante rol in het effectenbedrijf. Dat was een paar jaar geleden nog niet zo.”

De nadruk op de winst per aandeel bij de concurrentie brengt de Rabo-voorman op de 'Wall Street-normatiek' die diep in Nederlandse bedrijfsleven ingang heeft gevonden. “Het middel is het doel geworden. Begrippen als shareholder's value waren een middel om een onderneming beter te laten werken, om voor de maatschappij toegevoegde waarde te creëren. Nu zie je dat de dominantie van de financiële ratio's is doorgeslagen en dat iedereen, ook de financiële pers, achter een mode aanholt die alweer bijna voorbij is.”

Een bedrijf moet meer zijn dan een melkkoe op de effectenbeurs. “Ik vind het overdreven wanneer bedrijven - en in Nederland zijn dat er betrekkelijk weinig - alleen nog maar kunnen praten over het belang van de aandeelhouder. Dan vraag ik mij af of wij op langere termijn niet beter uit zijn met het Rijnlandse model, waar de onderneming in een maatschappelijk perspectief wordt geplaatst en het uitwringen op korte termijn niet het belangrijkste richtsnoer is. Ik weet dat dit een tegengeluid is, maar dat past ook in de traditie van deze bank.”

Stem tegen, stem Rabo? “Niet tegen, maar anders.” Dat de aandeelhouder 'op het schild is geheven' kan volgens Wijffels niet los gezien worden van de optieregelingen die van heel wat managers miljonairs maken. “Je ziet in Amerika allerlei spelletjes om de winst per aandeel omhoog te krijgen, zoals bijvoorbeeld de inkoop van eigen aandelen. Via de opties combineer je het belang van de ene stakeholder, de aandeelhouder, met een andere stakeholder, het management.”

De normen van Wall Street vinden in Nederland een opvallend vruchtbare grond, constateert CDA'er Wijffels met enige spijt. “Wij zijn op het continent de meest Angelsaksische natie geworden. Je ziet het in het talenonderwijs. Ik hoor van hoogleraren dat zij geen Frans- of Duitstalige literatuur kunnen voorschrijven. Niemand beheerst het.”

“De gewone man ervaart dit als iets dat aan hem voorbij gaat. Een kleine groep plukt de vruchten met een soort prioriteitsclaim. Vergeet niet dat een kwart van de bevolking volledig buiten deze uitbundige ontwikkeling staat. De gewone man zegt een hogere winst per aandeel niets. Het gaat hem niet alleen om de beurs.”

De ongelijke verdeling van het profijt van de Wall Street-weelde, roept in omringende landen tegenkrachten op. Sociale onrust in Duitsland, de Franse opstand der werklozen. Staan Nederland vergelijkbare sociale spanningen te wachten? “In Nederland is het altijd maar een flauwe afspiegeling van de spanning elders. In de polder is het altijd harmonieuzer geweest.”

“Ik zie de onderstroom groeien in Europa, waarin de liberalistische golf, die met straffe westenwind uit Amerika is gekomen, over zijn hoogtepunt heen is.”

De maatschappelijke slinger zwaait terug. “De huidige nadruk op financiële normen is een reactie op de collectivistische overdrijving in de jaren zestig en vooral zeventig. Nu overdrijven we gaandeweg in liberale zin, maar binnen vijf jaar zal de slinger weer de andere kant opgaan.”

“De situatie zal pas echt veranderen als de aandelenkoersen gaan dalen waardoor de opties niets meer waard worden. Pas als de winsten dalen en het economisch minder gaat, wordt de eenzijdige verdeling van de welvaart minder.”

In Amerikanisering van Nederland, met een onderklasse en een steenrijke elite, gelooft Wijffels niet. “Bij ons zit heel diep dat iedereen een beetje mee moet kunnen doen. Hoop en verwachting lopen hier wellicht bij mij door elkaar. Ik wil niet leven in een land waar armoede en bedelaars een permanent verschijnsel zijn.”

De tegenreactie op de liberale tijdgeest kan een steuntje in de rug krijgen van de creatie van de Europese en Monetaire Unie, de EMU. “De EMU heeft blootgelegd dat de oude methodieken van beleid, het creëren van overheidstekorten, geen weg is die wij kunnen volhouden. Met de EMU creëren wij ook de capaciteit om regulerend op te treden in de financiële arena, beleid dat wij op nationaal niveau verloren hebben. Een goede samenwerking met de Federal Reserve, de Amerikaanse hoeder van de financiële markten, kan stabiliserend werken. De volgende fase in de Europese Unie zal dan zijn hoe wij de voordelen ten nutte brengen aan brede lagen van de bevolking. De Europese werkgelegenheidstop van vorig jaar zie ik als een vooraankondiging daarvan.”

Dat de Europese eenwording de uniformiteit juist in de hand zal werken, gelooft Wijffels niet. Alle grensoverschrijdende allianties ten spijt. “De culturele pluriformiteit is een zeer rijk en productief kenmerk van Europa en dat blijft bij fusies een belangrijk element. Om die reden zie ik ons nooit de Kredietbank inlijven, want daarvoor is de Vlaamse identiteit veel te belangrijk en die wordt bij een overname zeker aangetast.” Dat geldt dus ook voor het Waalse BBL dat door ING is overgenomen. “Natuurlijk, maar ik praat voor de Rabobank en wij hechten daar grote waarde aan. Net als in de flora en de fauna: hoe meer soorten, hoe beter. Wij zouden nooit willen dat een verafgelegen hoofdkantoor de zaken voorschrijft.”