1984-1998

“Hoe is het daar?” Hij wijst naar buiten. Ik zit pas een paar maanden en hij is er al veertien jaar niet meer geweest. Sinds 1984 zit hij vast en binnenkort heeft hij zijn eerste weekend proefverlof.

Ik probeer me voor te stellen hoe het is om zolang te zijn weggeweest. Ergens met Den Uyl/Wiegel ging hij weg en met Kok/Bolky is hij terug. Alles wat ertussen zit kent hij alleen van de tv. Hoe ver hij achterligt, blijkt uit zijn taalgebruik. Het is nog steeds 'weet je wel' en 'te gek' en zo ziet hij er ook uit: paardenstaart, John Lennon-brilletje en net zo'n dromerige blik.

“Weet je, ik heb er heel erg spijt van en soms is het zo erg dat ik helemaal niet naar buiten wil. Hier weet ik waar ik aan toe ben, maar daar...” Hij wijst opnieuw over de muur.

Ik weet wat hij bedoelt. Hij zit voor een dubbele moord en naarmate de wereld dichterbij komt, komt die ook weer terug. Vooral de laatste dagen buist (bajesslang voor slaan op verwarmingsbuizen) hij maar door. Het is de ene dreun na de andere, urenlang achter elkaar, en het heeft allemaal te maken met die twee ontzielde lichamen.

Hij laat me een tekening zien. Een man en een vrouw liggen in een plas bloed. Hijzelf staat er met een mes boven. Zijn gezicht is verkrampt en hij heeft zijn ogen dicht. “Ben ik dat?” staat er boven. Even lopen me de rillingen over de rug.

“Je moet er toch uit, hier kun je niet blijven”, mompel ik.

“Ja dat is wel zo, weet je, maar ik heb daar niemand meer. Mijn vader wil niks met me te maken hebben, mijn moeder is dood en ook de familie kan ik wel vergeten.”

Ik knik. Het lijkt me geen gemakkelijke zaak. Moord scoort niet hoog buiten, en een dubbele al helemaal niet.

“Heb je geld?”

“Nou, weet je, ik heb drie meier gespaard en van hier krijg ik een tweedeklas treinkaartje. Maar waar moet ik in godsnaam naar toe, en bovendien heb ik geen idee meer wat alles kost.”

Veel geld is het niet. Maar ik houd mijn mond. Als iemand voor het eerst na veertien jaar naar buiten gaat, loop je niet over dat soort dingen te zeiken. “Pak dan een hotelletje hier in de buurt”, opper ik.

Een tijdlang staart hij alleen maar naar de lucht. Er wiekt een zwerm vogels voorbij. Langzaam draait hij met ze mee. Hij heeft wat met vogels. Net als Yoko Ono, en ook precies dezelfde onaardse blik. Hij begint te neuriën. Het is een oud nummer van de Rolling Stones. 'Time is on my side' - wrange woorden als je zolang van de wereld bent geweest. Over twee dagen is hij los. Ik houd mijn hart vast. Sommigen kunnen maar beter blijven. Zeker een hippie met een dubbele moord die helemaal niemand heeft.

    • Ferdy Verschuur