Wiskunde studeren kan een genie niet gelukkig maken

Good Will Hunting. Regie: Gus van Sant. Met: Robin Williams, Matt Damon, Ben Affleck, Stellan Skarsgard, Minnie Driver. In: 24 theaters.

Kan een film over een wiskundig genie een goede film zijn zonder ook maar een woord aan wiskunde vuil te maken? Good Will Hunting is een film over een wiskundig genie die nooit over wiskunde gaat en de film werd genomineerd voor negen Oscars (die voor film, acteur, regisseur, bijrolacteur, bijrolactrice, montage, muziek, lied en scenario). Good Will Hunting is een film die net als Shine en Rain Man niet over het ruim aanwezige talent of mankement van de hoofdpersoon gaat, maar geaccepteerde waarheden wil verkondigen over het leven en de liefde. De film werd geschreven door de jonge acteurs Matt Damon en Ben Affleck, die, ook toen Robin Williams voor de grootste bijrol tekende en Gus van Sant de regie op zich nam, belangrijke rollen konden blijven spelen. Damon is inmiddels een ster in Amerika die wegens zijn winning smile als de opvolger van Tom Cruise wordt gezien; al voor Good Will Hunting uitkwam speelde hij de hoofdrol in Francis Coppola's hier nog niet uitgebrachte The Rainmaker, en werd hij gevraagd voor Spielbergs nieuwe oorlogsepos Save Private Ryan.

Will Hunting (Damon) is een wees uit de vervallen arbeidersbuurt van Boston die 's avonds met zijn vrienden in de kroeg zit en/of wat collega-verschoppelingen in elkaar slaat. Overdag werkt hij als schoonmaker op de universiteit van Harvard. Op een dag komt hij op een schoolbord in de gang een wiskundig probleem tegen. Hij schrijft de oplossing eronder en gaat verder met dweilen, drinken en vechten. Als Will in de gevangenis terecht komt, spoort de professor die het probleem op het bord heeft geschreven (Stellan Skarsgard, de echtgenoot uit Breaking the Waves) hem op. Will komt vrij, mits hij bij de professor zijn talent gebruikt en in therapie gaat. Het jonge genie blijft onder de hoede van de professor een onhandelbare persoonlijkheid; met een feilloos gevoel voor andermans zwakke plekken jaagt hij iedereen tegen zich in het harnas. Zelfs de therapeuten die de professor voor hem opzoekt, willen na één sessie niets meer met hem te maken hebben. Tot hij terecht komt bij Sean McQuire (Williams), een psycholoog die net als Will in South Boston is opgegroeid en dus begrijpt wat het is om mishandeld en verlaten te worden. Tegenover de ruwe brille van Will stelt Sean levenservaring. Met grappen over de scheten van zijn overleden vrouw breekt hij het ijs. Met hulp van McQuire moet Will leren de pijn van zijn jeugd achter zich te laten.

Will krijgt van nog meer mensen hulp; zijne hoogbegaafde onhandelbaarheid treft het ook nog met rijke Britse Harvard studente als vriendin en een trouwe makker (Affleck) die het niet erg vindt hem te verliezen. De professor komt er als redder van Will het bekaaidst af in de film. Wiskunde studeer je alleen maar om prijzen te winnen. Gelukkig kun je er niet van worden.

Veel is in orde aan Good Will Hunting, waaronder op de eerste plaats het spel, maar veel ook niet. De film valt als feelgood movie een beetje tussen wal en schip. Hij is niet plat genoeg om onbekommerd te laten genieten van de psychologie van de kouwe grond en niet spits genoeg om daar iets voor in de plaats te stellen.

De film is opgedragen aan Allen Ginsberg en William S. Burroughs, maar hun geest is er niet vaardig over geworden. Good Will Hunting lijkt eerder een beetje op The English Patient, de film die vorig jaar de grote winnaar bij de Oscars werd, al is de nieuwe kandidaat minder geraffineerd. Gus van Sant, die eerder tot cultfilms uitgegroeide producties als Drugstore Cowboy en My Own Private Idaho en het als cultfilm opgezette Even Cowgirls get The Blues maakte, heeft aan mainstream Hollywood precies zoveel toegevoegd als mainstream Hollywood op prijs stelt: een beetje kankeren op de overheid, een pietsje klasse-animositeit en twee mannen die huilen en elkaar omhelzen. Zegt de een: “Does this violate the doctor-patient relationship?” Antwoordt de ander: “Not unless you grab my ass.”

    • Bianca Stigter