Zondagskind

Zondagavond Ruud Gullit op tv gezien en gehoord. Hier zou het antwoord worden gegeven op de boeiende vraag waarom hij eruit was geknikkerd bij Chelsea. Helaas: Gullit zei er nog steeds niets van te begrijpen. Om geld ging het niet, want daarover was totaal niet onderhandeld.

En aan de resultaten op het veld kon het niet hebben gelegen; eind vorig seizoen een gewonnen finale om de FA Cup en momenteel vijfde op de ranglijst in de competitie. Een godenzoon, van wie ik destijds droomde dat hij als coach zichzelf twee minuten voor tijd liet invallen op Wembley om vervolgens met een ongelooflijk schot de winnende goal te maken. Dat is dan slechts in mijn fantasie gebeurd, maar een godenzoon was hij toch zeker. Algemeen erkend als groot voetballer, buitengewoon populair als speler. Wat een uitstraling! Welk een overrompelende persoonlijkheid, die ook als entertainer in het BBC-panel tijdens de Europese kampioenschappen zich geen moment geïmponeerd toonde over zoveel vakmanschap en spreekvermogen om hem heen.

Toch mankeert er iets aan Gullit. In 1994 bedankte hij voor het Nederlands elftal en liep hij weg uit het trainingskamp. Hij wilde de rust niet verstoren door krasse uitspraken te doen. Na het toernooi zou hij uitsluitsel geven. Trillend van nieuwsgierigheid moest het voetbalvolk wachten op het opengaan van Ruuds langverzilverde mond. Toen de opening van zaken eindelijk kwam, wisten we nog weinig. De grote sleurder, die met zoveel flair en fut Oranje op sleeptouw kon nemen, kwam met een paar armzalig klinkende vluchtmotieven tevoorschijn. Coach Advocaat wilde aanvallender spelen dan Gullit raadzaam vond en Advocaat hield in zijn tactische plannen te weinig rekening met de te verwachten hoge temperaturen in Florida. Mijn eerste reactie was, in navolging van Peggy Lee: 'Is dat nou alles?' Wie laat nu de boel in de steek, louter op vermoeden van misschien verkeerde tactiek? Kort daarvoor had Gullit nog verklaard dat hij een verhelderend gesprek met de bondscoach had gehad. Destijds heb ik al over hem geschreven, dat hij 'als voetballer doorgloeid was van emotie'. Gaat het goed, dan is daar die jongensachtige, parelende lach. Gaat het slecht, dan staat er een grommende beer. Het zijn particuliere creaties van een begenadigd rollenspeler. 'Gullit is van niemand', schreef ik toen.

Het is een oordeel dat wordt bevestigd door hetgeen er dezer dagen bij Chelsea is gebeurd. Als Gullit zo gezien is als wordt verondersteld, waarom zijn er dan vanuit de spelersgroep geen protesten tegen zijn ontslag gekomen? Hij is een getalenteerde, maar uiterst grillige man, die niet graag rekening houdt met anderen. In een andere tv-uitzending merkte hij lachend op dat hij over de komende werkzaamheden van die trainingsdag in gedachten een opzetje maakte terwijl hij in de auto op weg was naar Stamford Bridge. Het werd gezegd met de triomfantelijke ondertoon van iemand die zichzelf als een gelukskind beschouwt, maar of het op den duur de best aanpak mag heten is de vraag. Chelsea's voorzitter was geen bewonderaar van de Nederlander en het schijnt dat zijn Britse assistent blij was dat de weg voor hem vrij kwam. Dat laatste zegt natuurlijk niet zoveel, want de een z'n ontslag is de ander z'n promotie. Maar dat Gullit ijzersterk was als samenwerker met anderen, lijkt bijzonder twijfelachtig.

Hij zal heus wel weer een prominente functie vinden. Voetbal is zijn leven. Interessant kan het worden om te merken of dit ontslag hem wijzer heeft gemaakt, of juist niet. Ook zondagskinderen kunnen niet blijvend realiteiten ontlopen. En vrijwel iedereen heeft ergens een baas boven zich die hem niet mag en loert op een mogelijkheid tot ingrijpen.