Smeerolie van ons bestaan

Het is alweer een tijdje geleden dat ik op een plein in Amsterdam-Zuid een reclamebord zag van een Grieks restaurant met de wervende tekst: 'Wij serveren Kretenzische gerechten'. Dat zal wel gelogen zijn, was mijn onmiddellijke reactie, want ik ben nog opgevoed met de uitspraak dat alle Kretenzers liegen, de befaamde paradox, die als ik me niet vergis oorspronkelijk afkomstig is uit een van de brieven van de apostel Paulus.

Volgens een enkele jaren geleden verschenen Sociologie van het liegen is een leugen, 'een uitspraak die bedoeld is om de aangesprokene te misleiden ten aanzien van de situatie waar men het over heeft, inclusief het standpunt en de bedoelingen van de leugenaar'. Volgens de schrijver wordt er het meest gelogen in de oorlog en in de politiek. Van dat laatste komen de pikantste voorbeelden uit Rusland en uit de Verenigde Staten.

Zo kennen de Russen de volgende grap. Vraag: hoe kun je zien dat een politicus leugens verteld? Antwoord: als zijn lippen bewegen! In de Verenigde Staten wordt liegen in de politiek wel aangeduid als 'successful desinformation'. Een activiteit waar bijvoorbeeld Nixon en zijn staf zo aan gewend waren, dat ze ook onschuldige informatie niet zonder verdraaiing konden brengen. Typerend is het verhaal over de bruidstaart van Nixons dochter. Veel Amerikanen, enthousiaste toeschouwers van het huwelijk op de tv, wilden hem ook maken en de staf van het Witte Huis verschafte een recept. Maar 'cooks who followed the instructions experienced nothing but culinary disaster', klaagt een commentator, en het treurige is niet zozeer, schrijft ze, dat mensen op hoge posten liegen, maar dat ze dat met zo'n onthutsende onverschilligheid doen. Een onverschilligheid die onderdeel uitmaakt van de arrogantie van de macht.

In Nederland hebben we ook liegende politici. Maar die leugens passen doorgaans in een bepaald plan. Ze moeten in een regeerakkoord overeengekomen afspraken veiligstellen of een minister sauveren in het belang van de coalitie. Je zou dit 'strategisch liegen' kunnen noemen, een min of meer aanvaard onderdeel van de politieke communicatie, bedoeld om het spel soepeler te doen verlopen.

Maar, zo kun je je afvragen, wordt er in de communicatie tussen mensen in het dagelijkse bestaan ook niet regelmatig gelogen voor een soepeler omgang met elkaar? Een onderzoek dat een aantal jaren geleden werd uitgevoerd onder studenten aan een Amerikaanse universiteit, gaf resultaten die doen vermoeden dat het verschil tussen politiek en dagelijks leven niet groot is. Studenten bleken in gesprekken met hun moeder voor 46 procent te liegen en in conversatie met vreemden zelfs voor 77 procent. De onderzoekers spreken van everyday lies, waarbij het vaak om kleine, onschuldige uitspraken gaat gericht op het in stand houden van relaties. Het doet een beetje denken aan het aloude 'leugentje om bestwil', een kleine onwaarheid, gericht op het ontzien van de gevoelens van de ander. Wanneer we met de socioloog Goffman niet spreken van leugens maar van 'verzinsels' kunnen we nog een stap verdergaan. We kunnen dan spreken van een vorm van communicatie die gericht is op het 'oliën van het bestaan'.

Een klein voorbeeld. Ik had laatst uit zuinigheidsoverwegingen besloten geen belegde broodjes te kopen in de kantine, maar bij de bakker broodjes aan te schaffen die ik zelf zou beleggen met een onsje kaas. Bij de bakker vroeg het meisje, toen ik besmeerde broodjes bestelde, of ik er geen beleg op wilde. Ik meldde haar dat ik aan de lijn deed, maar broodjes zonder boter toch weer te saai vond. Formeel was dat een overbodige toevoeging, maar ik wilde voorkomen dat er in die winkel een schraperig beeld van mij zou ontstaan. Ik was gewoon een verstandige heer, zuinig op zijn figuur. Een leugentje dus gericht op het ontzien van de eigen persoonlijkheid. Later op de dag, wanneer je te laat komt op een afspraak, verzin je dat je werd opgehouden door een telefoontje, om geen onachtzaamheid ten opzichte van de persoon in kwestie te demonstreren. En zo zit onze communicatie vol van kleine verzinsels gericht op het in stand houden van de waardigheid van ons zelf of die van de ander.