Mentor van Tony Blair verdedigt zijn behang

LONDEN, 4 MAART. “Toekomstige generaties zullen dankbaar zijn.” Met die woorden rechtvaardigde Lord Irvine, de vertegenwoordiger van de Labour-regering in het Britse Hogerhuis, gisteren de inrichting van zijn staatsvertrekken in het parlementsgebouw die 650.000 pond (meer dan twee miljoen gulden) heeft gekost. In plaats van de kritiek op zijn 'decadentie' met deemoed te beantwoorden, koos Lord Irvine, die algemeen als de politieke mentor van Tony Blair wordt beschouwd, gisteren voor de aanval.

Met zijn filippica streek hij niet alleen parlementariërs tegen de haren in maar ook de Britse behangfabrikanten. Het uitgeven van 60.000 pond aan met de hand bedrukt behang verdedigde hij door te wijzen op de hoge kwaliteit. “We hebben het niet over iets uit een doe-het-zelfzaak dat het na een jaar of twee al begeeft.”

Schoorvoetend gaf hij toe dat 650.000 pond voor het opknappen van twee kamers “veel geld lijkt”. Maar volgens Lord Irvine krijgt het Britse volk wel waar voor dat bedrag. Dat geldt ook voor de meubels ter waarde van meer dan 300.000 gulden net zoals voor de wc van 10.000 gulden (in antieke stijl).

Geen enkele bewindsman heeft zoveel vijanden gemaakt sinds Labour tien maanden geleden aan de macht kwam als Lord Irvine. Verhalen over verwaandheid en arrogantie voedde hij door zichzelf in een vraaggesprek met kardinaal Wolsey te vergelijken, de rijkste en machtigste staatsman ten tijde van koning Hendrik VIII. Voor kardinaal Wolsey werd Hampton Court Palace gebouwd.