Bartók in Brussel gedanst en gezongen

Voorstelling: Mikrokosmos; Quatuor nr. 4; Hertog Blauwbaards Burcht van B. Bartók door Rosas en Nationale Opera Brussel o.l.v. Lothar Zagrosek of Kwamé Ryan m.m.v. Victor Braun of Ronnie Johansen en Zvetelina Vassileva of Anne Schwanewilms. Choreografie en regie: Anna Teresa de Keersmaeker. Gezien: 1/3 Kon. Muntschouwburg Brussel. Herhalingen t/m 8/3.

Anna Teresa de Keersmaeker vult in de Brusselse Muntschouwburg een Bartókprogramma met twee eigen bestaande choreografieën (Mikrokosmos en Quatuor nr. 4) - gedanst door haar eigen gezelschap Rosas - en de nieuw door haar geënsceneerde opera Hertog Blauwbaards Burcht, uitgevoerd door de Nationale Opera Brussel.

De voorstelling vormt moeiteloos één geheel. In Mikrokosmos is er een jonge vrouw die een man uitdaagt en verdringt, afstoot en aantrekt. In Quatuor nr. 4 zien we vier meisjes die al even uitdagend en stout zijn door hun rokjes op te lichten. Al die vrouwen zijn voorafschaduwingen van Judith, de bruid die door hertog Blauwbaard wordt gevoerd naar zijn burcht. Daar daagt zij hem uit haar zijn geheimen te onthullen, verborgen achter zeven gesloten deuren. Tegen zijn zin in krijgt zij dat voor elkaar, maar als ze achter de laatste zijn vorige vermoorde vrouwen ontdekt, voegt zij zich bijna willoos bij hen.

Net als de dansstukken voor de pauze speelt Hertog Blauwbaards Burcht zich af in een sterk verwaarloosde ruimte uit de jaren '20 of '30, typisch voor het eeuwige gebrek aan onderhoud bij onze zuiderburen en de teloorgang van het Belgische Nieuwe Bouwen. Hier staat die grauwe, afgeleefde kelderruimte voor de onderwereld en de onvermijdelijke ondergang van Judith.

De Keersmaeker voegt aan Blauwbaard in zeer beperkte mate enkele choreografische elementen toe. Daarvan staan de meeste nog op filmprojecties van Thierry de Mey: zeer naturalistisch en in kleur weergegeven scènes van wanhopige vrouwen in middeleeuwse kerkers. Ook een aantal van de uitzichten die de geopende deuren bieden staan op film, zoals Frans Zwartjes in 1973 bij de Nederlandse Opera al deed, toen Erik Vos Blauwbaard regisseerde.

Het probleem bij deze enscenering is dat de deuren zelf ontbreken. De momenten vóór de opening daarvan en het plotse zien van wat daarachter is, vallen weg in de vloeiende afwikkeling. Dreiging en spanning zijn er nooit geweest als we ineens kijken naar die stukjes film. Die zijn ook nog erg ongelijksoortig, wat tekort doet aan de onverbiddellijke opbouw van het symbolistische drama.

Er zijn wisselende vocale casts en de voorstellingenreeks wordt door twee dirigenten geleid. Bij de door Lothar Zagrosek gedirigeerde voorstelling die ik zag met Ronnie Johansen (Blauwbaard) en Anne Schwanewilms (Judith) bood de muzikale en vocale uitvoering geen alternatief voor het spanningsgebrek.