VS en Irak: ferm maar onzeker

De Amerikaanse regering was de afgelopen weken binnenskamers veel onzekerder over een militaire operatie tegen Irak dan de buitenwereld wist. Dit blijkt uit reconstructies in de Amerikaanse media.

WASHINGTON / ROTTERDAM, 4 MAART. De Amerikaanse regering stevende de afgelopen weken met volle kracht af op een militaire confrontatie met Irak, maar bij president Clinton en zijn adviseurs heerste voortdurend grote onzekerheid over het doel van zo'n operatie. Ook al lagen de plannen voor zware bombardementen al maanden klaar en waren ze goedgekeurd door Clinton, binnenskamers zochten hij en zijn medewerkers nog koortsachtig naar argumenten om de luchtaanvallen te rechtvaardigen. Ook hadden ze nog geen idee hoe ze moesten reageren als Irak na de bombardementen niet zou inbinden. En Clinton was volgens adviseurs “de hele tijd bezorgd over burgerslachtoffers”.

Dat blijkt uit een aantal artikelen in de Amerikaanse pers, waarin op basis van gesprekken met regeringsfunctionarissen wordt gereconstrueerd hoe de crisis over de wapeninspecties in Irak bijna tot oorlog leidde, maar op het nippertje werd bezworen. Binnen de regering-Clinton bestond lange tijd verdeeldheid over de vraag wat met bombardementen bereikt kon worden. De doelstellingen van een militaire actie die bewindslieden de afgelopen weken noemden, liepen sterk uiteen. Clintons 'veiligheidsteam' - de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie Madeleine Albright en William Cohen, nationaal veiligheidsadviseur Sandy Berger en VN-ambassadeur Bill Richardson - verschilde van mening over het nut van een diplomatieke of militaire actie en over de missie van VN-chef Kofi Annan.

De eerste tekenen van een crisis dienden zich afgelopen zomer aan, schrijft The Washington Post. De Amerikaanse militaire inlichtingendienst wees erop dat Irak zijn luchtafweergeschut bedreigend opstelde voor Amerikaanse U2-spionagevliegtuigen die foto's nemen voor de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties. Washington concludeerde dat Irak voorbereidingen trof om een toestel neer te schieten, en stuurde het vliegdekschip USS Nimitz naar de Golf.

De spanning liep verder op toen Bagdad eind oktober aankondigde dat alle Amerikaanse VN-inspecteurs het land moesten verlaten, en begin november waarschuwde dat het een U2 zou neerhalen.

Clinton en een tiental adviseurs oordeelden tijdens een beraad op 8 november dat de president hard moest optreden, om te voorkomen dat de inspecties en sancties die Irak sinds 1991 aan banden leggen ondergraven zouden worden. “U moet de laatste beslissing eerst nemen”, zei veiligheidsadviseur Berger volgens aanwezigen tegen de president. “Bent u bereid om militaire actie te ondernemen? Als u dat onder ogen ziet en er 'ja' tegen zegt, dan kunnen we een diplomatieke campagne beginnen om de noodzaak ervoor minder waarschijnlijk te maken.” Twee dagen later liet Clinton Berger weten dat hij inderdaad bereid was geweld te gebruiken. “Let's go forward”, zei Clinton volgens aanwezigen.

Pagina 4: 'Ons standpunt is: God mag weten wat er gebeurt'

Hoewel de regering nu - “te snel” volgens deelnemers - besloten had tot voorbereiding van een militaire operatie, bestond er nog grote onzekerheid: zowel over de omvang van zo'n actie als over het doel. Berger, Albright en haar onderminister Thomas Pickering verwachtten dat Saddam Hussein wel door de knieën zou gaan voor de dreiging van luchtaanvallen, aldus The Post. Maar Cohen en het merendeel van de legerleiding dachten dat het nodig was de militaire macht ook echt te gebruiken. De doelstellingen van militair ingrijpen wisselden steeds bij de bewindslieden: nu eens was het vastberadenheid tonen tegenover Saddam, of hem ertoe dwingen de wapeninspecteurs hun werk te laten doen, dan weer vernietiging van zijn vermogen om nucleaire, chemische en biologische wapens te maken. Uiteindelijk werd het: ernstige schade toebrengen aan dat vermogen, en aan de conventionele strijdmacht waarmee Irak zijn buren kan bedreigen.

