De gedelegeerden leven in een andere wereld

Elk jaar neemt het Nationaal Volkscongres, het Chinese parlement, tal van besluiten op gebied van wetgeving. Maar wat komt daarvan in de praktijk terecht? De bedoelingen van de gedelegeerden zijn goed, maar hun wereld heeft weinig te maken met de werkelijkheid, meent een jurist.

PEKING, 5 MAART. Slaan is verboden, maar de kans dat je bekentenissen loskrijgt, is veel groter. Daarom wordt in China zonodig geslagen tijdens politieverhoren. Jurist Zhang spreekt uit ervaring. Hij vraagt zich af wat nu beter is: slaan en de waarheid krijgen of mensen als O.J. Simpson, de Amerikaanse football/filmster die werd vrijgepleit van de moord waarvan hij werd verdacht, laten lopen. Zhang vindt geen van beide in orde, maar als hij zou moeten kiezen, gaat zijn voorkeur uit naar het eerste.

De 60-jarige Chinese jurist haalt het probleem aan om te illustreren hoe ingewikkeld het in zijn land is een wet aan te nemen, tegen politiegeweld bijvoorbeeld, en die vervolgens naar behoren uit te voeren. “Het klinkt prachtig op papier, maar in de praktijk komt daar nauwelijks wat van terecht”, zegt Zhang over de beslissingen die jaarlijks door het Volkscongres, het Chinese parlement (NPC), worden bekrachtigd. “Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van de gedelegeerden, maar hun wereld heeft weinig te maken met die van ons.”

Die conclusie moeten de leden van het Volkscongres zelf inmiddels ook hebben getrokken. Afgelopen week verklaarde een woordvoerder van het permanent comité van de vergadering, dat de uitvoering van wetten veel te wensen overlaat. Zozeer zelfs dat kan worden geconcludeerd dat de wetten in China “doorgaans worden overtreden”. Maar liefst twintig onderzoeksteams onder de directe leiding van acht vice-voorzitters van het congres zouden “na diepgaand onderzoek” tot dat oordeel zijn gekomen.

Cai Dingjian, werkzaam bij het onderzoeksinstituut van het Volkscongres, verwijst naar de regionale overheden voor de oorzaak van de problemen. “Voor vrijwel alle situaties in het moderne China bestaat inmiddels wetgeving, maar als de regels niet worden opgevolgd hebben die, hoe mooi ook geformuleerd, volstrekt geen zin.” Allicht. De schuldvraag, aldus Cai, ligt derhalve niet bij de opstellers van de wetten, maar bij de uitvoerders.

Het Volkscongres enkel beschouwen als een rubber stamp, een instelling die door de communistische partij voorgebakken beslissingen zonder serieus overleg goedkeurt - een omschrijving die doorgaans door de buitenlandse pers wordt gehanteerd - is volgens Cai ontoereikend. “Het NPC doet wat het kan. De gebrekkige uitvoering van hetgeen door de gedelegeerden wordt vastgelegd, is een probleem dat iedere gedelegeerde aan het hart gaat.”

Toch zou het NPC meer kunnen doen. Dat vindt jurist Zhang, die dagelijks met de toepassing van de vorig jaar doorgevoerde strafwetgeving te maken heeft. Zhang die zich heeft gespecialiseerd in het strafrecht, maar uit economische overwegingen uitsluitend commerciële zaken op zich neemt, vertelt dat onduidelijke wetgeving juristen ervan weerhoudt strafzaken aan te nemen. Een belangrijke aanpassing van het strafrecht die vorig jaar door het Volkscongres werd bekrachtigd, gold het recht van de verdachten om in een vroeeg stadium een advocaat in te schakelen. Voor die tijd kregen advocaten zeven dagen voorbereidingstijd, voorafgaand aan een rechtszaak, maar na de wetswijziging zouden verdachten “direct na het eerste verhoor” een advocaat in de arm mogen nemen.

De maatregel, die door velen is gekenmerkt als een opmerkelijke vooruitgang voor de rechten van de verdachte, wordt door Zhang afgedaan als “onuitvoerbaar”. “Er bestaat grote onduidelijkheid over de duur van het eerste verhoor”, zegt Zhang. “En ik kan u verzekeren: de meeste politie-agenten zal het een zorg zijn. Zij spreiden 'het eerste verhoor' gewoon over dagen of weken.” Onduidelijkheid bestaat ook over de bepalingen aangaande de strafmaat. Zo is wettelijk vastgelegd dat, wanneer sprake is van hoge omkoopsommen, de doodstraf mag worden gegeven. In veel gevallen is het echter onduidelijk waar de grens van de hoogte van dat bedrag precies ligt. “Het principe van de wet is heel duidelijk, het ontbreekt alleen aan een duidelijk gedefinieerde inhoud”, zegt Zhang.

Dergelijke omstandigheden zijn volgens de jurist debet aan het feit dat strafzaken geen populariteit genieten onder juristen in China. “Het is onbegonnen werk. Als je geen toegang krijgt tot de verdachte, medeplichtigen of ooggetuigen, de politie je voortdurend tegenwerkt, rechters hun beslissing al hebben genomen en geen interesse tonen voor het pleidooi van de advocaat, dan neemt de zin voor het aannemen van strafzaken bij veel van ons af.”

Belangrijker misschien nog is de hoogte van de inkomsten die de advocaten voor hun werkzaamheden tijdens strafzaken kunnen krijgen. Overeenkomstig de nationale regelgeving krijgt een advocaat per strafzaak tussen de 30 en 150 yuan uitbetaald (7,50 tot 37,50 gulden). “Ik houd van mijn vak”, zegt Zhang, “maar ik heb ook een familie te onderhouden.” Civiele zaken, die bijvoorbeeld verband houden met economische misdaad, leveren aanmerkelijk meer geld op. Om die reden nemen veel advocaten geen strafzaken aan.

De overheid onderwijl, lijkt radeloos. Ze voert wetswijzigingen door die ze niet kan waarmaken. In de Oost-Chinese stad Nanjing worden advocaten verplicht minimaal vier strafzaken per jaar te doen, maar zelfs al voldoen zij aan die eis, dan krijgt de meerderheid van de verdachten geen juridische bijstand. Het Chinese dagblad Guangming Ribao meldt dat bij de 3.855 strafzaken in 1995 in slechts 1.729 gevallen een advocaat betrokken is geweest. En de Legal Daily concludeert dat de juristen niets valt te verwijten, omdat zij overeenkomstig de richtlijnen van de hervormingen van de staatseconomie “commercieel zijn gegaan en de regels van de markteconomie volgen.”

“China heeft de afgelopen 19 jaar stevige fundamenten gelegd voor een moderne rechtsstaat, maar de achterstand die het moet inlopen, is heel erg groot”, zegt Zhou Wansheng, jurist en specialist op het gebied van wetsontwerpen. “Hoe groter de juridische achterstand in de samenleving, des te sterker het verzet tegen verandering. China zal zich meer voor verandering moeten inzetten dan elders in de wereld omdat de breuk met het verleden enorm is.” Zhou, die werkzaam is aan de prestigieuze Universiteit van Peking, gelooft dat de Chinese overheid meer zal moeten doen om het oude concept van de rule of men, waarbij de mens in plaats van de wet als de richtlijn van het bestuur wordt gehanteerd, uit te bannen. “Het tijdperk waarin de voetganger tot dwangarbeid kon worden veroordeeld omdat hij de roekeloze buschauffeur hel en verdoemenis had nageschreeuwd, waarna zijn voertuig inderdaad tegen een lantaarnpaal bleek te zijn gereden, is voorgoed voorbij.”