Het mannetje van Michelin

Bereikt Bibendum de honderdjarige leeftijd, blijkt hij babbelziek. Bibendum, het symbool van bandenfabrikant Michelin, viert dit jaar zijn eeuwfeest. Al bijna negentig jaar is Bibendum ook steun en toeverlaat van hotelgasten en restaurantbezoekers. Sinds enige tijd figureert hij nog prominenter dan voorheen in de Michelingids. De rood gedrukte afbeelding van zijn hoofd is het symbool van restaurants met een goede prijs-kwaliteit verhouding. Hij is ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag wat afgeslankt.

Vroeger deed Bibendum zijn werk in zwijgzaamheid. Bibendum kwam met een oordeel en verder deed hij er het zwijgen toe. Een verantwoording en een toelichting gaf hij, buiten de summiere tekst in de gids zelf, niet. Laat staan dat hij inging op individuele gevallen en in het openbaar discussie voerde over de toegekende sterren en predikaten. Zo kreeg de rode Michelingids mythische proporties en werd hij het symbool van het onafhankelijke en ongenaakbare gastronomische oordeel. Sinds een paar jaar treedt Bibendum vaker naar buiten. In vakbladen, culinaire tijdschriften en kranten laat hij zich in de persoon van de hoofdinspecteur Van Craenenbroeck voor de Benelux regelmatig interviewen. Legde hij aanvankelijk alleen in algemene zin verantwoording af over het beleid van de gids en het Nederlandse culinaire klimaat, nu laat hij zich gedetailleerd uit over werkwijze, gehanteerde criteria en zelfs over sommige beoordelingen. Die kijkjes in de keuken doen de gids geen goed.

De hoofdinspecteur verhaalt over de 'signalen' die hij afgeeft aan restaurants waar het in zijn ogen mis dreigt te gaan. Daarover praat hij dan weer met andere restaurateurs en voor hij het weet is hij onderdeel van de côterie. Restaurateurs blijken zich tot Michelin te wenden voor raad over de ontwikkeling van hun zaak. Van Craenenbroeck veinst terughoudendheid, maar ettelijke koks maken melding van gewaardeerde adviezen. “Wie zich interesseert in Michelin, interesseert Michelin”, zegt Van Craenenbroeck in het magazine van de Alliance-restaurants. De hoofdinspecteur spreidt een verontrustend gebrek aan professionele distantie ten toon.

Hij heeft het over zijn vriend Paul Stevens van Hotel Juliana in Valkenburg en zijn vriend Leo van Eeghem van de Karpendonkse Hoeve in Eindhoven. Een hotelinspecteur heeft geen vrienden.

Het is ook onverstandig van Bibendum via de media in discussie te gaan met koks en restaurateurs die hun ster hebben verloren. De afgelopen weken liet meneer Michelin in verschillende bladen weten dat de Amsterdamse patron-cuisinier Halvemaan mogelijk zijn ster verloren heeft omdat hij te weinig in zijn zaak is. En de kok roept uiteraard onmiddellijk dat hij altijd achter zijn fornuis staat en alleen 'op een vrijdag in oktober' afwezig is geweest. Meneer Michelin zegt dat De Echoput de ster kwijt is omdat de kaart al lange tijd zo weinig vernieuwing vertoont. En culinaire vorsers komen meteen met voorbeelden van restaurants die jarenlang dezelfde kaart én drie sterren voeren.

Nu krijg Michelin zijn gids natuurlijk niet elk jaar in zestigduizendvoud verkocht als alles bij het oude blijft. De consument heeft er geen veertig gulden voor over om te constateren dat de toestand in de gastronomische wereld stabiel is. De dramatiek van verloren en veroverde sterren hoort erbij. De restaurateur die treurt om het verlies van zijn ster en manmoedig verklaart de strijd voor de herovering weer aan te gaan. De opgetogen brigade en de tranen van geluk bij de kok die zojuist een ster heeft binnengehaald. De heroïek van het gastronomische sterrendom is de laatste jaren in de media behoorlijk opgeklopt. Bibendum zou zich daarvan afzijdig moeten houden, maar de opwinding voert vast de verkoopcijfers van de gids op.

Raadselachtigheid en zwijgzaamheid houden een mythe in stand. Veel mythes kunnen de openbaarheid niet verdragen. Helaas blijkt dat ook voor de Michelingids te gelden. Mythes worden vaker doorgeprikt, maar opmerkelijk is dat Michelin het zelf doet. Er blijkt meer lucht in Bibendum te zitten dan gedacht.