Generaal Henry Shelton, voorzitter van de chefs van staven, had veel overredingskracht nodig de regering te overtuigen van de beperkte mogelijkheden Saddam met luchtaanvallen zover te krijgen dat hij de inspecteurs van UNSCOM hun gang liet gaan. “Dat kun je niet met militaire middelen bereiken, tenzij je een complete operatie als Desert Storm uitvoert en die dan ook helemaal afmaakt”, aldus Shelton in The Washington Post. Plannen om Irak net zolang te bombarderen tot Saddam zou zwichten, stuitten op de slechte herinneringen aan de geleidelijke escalatie in Vietnam, die Amerika in een oorlog zoog.

De militaire voorbereidingen gingen door toen de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Jevgeni Primakov, op 20 november met een diplomatieke oplossing kwam: de VN-inspecteurs mochten weer aan het werk. Het Pentagon voorspelde dat het niet lang zou duren voor Irak weer dwars ging liggen - wat half december gebeurde toen Bagdad verklaarde dat UNSCOM geen controles mocht uitvoeren op 'presidentiële plaatsen'. Het Amerikaanse commandocentrum voor het Midden-Oosten, op de MacDill-luchtmachtbasis bij Tampa, Florida, stelde in drie maanden tijd drie scenario's voor luchtaanvallen op, met steeds meer doelwitten en grotere militaire intensiteit. Al in december, voor de islamitische vastenmaand Ramadan die op de 31ste begon, was het Pentagon klaar om Irak aan te vallen. Maar Albright en Berger bedongen uitstel om de internationale gemeenschap en de Amerikaanse publieke opinie op een gewapende actie voor te bereiden.

Onder de codenaam Desert Scorpion stelde het Pentagon ook twee plannen op voor een grondoffensief: een mars op de strategische havenplaats Basra en naburige olievelden, en een veldtocht met 200.000 tot 250.000 man naar Bagdad. Deze plannen, volgens medewerkers ontwikkeld omdat Albright een inschatting wilde van de kans Saddam af te zetten, vonden geen steun bij Clintons adviseurs.

Terwijl Irak de confrontatie met UNSCOM in januari verder op de spits dreef, stuurde Clinton eerst Albright en later Cohen naar Europese en Arabische landen om steun voor Amerikaanse luchtaanvallen te werven. Clinton had een militair plan goedgekeurd, mocht diplomatie falen. Washington besefte de beperkingen en risico's van militair optreden - bombardementen zouden ernstige gevolgen kunnen hebben voor de relaties met Arabische bondgenoten, en voor wat er nog rest van het vredesproces in het Midden-Oosten. Maar over een betere oplossing konden de adviseurs van de president het niet eens worden. En inmiddels stond het prestige van de Amerikaanse regering op het spel.

In de internationale gemeenschap, en vooral in de VN-Veiligheidsraad, ontmoetten de Amerikanen grote reserves over militair ingrijpen. Vooral de Russen en de Fransen maakten zich sterk voor een diplomatieke uitweg. In een telefoongesprek eind januari met zijn Russische ambtgenoot Jeltsin had de Franse president Chirac volgens The New York Times gezegd: “Weet je, Boris, jij en ik proberen daar een oorlog te voorkomen. Bill wil aanvallen. Misschien moeten jij en ik hier een rol in spelen.”

Internationale druk om VN-chef Kofi Annan op een vredesmissie naar Irak te sturen stuitte aanvankelijk op Amerikaans verzet. VN-ambassadeur Richardson wees het plan op 11 februari in een besloten zitting van de V-raad, waarbij Annan aanwezig was, resoluut af. Hij zag er de waarde niet van in. Richardson vreesde dat Annan zou toegeven aan Iraakse eisen en vond dat een akkoord met Saddam hoe dan ook niet te vertrouwen was. Maar een dag later besloot Clinton, op aandrang van Albright en Berger, Annans missie toch te steunen. “Het is ondenkbaar dat Kofi daarheen gaat, dat de Verenigde Staten de missie niet steunen, en dat we daarna een militaire actie ondernemen”, zei de president volgens The New York Times. “Kijk, ik wil niet dat hij gaat onderhandelen. Het zijn onze militairen die ervoor gaan zorgen dat de inspecteurs hun werk weer kunnen doen.”

Op zondagochtend 15 februari vloog Albright naar New York voor een - geheim gehouden - lunch met Annan in diens ambtswoning op Sutton Place. Albright bracht een document mee waarin de VS stelden binnen welke grenzen, 'rode lijnen' genoemd, hij in Bagdad moest opereren: de UNSCOM-controleurs moesten over alle wapeninspecties zeggenschap houden. En alleen zij - en niet eventueel hen begeleidende diplomaten - mochten beoordelen of Irak zijn chemische en biologische wapens heeft vernietigd. Albright maakte Annan ook duidelijk dat de VS wilden dat een akkoord met Irak ondertekend zou worden.

