Kinderproducten

De tentoonstelling in het Stedelijk Museum van kinderkunst, zoals die tot stand gekomen is in het pedagogische klimaat van Reggio Emilia, kreeg veel aandacht in de media, onder andere in het Acht-uur-journaal. Het interessante aan deze tentoonstelling is niet zozeer de inhoud ervan (de tekeningen, kleisels en andere neerslagen van projecten die te zien zijn), alswel het droge feit dat er überhaupt een tentoonstelling van kinderproducten gemaakt is.

Een ander belangrijk element is het woord 'crèche' dat steeds opduikt in artikelen over deze tentoonstelling.

De boodschap is duidelijk: blijkbaar bestaan er crèches waar het potentieel van kinderen dusdanig wordt aangeboord, dat het resultaat van hun inspanningen een tijdelijk plaatsje verdient onder het dak van Kounellis, Koons en andere helden van de moderne kunst. Welke ouder zou hier niet door geïntrigeerd raken? De meesten brengen hun kind immers naar de crèche, terwijl ze geplaagd worden door een flintertje schuldgevoel. Is zo'n crèche nu echt wel het beste voor je kind, of is het toch in de eerste plaats een uitkomst voor jou als ouder met een baan of met andere bezigheden, waar je geen peuter bij kunt gebruiken? De tentoonstelling zet de crèche in een heel ander, veel weidser perspectief: niet dat van de bewaarplaats, maar van de doorleefde ontdekkingstocht - je brengt er een kwikzilverachtige peuter die tien dingen tegelijk wil doen naar toe, en een jaar later is hij of zij veranderd in een kleine Michelangelo die kwistig filosofische opmerkingen door de conversatie strooit.

Je zou als ouder je kind ernstig tekortdoen, wil je hem dergelijke ontplooiingsmogelijkheden onthouden. Met een crèche à la Reggio Emilia bewijs je je kind een dienst, dus weg schuldgevoel! Het hoeft niet te verbazen dat het idee van de crèche als broeikas voor creativiteit een sterke aantrekkingskracht uitoefent op ouders die het beste met hun kinderen voorhebben, maar daar tegelijk niet zelf de hele tijd met hun neus bovenop willen zitten.

De tentoonstelling, die ik ook bezocht heb, stelt in zoverre teleur dat bijna alles overduidelijk door kinderen tussen de vier en zes is gemaakt. Dit verschuift de hele discussie over hoe je kinderen tegemoet zou moeten treden (door middel van materialen, onderwerpen, activiteiten) naar de categorie kleuters, die toch echt heel anders in elkaar zitten dan peuters van twee en drie.

Er waren trouwens wel degelijk mooie dingen te zien. Na een veertig (!) dagen durend project over de stenen wolven op het marktplein ter plekke hadden kinderen de meest schitterende wolven geboetseerd en in de oven gebakken. Aan de andere kant heeft de kleuterklas van mijn dochtertje laatst een project gedaan over het menselijk lichaam met als onderdeel skeletten tekenen. Aan de muur van de klas hingen 25 interpretaties van het menselijk skelet, de een nog expressiever en fantastischer dan de ander. Knip ze uit, plak ze op een kartonnetje, stel ze op tegenover een spiegel, hang er wat poëtische citaten van de kinderen naast en Rudi Fuchs had het ook prachtig gevonden. Wie de verbeelding van kleuters aanspreekt of hen zelf initiatieven laat nemen, zal enthousiasme en originele producten oogsten - dat is een wijze les van de pedagogen van Reggio Emilia.

Geldt dat dan ook niet voor crèches? Moet je niet zo vroeg mogelijk beginnen met inspirerende ontdekkingstochten? Ouders brengen inderdaad hun kind met minder schuldgevoel naar de crèche naarmate er meer te doen is wat thuis niet kan. Breeduit verven met grote, druipende kwasten. Buiten raggen op driewielers. Kliederen met zand en water (in een goede crèche kan dat ook binnen). Veel verkleed-, bouw- en verstopmogelijkheden. Eigenlijk is alles goed, zolang ze zich maar niet met die niksige, door leidsters voorgestanste knutselwerkjes bezighouden. Ouders hebben daar ook de pest aan. Zij willen nu dat crèchewerkers hun kinderen leiden in de richting van artistiek verantwoorde, filosofisch onderbouwde producten. Produceren zullen we in deze maatschappij, al zijn we drie jaar oud en zitten we op de crèche.