Beperkt onderzoek Franse rol in Rwandese tragedie

PARIJS, 4 MAART. De Franse Assemblée Générale heeft een parlementaire 'informatiecommissie' ingesteld die de rol van Frankrijk, de VN en andere landen in het Rwandese drama van 1994 gaat onderzoeken. Het wordt echter geen volwaardige parlementaire enquête, zoals van steeds meer kanten in Frankrijk wordt gevraagd.

Voorzitter van de commissie is de socialist Paul Quilès, die minister van Defensie was onder president Mitterrand, maar niet ten tijde van de massamoord in Rwanda. Toen regeerde een rechtse regering-Balladur onder de socialistische president Mitterrand. Quilès heeft duidelijk gemaakt dat dit onderzoek niet kan leiden tot strafrechtelijke gevolgen of vervolging voor het Internationaal Rwanda Tribunaal in Arusha (Tanzania).

De afgelopen maanden zijn in Franse media diepgaande verslagen gepubliceerd die ernstige vragen oproepen over de rol van opeenvolgende Franse regeringen in Rwanda. Ook de huidige Franse weigert militairen en andere ambtenaren te laten getuigen, zowel voor het Rwanda-tribunaal als het Haagse Internationaal tribunaal inzake ex-Joegoslavië.

In de Franse media is een groeiende druk op de regering merkbaar om als land dat de rechten van de mens zegt te hebben uitgevonden en internationale rechtspraak zegt te steunen, ook daadwerkelijk mee te werken aan de noodzakelijke verhoren om de feiten vast te stellen. Vorig najaar ontstond een felle diplomatieke rel toen de openbare aanklager van het Haagse tribunaal Parijs openlijk verweet arrestatie en berechting van Joegoslavische verdachten van humanitaire misdrijven te dwarsbomen. In gematigd progressieve kranten als Le Monde en Libération, maar ook in de behoudende Figaro, wordt deze paradox bij herhaling belicht.

Gisteren deden in Libération veertien wetenschapsbeoefenaren, artsen en strijders voor de rechten van de mens een klemmend beroep op het parlement een volwaardige enquête in te stellen naar de Franse rol in Rwanda tussen 1990 en 1994. Die commissie zou antwoord moeten vinden op vragen als: wie trainde het Hutu-leger en de Hutu-extremisten die in '94 ongeveer 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's uitmoordden, waarom heeft Frankrijk (eventueel ook met wapens) tot het eind een regime gesteund “waarvan men kon weten welke misdrijven het tegen de Rwandese bevolking pleegde”?

De briefschrijvers wijzen er op dat in België door de Senaat een uitgebreid onderzoek is ingesteld naar de Belgische rol in het drama. Daarbij hebben ook militairen van alle rangen en ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie getuigd. Le Monde stelt in een commentaar tevreden vast dat ook de Canadese generaal Roméo Dallaire vorige week voor het Rwanda-tribunaal in Arusha heeft getuigd en concludeert: “Frankrijk en de Verenigde Staten doen alles om te voorkomen dat het toekomstige permanente Internationale Strafhof (waar in juni in Rome een conferentie aan wordt gewijd) machteloos zal worden. Dat getuigt van een zwaar gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van de moeizame mars op weg naar internationale justitie.”