Gemeente tegen slibstort Kaliwaal

BENEDEN-LEEUWEN, 4 MAART. De gemeente West Maas en Waal zal bij Raad van State de vergunning voor de stort van vervuild baggerslib in een zandput bij Druten, de Kaliwaal, aanvechten.

Dat zegt wethouder P. van Toor van West Maas en Waal. Volgens hem worden bij de stort van het verontreinigde slib onvoldoende veiligheidsmaatregelen getroffen.

Het storten van baggerspecie in de Kaliwaal, zoals het oude zandgat bij Druten heet, houdt de streek al lange tijd bezig. Eind vorig jaar gaven Gedeputeerde Staten van Gelderland een vergunning af aan het Arnhemse bedrijf Delgromij, dat de exploitatie van het slibdepot voor zijn rekening zal nemen. Een groot aantal omwonenden is fel tegen de stort gekant. Zij vrezen dat de vervuilingen in het slib zullen doorsijpelen naar het grondwater, wat tot grote problemen zou leiden voor de drinkwatervoorziening.

Na de stort van de geplande vier miljoen kubieke meter slib moet de zandput worden ingericht als natuurgebied. Het Wereld Natuurfonds (WNF) heeft zich hiervan inmiddels een groot voorstander getoond. Actievoerders in de streek hebben echter laten weten dat het slib dat gestort wordt veel vervuilder is dan toegestaan.

Wethouder Van Toor schaart zich nu achter de actievoerders. Dat liet hij gisteravond weten op een informatie-bijeenkomst over de ontwikkelingen rond de Kaliwaal. Van Toor meent dat er hiaten in de vergunning zitten en dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de veiligheidseisen. “Er zijn inmiddels andere, betere methoden om van dat slib af te komen. Bijvoorbeeld het slib en het zand scheiden. We zitten hier niet te wachten op een natuurgebied dat verloren gaat.” De gemeente West Maas en Waal schaart zich daarmee achter de buurgemeente Druten en de actievoerders, die eerder lieten weten bij Raad van State de afgifte van de vergunning door de provincie te bestrijden.

Volgens Van Toor leeft er in de gemeente een “soort ongerustheid” dat de slibstort slecht zou kunnen aflopen. “Met name voor de lange termijn is men bang voor het doorlekken naar het grondwater.” Alleen daarom al, zo zegt de wethouder, is het noodzakelijk te bekijken in hoeverre de vergunning kan worden aangepast.