Bang voor misverstanden

Goede daden doe je in stilte - dat gold vroeger, maar nu niet meer. Rien van Gendt, directeur van de charitatieve Bernard van Leer Foundation, voelt de noodzaak voor het afleggen van verantwoording. De nieuwe openheid is echter niet zonder gevaren.

De Bernard van Leer Foundation is een van de grootste bedrijfsstichtingen van Nederland. In 1949 bracht ondernemer-filantroop Bernard van Leer alle aandelen van zijn verpakkingenbedrijf, dat zich in de jaren twintig en dertig in de slip-stream van Shell in razend tempo tot een multinational had ontwikkeld, onder in twee stichtingen.

De activiteiten van het verpakkingenconcern en de stichtingen werden strikt gescheiden. Het aandelenpakket kwam in handen van een houdsterstichting, die het jaarlijkse dividend doorsluisde aan de Bernard van Leer Foundation. Deze 'werk-stichting' gebruikt het geld ter financiering van projecten voor jonge kinderen met achterstand, zowel in de Derde Wereld als in geïndustrialiseerde landen. Van Leer achtte het niet fatsoenlijk om in de openbaarheid te treden met de charitatieve activiteiten, aldus Van Gendt. Er werd geen goede sier gemaakt. “Daar stond de doodstraf op.”

De tijden zijn veranderd. In een moderne kantoorvilla aan de Haagse Eisenhowerlaan worstelt Van Gendt met een nieuwe realiteit. Die wordt bepaald door een veranderende bedrijfsethiek, de beursgang van de moederonderneming en de noodzaak tot het afleggen van verantwoording. Zijn kamer hangt vol met kunstwerken uit alle delen van de wereld waar de stichting actief is. Van Gendt schetst zijn dilemma: “Niemand wil de nalatenschap van de oprichter aantasten. Aan de andere kant zou hij als innovator de eerste zijn geweest om noodzakelijke veranderingen door te voeren.”

Van Gendt denkt dat de 'goede werken' van de stichting de identiteit van het verpakkingenconcern kunnen versterken. “De tegenwoordige groei van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen - corporate responsibility - maakt het mogelijk om de activiteiten van de stichting positief te gebruiken. Het zou kunnen bijdragen aan de trots van de medewerkers.”

Het verlangen naar meer openheid komt ook voort uit een verandering in de eigendomsverhouding van Van Leer. Twee jaar geleden ging het verpakkingenconcern naar de beurs. Een deel van de aandelen (ter waarde van 270 miljoen gulden) die op de beurs kwamen, was afkomstig van de houdsterstichting, die overigens een meerderheidsbelang in Van Leer hield. Dat geld werd geïnvesteerd in andere beleggingen. Van Gendt: “De beursgang bood de onderneming uitzicht op equity, terwijl de stichting er een meer evenwichtige beleggingsportefeuille door kreeg.”

Niet alle eieren in een mandje, dus. De gevaren van een eenzijdige portefeuille bleken uit de praktijk van de Nuffield Foundation. “Dat was een significante speler in de foundationwereld, maar toen haar moedermaatschappij, de Morris Motor Company, slecht ging presteren, ging zij mee onderuit.” Nu de houdsterstichting niet meer de enige aandeelhouder van het verpakkingenconcern is, dient er ook rekening te worden gehouden met de andere aandeelhouders. Die willen weten wat er met een deel van de winst van Van Leer gebeurt. Dat is in de eerste plaats een gevoelsmatige kwestie, meent Van Gendt. “Tenslotte, hoe één aandeelhouder zijn dividend besteedt, is geen zorg van de andere aandeelhouders.”

Daar kunnen aandeelhouders met een langetermijnvisie anders over denken. Zij zien liever een lager dividend uitgekeerd, zodat een groter deel van de winst geïnvesteerd kan worden in het bedrijf. Dat komt de waarde van het bedrijf en daarmee de waarde van de aandelen ten goede. Van Gendt riposteert: “Het is uiteindelijk ook in het voordeel van de stichting als de continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd.”

Tijdens de uitgifte van de aandelen zijn de activiteiten van de stichting heel duidelijk gepresenteerd in de prospectus, aldus Van Gendt. “Het heeft de beursgang niet belemmerd.” Ook publiceert de stichting sindsdien een financieel jaarverslag. “Vroeger gaven we alleen rapporten uit waarin inhoudelijk op de voortgang van de projecten werd ingegaan.”

Daarnaast moet de Bernard van Leer Foundation verantwoording afleggen aan de belastingbetaler, vindt Van Gendt. “In zekere zin besteedt de stichting ook belastinggeld.” Het dividend, dat de houdsterstichting uit haar aandelenpakket krijgt, word immers niet door de fiscus belast. De afgelopen jaren keerde Royal Van Leer Packaging ongeveer eenderde van de winst uit als dividend; een bedrag tussen twintig en veertig miljoen gulden. Zou dat als normale winstdeling zijn belast, dan was daarover tussen 30 en 60 procent betaald.

Er is nog een reden waarom de Bernard van Leer Foundation uit de anonimiteit wil treden. Enkele jaren geleden liep de winst van Van Leer terug, na een problematische overname van de consumentenverpakkingen-divisie van Unilever. Toen de dividendsuitkering aan de stichting onder druk kwam te staan, zocht Van Gendt naar nieuwe inkomsten.

Sindsdien biedt de Bernard Van Leer Foundation vermogenden de mogelijkheid om een deel van hun kapitaal onder te brengen bij de stichting. Van Gendt: “Het betreft vaak mensen die hun bedrijf hebben verkocht en een deel van het geld willen besteden aan een goed doel. Omdat zij zelf geen kaas hebben gegeten van zaken als fiscale wetgeving en ontwikkelingsproblematiek, brengen zij dat bij ons onder.” Volgens Van Gendt beheert de stichting inmiddels gelden uit een tiental privévermogens, maar namen noemt hij niet. Ook zorgt hij ervoor dat geld van de Wereldbank en de Europese Unie goed terechtkomt.

De stichting voert in principe alleen ontwikkelingsprojecten uit in landen waar het moederbedrijf actief is. “Daar kennen we de mensen en de lokale situatie.” Van Gendt wil er geen misverstand over laten bestaan. De stichting is door het verpakkingenconcern nooit gebruikt als pressiemiddel in onderhandelingen met buitenlandse regeringen. “Als wij een fabriek mogen bouwen, zal onze stichting hier geld pompen in ontwikkelingsprojecten. Zo ging en gaat het dus niet”, onderstreept hij.

Misverstanden, dat is de grootste angst van Van Gendt. Een stichting die banden heeft met een commerciële onderneming als Van Leer, is verdacht. Al snel wordt verband gelegd met verstrengeling van commerciële en ideële belangen, zoals bij de Nationale Postcodeloterij. Door in de openbaarheid te treden kan het publiek de Bernard Van Leer Foundation op een lijn stellen met dergelijke discutabele instellingen. Van Gendt is zich terdege van het gevaar bewust. “Sommigen vragen zich af of openheid wel verstandig is. De mensen in het stichtingenwereldje kennen ons toch wel, redeneren zij.”