Annan die weigerde met schriftelijke instructies op stap te gaan, vertrok met steun van de vijf permanente leden van de V-raad. Clintons adviseurs begrepen dat met Annans missie militaire actie onwaarschijnlijk was geworden. Ook in eigen land was inmiddels twijfel gerezen over de wenselijkheid van luchtaanvallen, vooral nadat het 'ABC-team', Albright, Berger en Cohen, op een discussiebijeenkomst in Columbus, Ohio, door kritische vragen ernstig in verlegenheid was gebracht. Ook de steun in het Congres bleek onzeker.

In Bagdad was vice-premier Tariq Aziz anderhalve week geleden Annans voornaamste gesprekspartner. Annan kreeg, zei hij later, al bij aankomst het gevoel dat de Irakezen uit waren op een akkoord, maar toch verliepen de onderhandelingen hard. Aziz stond erop dat de inspecties van de 'presidentiële plaatsen' niet langer dan zestig dagen duurden. Toen Annan per telefoon aan Albright liet weten dat de Irakezen niet van dit standpunt wilden wijken, kreeg hij te horen dat het akkoord daarop voor de VS dan zou afspringen, aldus The New York Times. Annan belde ook met Primakov met een verzoek te bemiddelen. De Rus op zijn beurt liet Aziz weten dat er geen tijdslimiet aan de inspecties gesteld kon worden. Maar Aziz gaf niet toe. Zaterdagavond laat, na ruim een etmaal in Bagdad, liet Annan een medewerker voor de volgende dag twee verklaringen opstellen: in de ene sprak Annan tevredenheid uit dat er een diplomatieke oplossing was gevonden, in de andere betuigde hij spijt dat zijn missie was mislukt.

Zondag omstreeks het middaguur bracht een zwarte mercedes Annan naar het Republikeinse Paleis in het centrum van Bagdad, voor een ontmoeting met Saddam, zijn eerste en enige. De Iraakse leider, in een blauw pak, poseerde eerst met zijn gast voor fotografen. Daarna spraken ze drie uur. Annan haalde twee Cubaanse sigaren tevoorschijn en presenteerde er één aan zijn gastheer. “Weet u”, zei Saddam volgens een aanwezige terwijl hij hem opstak, “ik rook alleen sigaren met mensen die ik vertrouw.”

Annan was geïnstrueerd hoe hij Saddam het best kon bejegenen, aldus Time. Saddam zou spreken, stoppen en wachten. De stiltes waren belangrijk. Annan zou geduldig moeten zijn, stilzitten en Saddam moeten laten praten. Wanneer het zijn beurt was moest hij zich krachtig opstellen en duidelijk maken dat hij geen boodschappenjongen van Washington was. En zo geschiedde. Annan zei dat hij gekomen was om Saddam “de laatste kans te geven” de crisis op te lossen, en dat anders de VS en hun bondgenoten militair zouden toeslaan. Aan het eind van het gesprek stemde Saddam in met onvoorwaardelijke inspecties en dus met de eis de tijdslimiet te laten vallen.

In Time zegt Annan dat hij “helaas een fout had gemaakt”. “Hij had een tolk. Ik had mijn eigen tolk moeten hebben. Maar hoe dan ook, we hebben het resultaat bereikt.” Annan kwam terug met een overeenkomst, die deels op Amerikaanse aanwijzing tot stand was gekomen. Hij was niet helemaal binnen de 'rode lijnen' gebleven, en moest nog veel vragen van de VS ophelderen, over de rol van UNSCOM en de diplomaten, die de inspecteurs zullen vergezellen in de 'presidentiële plaatsen'. Tegenover Newsweek zegt hij over zijn bereidheid met Saddam te onderhandelen: “Ik heb zaken met hem gedaan om levens te redden. Soms moeten we om levens te redden omgaan met mensen die we als slecht beschouwen. Men heeft zaken gedaan met Eichmann om levens te redden.”

De regering-Clinton is - met 36.000 troepen, 350 gevechtsvliegtuigen en 30 schepen in de Golf - nog steeds onzeker over militaire actie bij een nieuwe schending door Irak. Een regeringsmedewerker in The Post: “God mag weten wat er gebeurt. Dat is onze positie.”