Murdochs eigen staat

Chris Patten, de laatste Britse gouverneur van Hongkong, heeft een boek geschreven, East and West, dat niet vleiend is voor de Chinese regering, die nu bepaalt wat er in de voormalige kroonkolonie wel en niet gebeurt. Het boek zou worden uitgegeven door HarperCollins, onderdeel van NewsCorp, het imperium van Rupert Murdoch.

Die is bezig zijn Star TV, waarvan de programma's bestemd zijn voor Zuidoost-Azië, tot China uit te breiden. Nadat het duidelijk was geworden hoe Patten over de Chinese machthebbers denkt, heeft HarperCollins de schrijver verteld dat hij een 'ongeïnspireerd' boek heeft geschreven waarvoor hij maar een andere uitgever moet zoeken.

De werkelijkheid is dat Murdoch het vrije woord opoffert aan zijn commercieel belang. Het is niet de eerste keer. Echt nieuws zou het pas zijn als hij eens zijn commercieel belang had opgeofferd aan het vrije woord. Intussen hoeft de schrijver er niet treurig over te zijn. De weigering van HarperCollins heeft hem nu al meer publiciteit opgeleverd dan hij had gekregen als zijn boek daar wel was verschenen. Murdoch heeft veel vijanden. Die zien in deze weigering de bevestiging van zijn perfiditeit en maken daar veel werk van. De Chinezen in Peking hebben het bewijs dat ze met hem in zee kunnen. En Murdoch zelf krijgt zijn contract. Goedbeschouwd zou iedereen tevreden moeten zijn.

Maar het geval-Murdoch is ingewikkelder. Met zijn kranten en uitgeverijen van NewsCorp wil hij niet alleen, zoals iedere ondernemer, het concern zoveel mogelijk geld laten verdienen. Hij is de meest recente vertegenwoordiger van het legendarische soort mediamagnaat dat behalve economische resultaten politieke macht wil. Een van zijn kranten is de New York Post, journalistiek gezien met grote vakkennis gemaakt, en in politiek opzicht een opportunistisch schendblad. Al jaren voert het campagne tegen de Democraten, in het bijzonder het echtpaar Clinton, wat op zichzelf geen nadeel hoeft te zijn. Maar om te begrijpen hoe de Post het aanpakt moet je je eigenlijk abonneren. Pas zo ontstaat een overtuigend beeld van de schelle haat, het onafgebroken trommelvuur van insinuaties, de halve waarheden en driekwart leugens en de lompenproletarische scheldpartijen en verdraaiingen. Het is niet verboden. Het zal je smaak niet zijn, maar de persvrijheid heeft nu eenmaal ruimer grenzen. Het doet weleens denken aan het Nationaal Dagblad uit het Nederland van de jaren dertig, maar dat is het nog juist niet.

De Post is een kenmerkend orgaan uit Murdochs imperium: een dagelijks gebruikt wapen in de politiek gerichte campagne. Hetzelfde geldt voor The Sun, die in het Verenigd Koninkrijk zijn heraut is. En hetzelfde voor The Times, die alles wat The Sun met overslaande stem als politieke openbaring brengt, in King's English voor de nette mensen drukt. In dit geval is dat een column van Libby Purves waarin naar aanleiding van Pattens geweigerde boek, met onnavolgbaar jezuïtisme wordt bewezen dat Rupert Murdoch een kampioen van de vrijheid en welvaart voor allen is, en dit altijd zal blijven als hij zo doorgaat.

Daarmee is het begin van het dwaalspoor gewezen. Want al zal Murdoch zijn eigen opvattingen van de persvrijheid hebben waarmee de echte persvrijheid om zeep zou worden geholpen, dat is niet de kern van de zaak. In werkelijkheid gaat het om een bijzondere versie in de verhoudingen tussen de oude macht van de nationale staten, uitgedrukt in de wetten en wetshandhaving, en de nieuwe machten van de vrije markt.

De ontwikkeling van de vrije markt gaat gepaard, of is zelfs dikwijls synoniem met globalisering. In deze processen ontstaan zeer grote internationale ondernemingen. Die kunnen op de economie van afzonderlijke naties invloed uitoefenen, terwijl hun macht tegelijkertijd zo diffuus van structuur is dat ze zich aan de nationale zeggenschap onttrekken. In het algemeen gezegd: in de geprivatiseerde, gedereguleerde economie winnen de ondernemingen voortdurend terrein ten koste van de nationale politiek.

Onlangs is o.a. hierover een veelomvattend boek verschenen, The Commanding Heights, van Daniel Yergin en Joseph Stanislaw (Simon & Schuster, New York, 1998). De economie wordt machtiger, de politiek treedt terug, schrijven de auteurs. Maar we moeten dit overwicht opvatten in ideologische zin. “Een onderneming zou een verschrikkelijke fout maken als ze ervan uitging dat het vervagen van de nationale grenzen het einde zou inluiden van de nationale politiek, nationale identiteit en economisch nationalisme. In ieder land zal de politiek gevormd blijven worden door de historische traditie, de cultuur en het nationaal belang. Een onderneming die zich daarin vergist, doet dat in haar eigen nadeel.”

Was dat maar waar. Er zijn op het ogenblik twee manieren waarop buiten-nationale, commerciële belangen zich in een nationale politiek kunnen mengen. De eerste bestaat uit het storten van grote bedragen in een bepaalde partijkas, waaruit de morele hypotheek van de subsidie groeit. De politiek wordt als het ware geprivatiseerd. Dit heeft in de Verenigde Staten tot schandalen en onderzoek geleid. Het onderzoek is nog in volle gang. De andere manier is die van Murdoch.

De bijzondere manier van globalisering waarmee zijn NewsCorp zich bezighoudt, is die van de communicatie-industrie. Hij is de enige niet. Dat doen bijvoorbeeld ook Walt Disney/ABC, Time Warner met CNN en Reed Elsevier. Die leggen zich toe op vermaak, nieuws, wetenschap. Murdoch doet iets extra's. Hij laat er geen misverstand over bestaan dat hij met zijn kranten, uitgeverijen en televisiestations zich regelrecht in de binnenlandse politiek van veel landen mengt. Dat is zijn eigen, persoonlijke buitenlandse politiek, opportunistisch onder de algemene noemer van uiterst rechts. Het opportunistische bestaat hierin dat hij ten behoeve van zijn politiek soms de persvrijheid tot het uiterste gebruikt, en die dan weer aan zijn laars lapt. Door het stichten van nieuwe ondernemingen en het overnemen van gevestigde concurrentie, internationale schaalvergroting, globalisering, wordt hij in veel landen een staat in de staat. In de nationale politiek vestigt hij zijn eigen geprivatiseerde bruggenhoofd. Daaraan valt dan niets te doen.