Amerikaanse charitas; Familieaangelegenheden

Tientallen Amerikaanse liefdadigheidsinstellingen hebben de afgelopen jaren goedgeefs Nederland ontdekt. In eigen land zijn ze echter niet allemaal even onomstreden. Sommige spenderen wel heel erg weinig van hun inkomsten aan het goede doel, en des te meer aan salarissen van mede- werkers die vaak ook familie van de oprichter blijken te zijn.

Voor de familie Jones uit Oklahoma is charitas een familie-aangelegenheid. Larry, Frances en hun twee kinderen verdienen alle vier hun boterham bij de door hen zelf opgerichte 'Feed the Children / Larry Jones International Ministries', een hulporganisatie voor kinderen die sinds kort ook fondsen in Nederland werft.

Larry Jones, founder & president, heeft een inkomen van meer dan 100.000 dollar per jaar (113.000 in 1994). Zijn echtgenote krijgt eveneens een inkomen (79.000 dollar in 1995). En ook zijn twee kinderen staan op de payroll (voor 48.000 respectievelijk 43.000 dollar in 1995). Zo blijkt uit gegevens in de Amerikaanse pers.

“Larry en zijn vrouw Frances hebben hard gewerkt om de organisatie op te zetten en te laten groeien, en hun twee kinderen hebben in de beginjaren met hun ouders het nodige moeten opofferen”, aldus vice-president 'Mac' McAbee in The Nashville Banner van 28 november 1996.

Feed The Children, dat in Amerika voor meer dan 200 miljoen gulden aan geld en goederen ophaalt voor arme kinderen over de gehele wereld, is een van de tientallen buitenlandse fondsenwervers die zich in de afgelopen jaren in Nederland hebben gevestigd. Aangetrokken door de gulle goedgeefsheid van de Nederlandse bevolking en de hoge respons op bedelbrieven. Een aantal van deze fondsenwervers heeft zich in Nederland in de kijker gespeeld met hun veelvuldige en soms als intimiderend ervaren bedelbrieven. En enkele blijken in eigen land een omstreden reputatie te genieten. Bij Feed the Children/Larry Jones International Ministries bijvoorbeeld zou te veel geld aan de strijkstok blijven hangen, commerciële en charitatieve belangen zouden te veel door elkaar heen lopen, en Larry Jones zou het publiek beduvelen met misleidende fondsenwervingsacties op televisie.

Twee van de drie belangrijkste onafhankelijke organisaties die de financiële handel en wandel van charitatieve instellingen in de Verenigde Staten in de gaten houden ('chari-watchdogs'), vellen geen positief oordeel over Feed the Children. Volgens het American Institute of Philantrophy gaat slechts 18 procent van de opbrengst in de VS naar de hulpprogramma's en gaat de rest op aan fondsenwerving en organisatiekosten. Volgens Feed the Children komen deze cijfers uit een foute berekeningsmethode voort (de watchdog neemt in haar berekeningen niet de giften in natura mee terwijl die het overgrote deel van de opbrengst uitmaken), en wijst er verder op dat de Council for Better Business Bureaus, de andere watchdog wèl een goedkeurende verklaring heeft afgegeven.

Hardy Korver, voorzitter van de Stichting Voedselhulp voor Kinderen, de Nederlandse tak van Feed the Children, meent dat de kritiek op Feed the Children niets te maken heeft met de Nederlandse activiteiten: “Bij ons krijgt Larry Jones geen enkele cent. Ik heb een stichting die keurig volgens de regels van het spel wordt geleid en loopt. Hij haalt bij ons geen grappen uit, onttrekt er geen centen aan, probeert geen lastige oneerbare invloed uit te oefenen en zet ons ondertussen keurig op het paard.”

Larry Jones richtte twee jaar geleden Stichting Voedselhulp voor Kinderen op, en trok de Amerikaanse Patricia Lynn Korver-Kicak aan als managing director en haar echtgenoot Hardy Korver, belastingadviseur bij KPMG Meijburg & Co, als bestuursvoorzitter. Daarnaast richtte Jones Stichting Feed the Children International in Nederland op, waarover hijzelf de scepter zwaait. Doelstelling van deze stichting, zo leert de Kamer van Koophandel in Utrecht, is de 'coördinatie van activiteiten in Europa van Feed the Children instellingen, alsmede van andere bij stichting aangesloten instellingen'. Feed the Children heeft inmiddels ook een vestiging in Engeland en werkt aan een vestiging in Duitsland. De eerste hulpgoederen van Voedselhulp voor Kinderen zijn al de deur uit. Een bus voor gehandicapte kinderen voor Kenia, een 'veilige en kindvriendelijke' speelplaats voor Bosnië, en tientallen tonnen levensmiddelen, kleding, meubilair en speelgoed voor weeskinderen in Roemenië.

Een andere niet geheel onomstreden Amerikaanse charitas-familie die de oversteek naar Nederland heeft gemaakt is de familie Michaels uit Oklahoma, oprichter van de American Health Assistance Foundation - fondsenwerver voor de bestrijding van allerlei vreselijke ziektes waaronder alzheimer. De Foundation zette zo'n vijf jaar geleden de Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek op in Hoofddorp, voor een belangrijk deel gerund vanuit de Verenigde Staten.

