Rudolf Koelman is meeslepend en spontaan violist

Concert: Rudolf Koelman (viool), Antoine Oomen (piano). Werken van Grieg, Prokofjev, Mozart en Ravel. Gehoord: 3/2, Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Wat is Nederland nou helemaal? Twee keer goed gasgeven en je botst tegen de Eiffeltoren, de Big Ben of het Rijksdaggebouw. Rudolf Koelman, sinds een jaar concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, is iemand die zich niet bekommert om kilometers. Hij woont in het Zwitserse Winterthur, waar hij doceert aan de Musikhochschule. Zoef - en hij is op zijn post als eerste violist van het Concertgebouworkest. Zoef - en geeft weer ergens in het land een recital, zoals dinsdag in het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.

De kwaliteiten van deze voormalige leerling van Jascha Heifetz werden ooit in Nederland over het hoofd gezien, waarop Koelman zijn heil elders zocht. Hij speelde op straat in Zwitserland, werd docent in het Oostenrijkse Bregenz en tenslotte in Winterthur. Sinds zijn benoeming tot concertmeester van het Concertgebouworkest is echter ook in ons land in brede kring duidelijk geworden dat Koelman (1959) een violist is, waar je niet omheen kunt. Een violist met een bloedvervige toon, een magnifieke linkerhandtechniek, een brede stokvoering. Een violist, markant en eigenzinnig in zijn interpretaties, zoals Heifetz-leerlingen dat wel vaker zijn.

Heifetz' eigenzinnige opvattingen klinken soms letterlijk door in Koelmans vertolking van de Tzigane, het huzarenstukje op zigeunerthematiek waarmee Ravel met oor voor de virtuoze vioolsoli van grote violisten als Paganini, Wieniawski en Pablo de Sarasate de zigeunermuziek op een kunstzinniger plan bracht. En van die robuuste en tegelijk zo analytisch uitgevoerde streek waarmee Koelman de Tweede sonate van Grieg begint, kan ook niemand anders dan Heifetz de geestelijke vader zijn. Maar het is Koelmans eigen, meeslepende verhaal dat aansluitend verteld wordt. Spontaan, haast op het improvisatorische af, dompelt Koelman zijn luisteraars onder in die eindeloze Noorse atmosfeer.

Voor recitals is Antoine Oomen zijn vaste begeleider. Koelman en Oomen zijn geestverwanten - wie hun verbazingwekkend gelijke ritmische articulatie in bijvoorbeeld de Sonate KV 301 van Mozart hoort of hun graduele spanningsopbouw in de Tweede sonate van Prokofjev, kan nauwelijks anders concluderen. Met als toegift een tango van Albeniz, bewerkt door Kreisler, beëindigden Koelman en Oomen hun bijdrage aan de Vredenburgserie Internationaal Concertpodium, een reeks topconcerten waarin op zondag 29 maart een van de allergrootste pianisten van dit moment zal optreden: de Poolse meesterpianist Krystian Zimerman.