Den Bosch; 'De boeren' blijven de sterksten in de stad

Rosmalens Belang werd in 1995 de grootste partij in de gemeenteraad van Den Bosch. Gisteren verloor ze terrein, maar de grootste bleef ze.

JUICHKRETEN, applaus en massaal gezoen. De vreugde was gisteravond groot bij de aanhang van Rosmalens Belang. De partij had weliswaar vier van haar tien zetels verloren, maar ze was de grootste gebleven in de gemeente 's-Hertogenbosch. “Een geweldige overwinning”, riep haar wethouder Rien van Grunsven in het Theater aan de Parade, waar politiek-Den Bosch zich had verzameld. Zijn lijst 1 ('Bleft oew Eige', luidde het motto) verwierf 8.284 stemmen, ongeveer 1.500 minder dan in november 1995 bij de tussentijdse raadsverkiezingen die wegens herindeling werden gehouden.

Drie jaar geleden verzette Rosmalen (27.000 inwoners) zich met hand en tand tegen samenvoeging met het 95.000 zielen tellende Den Bosch. Tweeduizend verbitterde dorpelingen deden zelfs mee aan een protestmars naar Den Haag. Toen dat alles niets uithaalde, lieten ze het CDA en de VVD links liggen en kozen massaal voor Rosmalens Belang. Aangezien de opkomst in Rosmalen (65 procent) ook nog eens veel hoger was dan in Den Bosch (40 procent), kreeg de dorpspartij tien van de 39 zetels in de Brabantse hoofdstad.

Per 1 januari 1996 zaten meer Rosmalenaren dan Bossche afgevaardigden in de raad. Anno 1998 kon zo'n succesverhaal van de randgemeente zich niet herhalen. Een recent onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant wees uit dat de emoties over de herindeling in Rosmalen al weer wat waren bekoeld. Het angstbeeld van een grote, onpersoonlijke gemeente waarin de Rosmalense belangen ondergesneeuwd raken, is in de ogen van de Rosmalenaren niet uitgekomen, stelde de universiteit vast. Toch waren de dorpelingen blijkbaar niet geheel gerust: de opkomst was gisteren opnieuw veel hoger dan die in Den Bosch - 66,8 tegen 50,5 procent.

Mogelijk is de gang naar de stembus bevorderd door een actie van plaatselijke prominenten. In een open brief riepen projectontwikkelaar J. Stienstra, drie oud-gemeentesecretarissen en L. Heijmans, ex-directielid van het gelijknamige bouwbedrijf, de Rosmalenaren op hun stem op een dorpsgenoot uit te brengen. “Rosmalen is als bruid verkocht aan Den Bosch. Als familie van de bruid willen we nog één keer rondom haar gaan staan, om extra aandacht te geven”, schreven ze. Ze hebben niks tegen Den Bosch, lieten ze weten, “maar we vinden het goed dat de belangen van Rosmalen de komende vier jaar door zo veel mogelijk raadsleden uit Rosmalen zelf worden behartigd.”

In de raad van Den Bosch vormde Rosmalens Belang de afgelopen jaren een coalitie met het CDA, de PvdA en de (inmiddels afgehaakte) VVD. De partij levert twee van de vijf wethouders: H. Goedhart en Van Grunsven. De laatste meent dat zijn collega en hij “goed werk” hebben geleverd, “zeker voor de mensen uit Rosmalen”. Hij wijst op de onroerend-zaakbelasting. “In Den Bosch was die 100 procent hoger dan in Rosmalen. Toch hebben we de stijging in ons dorp tot 35 procent weten te beperken.” Van Grunsven meldt verder trots dat de rioolrechten in Rosmalen twee jaar niet zijn verhoogd en dat de 'baatbelasting' voor het dorpscentrum is afgeschaft.

De oppositie in Den Bosch is echter niet te spreken over “de boeren” in het college van B en W. Fractievoorzitter N. Heijmans van de SP omschrijft beide Rosmalense bestuurders als “uitermate zwak”. “In feite zijn ze niet aanwezig. Ze geven geen leiding en sturing. Net als de andere drie leden van het college hebben ze te veel oog voor de grote bouwprojecten van Den Bosch. De sociale samenhang en de tweedeling in de maatschappij zien ze niet. Ze vragen zich niet af wat ze voor de mensen kunnen doen, ze investeren in stenen”, aldus SP'er Heijmans.

Zijn collega E. Oonck van GroenLinks meent dat de raadsleden van Rosmalens Belang “hun best” hebben gedaan. “Maar ze zijn overvallen door die tien zetels”, voegde ze daaraan toe. “Een grote stad besturen is iets anders dan een dorp. Ze hadden van hun leven nog geen drugsverslaafde gezien. In Rosmalen was het aantal uitkeringstrekkers te overzien, in Den Bosch zijn er zevenduizend. Improviseren kan dan niet, dan moet je beleid maken. Dat moet Rosmalens Belang nog leren.”

Wethouder Van Grunsven zei gisteravond ervan uit te gaan dat Rosmalens Belang wederom in het college komt. Hij beseft dat de steun van het CDA (weer zes zetels) en de PvdA (vijf, verlies van één) onvoldoende is voor een meerderheid in de raad. Wie de vierde partij wordt, weet hij absoluut nog niet. De gegroeide VVD met haar vijf raadsleden? Hij haalt opnieuw de schouders op. Van Grunsven bewaart slechte herinneringen aan de liberalen. Vorig jaar keerde de VVD het college de rug toe, nadat haar wethouder G. Paanakker botste met de fractie. Paanakker steunde B en W, die een nachtopvang voor drugsverslaafden bij het station wilden inrichten. Ten slotte verliet hij de partij en meldde hij zich bij de lijst 'Bosch Belang'.

Soortgelijke incidenten doen zich in Den Bosch meer voor. Zo stapte wethouder P. Kagie zomer '96 op bij de PvdA, nadat hij onder meer in opspraak kwam na een handgemeen met een journalist. Ook Rosmalens Belang had een zwart schaap, raadslid Van Zandvoort. Verontwaardigd vormde hij eind vorig jaar een eenmansfractie toen hij kreeg te horen dat hij op een onverkiesbare plaats was gezet. Gisteravond juichte hij niet mee met Rosmalens Belang, dat na de stembusuitslag nog een afzakkertje nam, thuis in Rosmalen, in café September.