De Foundation raakte jaren geleden ernstig in opspraak vanwege vermeende verstrengeling van commerciële en charitatieve belangen. Hoofdrollen in deze kwestie waren weggelegd voor onder meer Janet Michaels (inmiddels tevens voorzitter van de Nederlandse tak van de organisatie) en voor haar vader Joseph Salta (ook bestuurslid van de Nederlandse tak). Het American Institute of Philanthropy geeft de Foundation een onvoldoende, een 'D' (unsatisfactory), omdat slechts 42 procent van de opbrengst naar het goede doel zou gaan - de rest naar de eigen organisatie en naar fondsenwerving (de best betaalde kracht incasseert ruim 400.000 gulden per jaar).

Nederland kent niet van zulke watchdogs als het American Institute of Philanthropy. Nederland kent wèl het Centraal Bureau Fondsenwerving. Maar het CBF, in 1925 opgericht door de Armenraden (door de branche zèlf), meet zich alleen een oordeel aan over charitatieve instellingen die een verklaring van goed gedrag ('steunwaardigheidsverklaring' of 'keurmerk') wensen. De Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek uit Hoofddorp, opgezet door de American Health Assistance Foundation vroeg zo'n keurmerk aan, maar kreeg afgelopen zomer het lid op de neus, omdat niet vast stond dat het stichtingsbestuur onafhankelijk is en omdat evenmin kon worden aangetoond dat de kosten voor fondsenwerving minder dan 25 procent zijn van de opbrengst uit eigen fondenwerving.

Dan zijn er ook nog de Amerikaanse fondsenwervers die nog geen verklaring van goed gedrag hebben aangevraagd maar waarvan het CBF al op voorhand zegt dat ze niet voldoen aan de vereisten. Voedselhulp voor Kinderen bijvoorbeeld. “De boekhoudkundige berekening van Voedselhulp voor Kinderen voldoet niet aan onze richtlijnen” merkt de woordvoerder van het CBF droogjes op.

Geschilpunt is de plaats van de miljoenen die Feed the Children aan Voedselhulp voor Kinderen geeft als dekking van de aanloopkosten die de nieuwe Nederlandse liefdadigheidsinstelling maakt. Met deze miljoenen (vorig boekjaar een miljoen) kan Voedselhulp voor Kinderen onder meer de eigen kosten voor fondsenwerving relatief laag houden, beneden de door het CBF vereiste 25 procent van de totale inkomsten. Van het CBF mag Voedselhulp voor Kinderen het geld van haar moederorganisatie dáár niet voor gebruiken. “De wèrkelijke kosten van Voedselhulp voor Kinderen, zonder aftrek dus van de Amerikaanse steun, bedroegen afgelopen jaar bijna 2 miljoen. Dat is bij wijze van spreken bijna net zoveel als de totale opbrengst van de stichting - nog geen 2,4 miljoen gulden”, aldus CBF-woordvoerder Frans Verhaar.

Het is een probleem voor meer van de Amerikaanse liefdadigheidsorganisaties die de afgelopen jaren in Nederland fondsenwervende instellingen hebben opgericht. Veel van die instellingen worden immers vooral in de beginjaren zwaar gesubsidieerd door hun Amerikaanse moederorganisatie. Korver van Voedselhulp voor Kinderen, die op den duur graag in aanmerking wil komen voor een keurmerk, heeft weinig begrip voor de boekhoudkundige richtlijnen van het CBF. Hij wil die richtlijnen desnoods voor de rechter aanvechten. “Ons jaarverslag heeft een goedkeurende verklaring van de accountant. En ten minste 75 procent van al onze inkomsten uit fondsenwerving in Nederland gaat naar onze projecten voor kinderen.”

Ook William de Vita, directeur van Asian Relief Inc., de Amerikaanse liefdadigheidsinstelling die begin jaren negentig Wereld Dorpen voor Kinderen in Nederland oprichtte, laat vanuit de Verenigde Staten per fax weten het CBF niet al te serieus te nemen. “Zoals U wellicht weet is het CBF een particuliere, vrijwillige organisatie. Er is geen wettelijk vereiste voor liefdadigheidsinstellingen om een goedkeurende verklaring van het CBF aan te vragen”, aldus De Vita. “We hebben desalniettemin verschillende keren aangeboden hen te ontmoeten om vragen te bespreken die er misschien bij hen leven over Wereld Dorpen voor Kinderen. Ze hebben tot nog toe geweigerd ons te ontmoeten.” Het CBF zegt in reactie op de verklaring van De Vita dat het niet met Wereld Dorpen voor Kinderen wil praten zolang deze organisatie geen verzoek tot een keurmerk heeft ingediend.

Wereld Dorpen voor Kinderen raakte eind vorig jaar in opspraak toen het tv-programma Middageditie na onderzoek door twee accountants constateerde dat zeven van de negen miljoen gulden die de stichting had opgehaald een onduidelijk bestemming hadden gekregen.

    • Geert van Asbeck