Duitse ambtenaren willen niet wijken

De Duitse werkloosheid wil maar niet dalen. Toch blijven ambtenarenbonden bij forse eisen, ook voor Oost-Duitsland waar de werkloosheid nog oploopt. “De eisen zijn niet van deze wereld.”

BONN, 5 MAART. De onderhandelingen over een nieuwe CAO voor de 3,2 miljoen ambtenaren en trendvolgers in Duitsland zijn gisteren mislukt. De vakbond vindt de voorgestelde loonsverhoging van 1,4 procent te laag. Ook is de bond het oneens met de weigering van de werkgevers de salarissen in Oost-Duitsland op te trekken naar Westduits niveau.

Tegelijkertijd werd vanmorgen bekend gemaakt, dat de werkloosheid in het oosten opnieuw is gestegen tot 21,3 procent. Vorige maand was dat nog 20 procent. Uit nieuwe cijfers, die de Landelijke Organisatie van Arbeidsbureaus vanmorgen bekend maakte, blijkt dat de werkloosheid in februari in heel Duitsland zich lijkt te stabiliseren op een niveau van 4,82 miljoen. Dat is 12,6 procent van de beroepsbevolking.

De tegenstelling tussen de ontwikkelingen in Oost- en West-Duitsland wordt evenwel steeds groter, zei Bernhard Jagoda, voorzitter van de 'Bundesanstalt für Arbeit'. Vooral het Westen profiteert van de stijgende export en zag de werkloosheid dalen tot 10,4 procent. In het Oosten heeft een op de vijf geen baan.

Verschillende economische experts menen, dat er alleen toekomst is voor het Oosten als deze regio zich ontwikkelt tot een 'lage-lonen-gebied'. De productiviteit is in het Oosten nog veel te laag, waardoor gelijkschakeling van de lonen aan die in het Westen niet realistisch is, zei de economische adviseur van de Britse premier Tony Blair, Richard Layard, gisteren in een interview met het Hamburger Abendblatt. De productiviteit in Oostduitse bedrijven bedraagt 50 tot 60 procent van die in West-Duitsland. De salarissen bedragen 80 tot 85 procent van het Westduitse niveau.

De ambtenaren en trendvolgers willen echter vasthouden aan het gelijktrekken van de salarissen, bleek gisteren na het mislukken van het overleg tussen de vakbonden ÖTV ('Gewerkschaft für Öffentliche Dienste, Transport und Verkehr) en de DAG ('Deutsche Angestellten-Gewerkschaft').

Ook de salarisverhoging van 1,4 procent voor 1998 en 1,8 procent voor 1999 vinden ze ontoereikend; dat is iets meer dan de inflatie van 1,3 procent. De bonden hebben 4,5 procent loonsverhoging geëist. Ook eisen ze verkorting van de werkweek in het Oosten.

Tienduizenden werknemers in openbaar-vervoerbedrijven en in het onderwijs hebben de laatste dagen prikacties gehouden om hun eisen kracht bij te zetten. In verschillende grote steden hadden miljoenen reizigers daardoor met urenlange vertragingen te kampen. De acties bleken vergeefs. Minister Manfred Kanther (CDU) van Binnenlandse Zaken ziet weinig in de eisen van de werknemers. Voor verkorting van de werkweek in het Oosten, waar 40 uur wordt gewerkt, voelt hij niets. De bonden wensen dat ook in het Oosten de 38,5 urige werkweek wordt ingevoerd. Een looneis van 4,5 procent noemde Kanther volkomen onrealistisch. “De eisen zijn niet van deze wereld”, zei Kanther en rekende voor dat inwilliging de staat, deelstaten en gemeenten 19 miljard mark kost. Dat geld is er eenvoudig niet, aldus Kanther.

De werkgevers hebben aangeboden de 1,4 procent loonsverhoging met terugwerkende kracht vanaf 1 januari te laten ingaan. Kanther biedt ook aan het overheidsaandeel in de pensioenvoorziening te verhogen. Tegelijkertijd wil de overheid verworven rechten aanpakken en korting van de ziekte-uitkering van 100 naar 80 procent doorvoeren. ÖTV en DAG wezen het hele pakket van de hand.

Nu de CAO-besprekingen zijn vastgelopen, zal op initiatief van de werkgevers een onafhankelijke bemiddelingscommissie worden ingesteld, die moet zien een compromis te bereiken. Kanther wil zo een algehele staking voorkomen. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn ambtenaren en trendvolgers slechts twee keer de straat opgegaan.

Intussen blijkt het aantal faillissementen met zes procent tot recordhoogte te zijn gestegen. Buitenlandse investeerders keren maar langzaam terug naar Duitsland. Afgelopen jaar werd slechts 4,5 miljard in de Bondsrepubliek geïnvesteerd, terwijl de Duitsers 46,9 miljard in het buitenland staken, blijkt uit de jongste cijfers van het Instituut voor de Duitse economie in Keulen. In 1996 bereikten de buitenlandse investeringen in de BRD met 1,1 miljard een dieptepunt. Het instituut noemt de geringe investeringen de “rekening”, die Duitsland krijgt gepresenteerd voor de hoge arbeidskosten (sociale premies) en de hoge belastingen voor ondernemingen.